Klein landje harmoniseert BTW

Er was eens een klein land in een delta aan de zee, dat het goed met zijn inwoners voorhad. De overheid zorgde voor dijken en wegen, voor onderwijs, huizen en uitkeringen voor mensen in nood. De kosten daarvan waren hoog en de burgers van het kleine land waren met elkaar overeen gekomen dat ze een fors deel van hun inkomen apart legden voor deze gemeenschappelijke uitgaven. Over deze hoge lasten werd wel gemord, maar de machinerie waarin het geld werd rondgepompt van de burgers naar de overheid en weer terug, kon op brede politieke steun rekenen. Niettemin had de overheid een chronisch gebrek aan geld en moest de minister van de schatkist steeds vaker het land in trekken om geld te lenen.

Het kleine land had zich aangesloten bij een verbond van landen om een economische, en later ook een monetaire en politieke eenheid te vormen. Op een dag besloten deze landen om een gemeenschappelijke markt te vormen en de grenzen te openen voor vrij personen- en goederenverkeer.

Een van de vele voorwaarden daarbij was dat de lastendruk in de verschillende landen op een vergelijkbaar niveau moest komen. In het kleine land begon men zich zorgen te maken dat de hoge belastingen in een open markt niet houdbaar waren. Daarom besloot de regering om in twee fasen de omzetbelasting (BTW) te verlagen. En in een moment van grote daadkracht werd de eerste stap gezet en daalde de BTW van 20 naar 181/2 procent.

Naast het kleine land lag een groot land met een economie die zo sterk was als een locomotief. In dat grote land met de sterke economie had de overheid zijn huishoudboekje op orde en was de omzetbelasting laag. Nu wilde het geval dat voorbij het grote, machtige land, nog verder naar het Oosten, een ander klein land lag, waar men dezelfde taal sprak. Deze twee landen waren door historische omstandigheden van elkaar gescheiden geraakt. En terwijl het ene land rijk en welvarend was geworden, was het andere arm gebleven omdat alle ondernemerszin daar gesmoord was.

Toen zich onverwacht een kans op vereniging voordeed, grepen de volken van de twee landen die met beide handen aan en ontfermde het rijke land zich over de wederopbouw van het arme land in het Oosten. De rijke regering bood aan om alle rekeningen te betalen. Maar de economie van het buurland was nog ernstiger beschadigd dan men had gevreesd en als men ooit had gedacht dat de kosten zouden meevallen, dan kwam men bedrogen uit.

In het grote, rijke land gingen stemmen op om de belastingen te verhogen en er deden geruchten de ronde over een verhoging van de BTW. Zo slecht kwam dat trouwens niet uit, want die moest in het kader van de harmonisatie met de omringende landen eigenlijk toch al omhoog.

Dit trok de aandacht van de wijze bestuurders in het kleine deltaland aan de zee. Ze hadden net besloten om tien miljard gulden extra uit te geven aan nieuw beleid, maar dat geld hadden ze niet, bezuinigen wilden ze niet en lenen werd steeds duurder. Dus opperden sommige landsoudsten een idee: als in het grote buurland de BTW zou worden verhoogd van 14 naar bijvoorbeeld 16 procent, dan hoefde in het kleine land de afgesproken tweede verlaging van de BTW van 181/2 naar 17 procent niet door te gaan. Dat zou toch al snel 2,6 miljard gulden besparen en alle beetjes hielpen om het tekort van de schatkist te verminderen.

De landsoudsten waren ingenomen met hun vondst maar ze vergaten dat de grenzen om het kleine land weldra zouden wegvallen. Burgers en zakenlieden zouden dan alle vrijheid hebben om met een omweg hun goederen in het grote buurland te bestellen en daarbij een BTW-voordeel van ten minste 21/2 procentpunt te behalen.

Gelukkig beseften de bestuurders dat dit schadelijk zou zijn voor de groei en de welvaart onder de burgers. En ze dachten terug aan lang vervlogen tijden, toen lage rente en lage belastingdruk voor een Gouden Eeuw hadden gezorgd in het kleine land. Ze besloten op het ingeslagen pad voort te gaan, de BTW te harmoniseren met het grote buurland, de aangekondigde tweede verlaging doorte laten gaan en nog lang en voorspoedig verder te leven.