Westen vooral bevreesd voor terroristische aanslagen; Irak werkt hard aan B-wapens

ROTTERDAM, 17 nov. Onthullingen over leveranties van grondstoffen en laboratoriumapparatuur aan Irak ten behoeve van de potentiele produktie van biologische wapens hebben het vermoeden versterkt dat het land ook voor bacterien en virussen een militaire toepassing zoekt.

Onlangs meldde het Duitse weekblad Der Spiegel dat Westduitse bedrijven dergelijke apparatuur hadden geleverd via bemiddeling van vertegenwoordigers van de Iraakse Staatsonderneming voor de Produktie van Pesticiden. Deze onderneming valt onder het Iraakse ministerie van defensie. Begin 1988 maakte het Engelse blad Jane's Defence Weekly ook al melding van de export van dergelijke strategische goederen door Westduitse bedrijven.

Een Amerikaans bedrijf heeft vorig jaar aan een Iraaks instituut een schimmelstam geleverd die een krachtig gif produceert. Deze strategische schimmel bleek dezelfde als welke door de Sovjet-Unie zou zijn gebruikt voor de ontwikkeling van een toxische bom. Deze bom zou in begin van de jaren '80 tegen opstandige bergstammen in Laos en Cambodja zijn ingezet en zou, volgens de CIA, tot de controversiele 'gele regen' hebben geleid. Andere Amerikaanse instellingen hebben micro-organismen die Nijlkoorts en het aan pest verwante tularmie kunnen veroorzaken naar Irak uitgevoerd. Om een herhaling van dergelijke ongewenste export te voorkomen zijn de Amerikaanse uitvoerbepalingen inmiddels bijgesteld. Ook het Nederlandse Instituut voor Schimmelcultures, dat schimmelstammen aan buitenlandse bedrijven levert, is sinds kort aan strengere bepalingen gebonden.

Lange weg

Tussen theoretisch onderzoek naar biologische wapens en de geslaagde inzet aan het front ligt een lange weg die in het verleden nooit succesvol is afgelegd. Het verspreiden van de ziekte onder de vijandelijke troepen, het treffen van voorzorgsmaatregelen tegen de besmetting van de eigen troepen en de onmogelijkheid om een ziekteverwekker terug te trekken in het geval van een wapenstilstand maken B-wapens militair eigenlijk oninteressant. De Japanners hebben van 1935 tot 1945 geexperimenteerd met B-wapens. Chinese troepen werden vanuit sproeivliegtuigen bestookt met grote hoeveelheden vlooien die besmet waren met pestbacterien. Maar ook Japanse soldaten werden ziek wanneer ze besmette gebieden veroverden.

Amerikaanse en Britse krijgsgevangenen dienden als proefkonijnen in experimenten met dodelijk miltvuur, cholera en dysenterie. Maar buiten de laboratoria werd er geen slag mee gewonnen. De Britten experimenteerden in 1942 met miltvuurbacterien op schapen. Het Schotse eilandje Gruinard waar de experimenten werden uitgevoerd, is tot op heden besmet en verboden gebied.

In de Koude oorlog bestonden biologische wapens hoofdzakelijk uit beschuldigingen die over en weer werden geuit. Volgens China hadden in 1952 Amerikaanse vliegtuigen besmette insecten achter Noordkoreaanse linies afgeworpen. Een miltvuurepidemie in de Sovjet-stad Sverdlovsk in 1979 was volgens de CIA veroorzaakt door ontsnapte bacterien die in een experimenteel centrum voor de biologische oorlogvoering zouden zijn gekweekt. De gele regen in Laos en Cambodja bleek terug te voeren op uitwerpselen van een inheemse bijensoort. En zelfs het aids-virus zou in CIA-laboratoria zijn ontwikkeld.

Er is een melding van het gebruik van biologische wapens in Irak. In maart 1988 brak er in de Noordiraakse stad Suleimanyeh een tyfusepidemie uit. De Koerdische artsen in de stad vermoedden dat de bacterien in een laboratorium waren gekweekt, omdat er uit de verschillende ziektegevallen slechts een bacteriestam viel te isoleren. De objectiviteit van deze beweringen kan echter niet los worden gezien van de herhaalde gifgasaanvallen op Suleimaniyeh en omliggende dorpen kort voor het uitbreken van deze epidemie.

Verdrag

In 1972 werd door 111 landen een verdrag ondertekend dat ontwikkeling, produktie, opslag en gebruik van biologische wapens verbiedt. Irak heeft dat verdrag nooit ondertekend. Westerse inlichtingendiensten zijn op de hoogte van het bestaan van zwaar-bewaakte onderzoekcentra in de steden Salman Pak en Samarra. CIA-directeur Webster en de voorzitter van de Huiscommissie voor de strijdkrachten, Les Aspin, hebben onlangs rapporten vrijgegeven over aanwijzingen dat Irak inmiddels het onderzoekstadium heeft gepasseerd en dat het met de produktie van een of meer B-wapens is begonnen. Vooral de miltvuurbacterie wordt in dit verband genoemd.

De soldaten in de Saoedische woestijn hebben van bacteriologische wapens weinig te vrezen. De voorzorgsmaatregelen tegen strijdgassen bieden meestal tegelijkertijd bescherming tegen biologische besmetting. De aanwezigheid van B-wapens is dan ook voor de troepen alleen van psychologisch belang. De bezorgdheid van het Westen geldt vooral de geschiktheid van biologische wapens voor terroristische aanslagen.

Een kleine hoeveelheid schimmelgif in een drinkwaterreservoir of ziektekiemen in een airconditioning kunnen desastreuze gevolgen hebben voor kwetsbare burgers. Gevreesd wordt dat Irak virulentere stammen ontwikkelt of al heeft ontwikkeld van micro-organismen die vroeger als biologisch wapen faalden. Met de vrij toegankelijke kennis van genetische manipulatie en de recentelijk geleverde apparatuur zouden de Iraakse onderzoekers erin geslaagd kunnen zijn bijvoorbeeld resistentie tegen gangbare antibiotica en verhoogde pathogeniteit in bacterien in te bouwen.

De CIA heeft voor terroristische aanslagen gewaarschuwd en de Amerikanen houden met het ergste rekening. Het Centrum voor Publieke kwesties in Biotechnologie van de Universiteit van Maryland doet inmiddels onderzoek naar de besmettingsmogelijkheden van miltvuur in metrotunnels, voedselopslagplaatsen en waterleidingsystemen.