Aantal klachten over huisartsen neemt met bijna 30 procent toe

RIJSWIJK, 19 nov. Het aantal klachten over huisartsen dat vorig jaar werd ingediend bij Medische Tuchtcolleges is met bijna 30 procent toegenomen ten opzichte van 1988. In een op de vijf gevallen leidde dat tot een tuchtrechtelijke maatregel.

Dat schrijft de Geneeskundig Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid W. J. C. van Gestel in zijn juist verschenen jaarverslag over 1989. In 20 procent van het aantal klachten over huisartsen gaat het om niet- of te laat komen. Bij 40 procent gaat het om medisch inhoudelijke zaken, zoals onjuiste behandeling, niet of onvoldoende zorg, te weinig informatie of niet of te laat verwijzen naar een specialist. Vier van de vijf klachten hebben betrekking op de eigen huisarts.

Het aantal klachten tegen waarnemers die niet of te laat komen is vorig jaar verdubbeld. Mogelijk is dat het gevolg van een enquete naar bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen, die vorig jaar veel aandacht kreeg. Het is volgens de hoofdinspecteur echter een misverstand dat het grootste deel van de klachten dat bij Medische Tuchtcolleges binnenkomt, wordt ingediend tegen waarnemers. 'Opgemerkt moet worden dat klachten bij Medische Tuchtcolleges slechts een topje van de ijsberg zijn', aldus Van Gestel.

De meeste klachten die bij Medische Tuchtcolleges binnenkomen worden daar rechtstreeks ingediend. Bij de Regionale Inspecties van het Staatstoezicht komen echter twee maal zoveel klachten binnen over instellingen en beroepsbeoefenaren. Er werden vorig jaar in totaal 1.177 klachten ingediend, waarvan 370 over huisartsen gingen. Veruit de meeste daarvan worden door de inspecties zelf afgehandeld.

De inspectie meent dat een goede klachtenregeling, samen met een meldingsprocedure van fouten en incidenten een essentieel onderdeel is van kwaliteitsbewaking. Bij ziekenhuizen, verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen zijn dergelijke procedures al wettelijk voorgeschreven, maar 'in de huisartsenwereld bestaat dit nog geenszins, ' zo schrijft de hoofdinspecteur. Huisartsen ervaren bemoeienis van collega's over elkaars functioneren als 'veel te bedreigend'. Omdat een goede regeling ontbreekt en patienten de arts die het betreft niet van een klacht op de hoogte stellen, is het logisch dat de beroepsgroep geen inzicht heeft in de aard en de frequentie van de klachten. De inspectie is van plan de huisartsen hierover te gaan voorlichten.