'Geen geforceerde en bekrompen terugkeer naar het gedachtengoed van de jaren '50'; Sint niet gecharmeerd van 'nieuw flinks'

AMSTERDAM, 19 nov. De komende tijd mag geen 'mea culpa' van links te zien geven. Aldus PvdA-voorzitter Sint gistermiddag in een lezing voor de Vereniging voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap over 'de cultuur-politieke opdracht van de sociaal-democratie'. Zij mengde zich hiermee in de discussie die momenteel in de PvdA woedt over terugkeer naar de burgerzin en herstel van het normbesef.

De cultuurpolitieke opdracht van de sociaal-democratie zoals die aan het eind van de negentiende eeuw werd gesteld, mag dan weliswaar 'in grote lijnen zijn voltooid', dat betekent nog niet dat er voor de sociaal-democratie 'niets substantieels' meer te bereiken valt. 'Er zijn in de komende jaren wezenlijke vragen aan de orde die de kern raken van onze politieke, economische en maatschappelijke ordening', aldus Sint. Daarom durfde ze ook de stelling aan dat de sociaal-democratie in de jaren negentig een hernieuwde cultuur-politieke opdracht heeft en in staat is deze te vervullen. 'Mits de bakens worden verzet'. Want volgens Sint moet nu wel de balans worden opgemaakt. 'Dat wordt wat mij betreft geen mea culpa van links. De lijn voor de jaren negentig uitzetten is voortbouwen op de positieve noties die zowel aan de opbouw van de verzorgingsstaat als aan de cultuurpolitieke omwenteling van de jaren zestig en zeventig ten grondslag lagen, niet het alsmaar afrekenen met de negatieve kanten ervan. Wat nodig is is een eigentijdse sociaal-democratische opstelling, geen geforceerde en bekrompen terugkeer naar het gedachtengoed van de jaren vijftig.'

Sint zei dat de 'centrale vraag' is in welke richting de normerende rol van de politiek moet gaan om 'geloofwaardig' te zijn 'en dus om resultaat te hebben'. Daarbij waarschuwde ze voor de harde taal die steeds vaker uit de mond van PvdA-bestuurders te vernemen is en inmiddels het predikaat 'nieuw flinks' heeft meegekregen. Sint: 'Hoe goed en nuttig misschien ook als tegenwicht tegen het te lang volgehouden beeld van als tolerantie vermomde onverschilligheid jegens een te vrijmoedig gebruik van regels en voorschriften, het volstaat niet om in een veel harder toonzetting dan voorheen toepassing van en naleving van bestaande regels te eisen.' Waar het volgens haar in de eerste plaats om moet blijven gaan is 'een verbinding te leggen tussen de maatschappelijke factoren die normafwijkend gedrag in de hand werken en de verantwoordelijkheid waarop het individu mag worden aangesproken die zich begeeft in normafwijkend gedrag.'

Onlosmakelijk verbonden met de discussie over het normbesef is in haar ogen de terugkeer van de burgers in de politiek. 'Er moet weer een wisselwerking komen tussen het openbaar bestuur en initiatieven van mensen zelf om verbetering in hun situatie aan te brengen.

Sint: 'In plaats van de alles overheersende 'top-down' benadering die ieder eigen initiaitef smoort in een wir-war van gefragmenteerde regelgeving, moet principieel gekozen worden voor een 'bottom-up' benadering.'