ZINTUIGEN

De vijf zintuigen. Van zingenot tot zinsbedrog door F. Gonzalez-Crussi

159 blz., Meulenhoff, vert. Bab Westerveld (The Five Senses, 1989), f 24,50

ISB ISBN 90 290 9559 8Met een patholoog-anatoom een excursie maken langs onze zintuigen, betekent dat snijden in organen en met een medische staalkaart de losgewroete lapjes weefsel en zenuwdraden determineren? Niet als die patholoog-anatoom Gonzalez-Crussi heet, hoewel de kordaatheid die iemand met zo'n vak moet hebben, hem niet vreemd is. Al na enkele bladzijden lezen we in zijn De vijf zintuigen over mensen die pijn lijden in been dat al is geamputeerd. Kan dat?

Het komt voor, constateert Gonzalez-Crussi nuchter, maar wat betekent het? Pijn heeft een geheel eigen geometrie, een geometrie zonder objectiviteit. Maar met de verklaring dat de pijn in het afgezette been 'psychologisch' is neemt Gonzalez-Crussi geen genoegen. Het blijkt dat chirurgische ingrepen aan de beenstomp de pijn in het fantoombeen weg kan nemen. Psychologische en fysiologische reacties sluiten op elkaar aan, zegt de medische wetenschap om dergelijke gevallen te verklaren. Zo niet deze patholoog-anatoom en filosoof-schrijver. Hoe kunnen in vredesnaam zaken, die van een zo compleet andere orde zijn als emotionele en fysisch-chemische factoren, bij elkaar opgeteld worden, zo vraagt hij zich af. De blootgelegde vraag is meer dan re-thorisch, en Gonzalez-Crussi's pen snijdt na deze vaststelling verder als een chirurgisch mes.

De kwestie van het spookbeen leert ons dat ons begrip van wat 'waarneming' is, opnieuw gedefinieerd zal moeten worden. Bovendien betreft het hier in feite een ervaring van een andere orde, ' een ervaring van vitaliteit, een magische daad van het lichaam'. Dat is de charme van Gonzalez-Crussi. Hij analyseert, redeneert, filosofeert en verklaart, maar reduceert niet: de magie blijft intact, zonder dat dat leidt tot vaagheid in geschrifte.

In het hoofdstuk over de reuk wordt uitgebreid ingegaan op het verschijnsel, opgetekend door meerdere middeleeuwse kroniekschrijvers, dat de lichamen van sommige heilige lieden na hun dood een sterke zoete geur afscheidden, in plaats van een lijklucht. Natuurlijk hebben collega's van de schrijver zich moeite getroost om deze mededelingen op hun merites te onderzoeken. Gonzalez-Crussi volgt de loop van al deze onderzoekingen en trekt daarna zijn eigen conclusie: de geur van heiligheid heeft de scheikundige formule CHCOCHCOOCH. Humoristisch en tegelijk een aanklacht tegen wetenschappelijk reductionisme.

Gonzalez-Crussi is een intellectueel causeur, maar zijn betoog is luchtig. Het boek is doorspekt met medische, historische en biografische anekdotes, die het geheel zeer levendig maken, zonder dat filosofische vragen worden ontweken.

Het centrale thema in dit boek is de vraag: onderwijzen de zintuigen de geest, of onderwijst de geest de zintuigen? Bij de spertocht naar het antwoord worden vele onderwerpen aangestipt, eigenlijk wat teveel, zodat hier en daar een pointe lijkt te ontbreken, of een betoog zonder conclusie blijft. Het gevaar daarvan is dat het engagement waarmee dit boek begint een zekere vrijblijvendheid krijgt en de welsprekendheid een doel op zichzelf wordt. Een nadere uitwerking van de herdefiniering van de menselijke waarneming bijvoorbeeld had het boek meer diepgang gegegeven. De leesbaarheid had er niet onder hoeven te lijden, want waarover Gonzalez-Crussi ook schrijft, het blijft sappig.