Verkiezingen in etnische lappendeken Bosnie-Herzegovina

ROTTERDAM, 17 nov. In de Joegoslavische republiek Bosnie-Herzegovina gaan morgen de kiezers naar de stembus voor de eerste vrije verkiezingen sinds de oorlog. Daarmee is Bosnie na Slovenie en Kroatie, waar eerder dit jaar de (ex-)communisten bij vrije verkiezingen de macht verloren, en Macedonie, waar afgelopen zondag werd gestemd, de vierde deelrepubliek waar het meerpartijenstelsel met verkiezingen wordt beklonken. De laatste twee, Servie en Montenegro, volgen op 9 december.

Bosnie-Herzegovina is een Joegoslavie in het klein: in tegenstelling tot de andere republieken heeft geen etnische groep er een dominerende positie en dat maakt de verkiezingen van morgen wat ingewikkelder dan elders. Het nieuwe parlement wordt namelijk geacht een weerspiegeling te zijn van de etnische samenstelling van de bevolking.

Volgens de volkstelling van 1981 bestaat de vier miljoen zielen tellende bevolking van Bosnie-Herzegovina voor 39,5 procent uit islamieten (een nationaliteit in de Joegoslavische definitie), voor 32 procent uit Serviers en voor 18,4 procent uit Kroaten. De resterende tien procent bestaat uit Slovenen, Albanezen en Montenegrijnen.

Etnische basis

De belangrijkste partijen, afgezien van de regerende communisten en de Alliantie van Hervormingskrachten van de federale premier Markovic, zijn op etnische basis georganiseerd: de islamieten hebben hun Partij van Democratische Actie (SDA), de Serviers hun Servische Democratische Partij (SDS) en de Kroaten hun Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ). De laatste twee partijen zijn Bosnische afsplitsingen van de partijen die in het naburige Kroatie respectievelijk de Servische minderheid en de Kroatische meerderheid vertegenwoordigen.

Net als zoveel in de veelvolkerenstaat Joegoslavie wordt de uitslag van de verkiezingen in hoge mate bepaald door rekensommetjes: er mag een meerpartijensysteem zijn ingevoerd en er mag vrij en geheim worden gestemd, maar garanties moeten er zijn. Zo is afgesproken dat de parlementaire vertegenwoordiging van de islamieten, de Serviers en de Kroaten hun aandeel in de bevolking moet weerspiegelen. Van de 240 zetels in het parlement hoort dus 40 procent te worden bezet door islamieten, 32 procent door Serviers en 18 procent door Kroaten. Die paragraaf in de Bosnische kieswet heeft nog heel wat hoofdbrekens veroorzaakt, want niemand weet of de kiezers morgen een 'etnische' stem uitbrengen. Er is dat heeft men met vrije verkiezingen geen garantie dat elke islamiet op de SDA, elke Servier op de SDS en elke Kroaat op de HDZ gaat stemmen.

Vervelend

Als ze dat niet doen, kan dat vervelende consequenties hebben, want volgens de kieswet moeten de verkiezingen in een kiesdistrict worden herhaald als de uitslag van de verkiezingen meer dan vijftien procent afwijkt van de etnische samenstelling van het kiesvolk in dat district. Als de kiezers zich opnieuw niet netjes gedragen volgt een tweede, en desnoods nog een derde of vierde herhaling. Daarbij schuilt een addertje onder het gras: de etnische samenstelling van de bevolking kan in de negen jaar die sinds de volkstelling van 1981 zijn verstreken zijn veranderd, door demografische oorzaken of door emigratie.

De inwoners van Bosnie en Herzegovina kiezen morgen ook een nieuw staatspresidium van zeven leden, dat eveneens de etnische samenstelling van de bevolking moet weergeven: het bestaat uit twee islamieten, twee Serviers, twee Kroaten en een vertegenwoordiger van de rest. De islamieten zijn er niet gelukkig mee slechts evenveel zetels te mogen bezetten als de Kroaten, maar ze zijn er niet in geslaagd die derde zetels in de wacht te slepen.

Buitengesloten

Wat er na de verkiezingen gebeurt, wanneer de communisten de regeringsgebouwen in Sarajevo ontruimen, is hoogst onduidelijk. Geen enkele partij kan sterk genoeg zijn om alleen te regeren. Een coalitie van twee partijen betekent echter dat de derde partij en daarmee de derde bevolkingsgroep zich buitengesloten voelt en dat zou zonder twijfel tot geweld leiden. Die vrees door een andere groep te worden gedomineerd bestaat vooral bij de Serviers. Voor hen is een coalitie van de islamitische SDA en de Kroatische HDZ een ware nachtmerrie: vooral van de Kroaten hebben ze na alle Servisch-Kroatische ruzies niets goeds te verwachten; algemeen gaat men er bij de SDS van uit dat de Kroaten, als ze eenmaal aan de macht zijn, niets liever willen dan delen van Bosnie bij Kroatie voegen. De Kroaten van hun kant vrezen de aspiraties van de Serviers in Belgrado en het hoofddoel van de HDZ is dan ook te verhinderen dat de islamieten en de Serviers het op een akkoordje gooien.

Het eindresultaat zal wel een grote coalitie van de drie partijen zijn. Dat evenwel is ook geen garantie voor rust, want de tegenstellingen tussen Serviers en Kroaten maken samenwerking binnen een driepartijencoalitie zo goed als onmogelijk. De Bosnische Serviers en Kroaten nemen ten aanzien van de belangrijkste problemen het standpunt in van 'hun' eigen republieken: waar de Serviers in Belgrado de bestaande federatieve structuur van Joegoslavie willen handhaven, willen die in Bosnie dat ook, terwijl de Kroaten in Zagreb, en daarmee ook die in Bosnie, op de vorming van een confederatie staan. De islamieten maakt het niet uit of Joegoslavie een federatie blijft of een confederatie wordt zolang er maar consensus bestaat een tamelijk utopisch standpunt. De Bosnische Serviers hebben al laten weten zich in de toekomst alleen neer te leggen bij besluiten die door Servie worden onderschreven; dat lijkt geen vruchtbare basis voor samenwerking binnen een grote coalitie.

Veel aanhang

Blijven over de twee andere, niet op etnische basis geformeerde partijen, de Alliantie van Hervormingskrachten van de federale premier Ante Markovic en de communisten die ook hier geen communisten willen zijn. Zij noemen zich nu sociaal-democratisch en heten Partij van de Democratische Verandering. Niemand weet aan de vooravond van de verkiezingen welk gewicht deze partijen in de schaal kunnen leggen. Markovic' Alliantie heeft sinds de oprichting eerder dit jaar overal in Joegoslavie veel aanhang vergaard maar lijkt volgens de voorlopige uitslagen in Macedonie de verwachtingen niet helemaal te hebben waargemaakt. Aan de andere kant bleek deze zomer bij opiniepeilingen dat Markovic juist in Bosnie het meest werd gesteund: liefst 93 procent van de Bosniers bleek toen voorstander te zijn van zijn hervormingsplannen (tegen 79 procent in heel Joegoslavie).

De ex-communisten op hun beurt zijn ten prooi geweest aan verwarring en interne ruzies sinds het miljardenschandaal Agrokomerc de republiek Bosnie twee jaar geleden op haar grondvesten deed schudden. Die verwarring is nog toegenomen sinds het staatsapparaat begin dit jaar werd gedepolitiseerd en twintigduizend Bosnische ambtenaren te horen kregen dat ze hun lidmaatschap van de voormalige communistische partij moesten opgeven op straffe van ontslag. De partijcellen in de ministeries bestaan niet meer en het staatspresidium heeft zich losgemaakt van de partij. Dat heeft de animo om de Partij van Democratische Verandering, ondanks die dappere naam, te steunen er niet groter op gemaakt.