VS waarschuwen voor mislukken Gatt-ronde

BRUSSEL, 17 nov. De kans dat er een akkoord komt over verdere liberalisatie van de wereldhandel bij de onderhandelingen in de GATT (Algemene overeenkomst inzake handel en tarieven) is volgens de Amerikaanse minister van landbouw, Clayton Yeutter, tot onder de vijftig procent gezakt.

Dat zei Yeutter gisteren op een gezamenlijke persconferentie in Brussel na een dag van overleg met de Europese Commissie in het kader van de regelmatige ontmoetingen tussen de Amerikaanse regering en de Europese Gemeenschap.

'Hoewel ik van nature een optimist ben was ik over de GATT altijd al tamelijk pessimistisch', zo zei Yeutter. Hij meende dat een aantal 'essentiele elementen' nog niet waren opgelost: de Europese Gemeenschap bleek nog steeds niet bereid om iets te doen aan de exportsubsidies voor de boeren waarvoor volgens Yeutter een definitieve gedisciplineerde regeling moest worden getroffen. Evenmin was de Europese Gemeenschap bereid om de eigen markt meer open te stellen voor landbouwprodukten uit de rest van de wereld.

Carla Hills, de speciale handelsvertegenwoordiger van president Bush, legde er eveneens nadruk op dat de Verenigde Staten bij de GATT-onderhandelingen aandacht zullen vragen voor verlaging van de exportsubsidies. Bovendien stelde ze dat de tariefconcessies voor de invoer van Amerikaanse mais in de EG gehandhaafd moesten worden.

Commissaris Frans Andriessen voor externe betrekkingen beaamde dat er 'grote moeilijkheden tussen de VS en de EG' bestaan, maar die bestaan er onderling ook met andere partners in het GATT-overleg. Andriessen dacht dat er niettemin 'een constructieve mentaliteit' heerst om 'de problemen multilateraal op te lossen'.

Dat het conflict tussen de VS en de EG over de GATT de besprekingen van gisteren heeft beheerst, bleek toen de voorzitter van de Europese Commissie er nog eens op wees dat de Europese Gemeenschap de grootste handelsmacht ter wereld is en dat de onderhandelaars wel zullen aangeven 'wat de concessies zijn'. 'Men moet bereid zijn', zo zei Delors, 'naar de ander te luisteren.'