Vlagvertoon

Omdat de buren iets te vieren hadden, zagen we gisteren de Queen Mum in onze achtertuin passeren. Live, in een Range Rover met een open raampje, trok ze stapvoets voorbij over het public footpath dat aan de voet van onze tuin en die van de buren loopt, en wuifde. Niet een algemene wuif, nee: een vorstelijk handbewegen, helemaal alleen voor ons.

De wetenschap dat ze zou komen, had alle omwonenden al weken tevoren in volle paniek gebracht. Met verbijstering zagen we toe hoe de tuinlieden van hiernaast de heggen schoren, de bladeren veegden en zelfs, op een vroege morgen twee weken geleden, het ruw houten hek tussen het voetpad en onze tuinen met een schaaf onnatuurlijk glad polijstten. In de keuken van het buurhuis was de nervositeit al niet minder, want de koningin-moeder zou blijven lunchen en wat moest zo'n vorstelijk personage wel niet eten? We droegen, als alle buren, ons steentje bij door een zeventiende variant van Hollandaise-saus in te leveren.

Naarmate de dag naderde, werd ook onze benauwenis groter. Elizabeth de Koningin Moeder is met haar negentig jaar verreweg het populairste lid van het Britse vorstenhuis, een populariteit die ze in niet geringe mate te danken heeft aan de apocriefe verhalen over haar 'gewoonheid'. Zo zou ze wel eens 'blimey' gezegd hebben, bier als haarversteviging gebruiken en elke dag een gin-and-tonic drinken. Hoe moesten wij, als bloody foreigners die ook maar in dit land te gast zijn, het nodige respect betonen nu de hoge gast pal langs onze stokrozen zou trekken?

Aarzelend, want gespeend van elke kennis over betamelijkheid van vlaggen in den vreemde, kwamen we met onszelf tot een compromis. De Nederlandse vlag, zonder wimpel, provisorisch vastgemaakt aan een lange bamboestengel, wapperde om elf uur ' s ochtends vreemd eenzaam langs het voetpad, in afwachting van de dingen die komen gingen. Vanachter een ander hek, tussen de weilanden, sloegen we eerst Hare Majesteits aankomst bij het buurhuis gade.

Zeker achthonderd meter glooiend, maar onberispelijk grasveld scheidde ons van dat kleine lila vlekje op het bordes in de verte, waarvan wij allen wisten dat het de Koningin-moeder moest zijn. De National Trust had van Chartwell want dat is het huis waarnaast wij wonen tot aan het meer helemaal beneden in de tuin een loper uitgelegd. Daarover repten zich de overige genodigden voor de lunch, de modder vermijdend, naar het ingepakte standbeeld dat naast het meer op onthulling stond te wachten. Velen van hen hadden in het jaar van de herdenking van de Battle of Britain financieel bijgedragen aan het cadeau dat hier uitgepakt ging worden.

Onder het rood-wit-blauw van een enorme Britse vlag ging de bronzen beeltenis schuil van de laatste bewoner van het huis en zijn echtgenote: Winston Churchill en zijn vrouw Clementine. En omdat het gisteren precies vijftig jaar geleden was, dat Churchill premier van het nationaal kabinet in oorlogstijd werd, had de koningin-moeder zich bereid verklaard de beeltenis op zijn geliefde Chartwell persoonlijk te onthullen.

Toen de ceremonie voorbij was en de koninklijke gast met verrassend krachtige stem voor een negentigjarige een klein speechje gehouden had, voerde de route van de overige gasten rechtstreeks terug over de loper, maar de Queen Mum alleen reed terug naar het huis. En omdat ze niet door de tuin eerder dan de rest bij de achterdeur kon aankomen, maakte ze, langzaam rijdend, de omweg over het voetpad, langs de drie cottages waarvan wij er een bewonen.

Onwillekeurig stram stonden we naast de bamboestok met de Nederlandse vlag en het was geen wonder dat de op terreur gespitste politiemensen in de voorop gaande auto aanvankelijk wantrouwig inhielden. Honderden meters verder waakte, als enige andere getuige, een bobby met een mobilofoontje. De Range Rover hobbelde naderbij. Moesten we zwaaien? Toen ging het raampje achterin open en in een kader van lila boog een gestalte zich naar voren, een poezelig witte arm kwam naar buiten en pal voor ons spleet een perkamenten gezicht zich in een vriendelijke lach. 'Thank you', zeiden we nog uilig, maar toen was het al voorbij en voelden we ons als echte Hollanders opeens voor gek staan, met die vlag.