Prominenten kunnen zonder regeringstoestemming naar Bagdad; Toegeven aan chantage altijd slecht

Drie maanden geleden op 16 augustus kregen de Amerikaanse en Britse onderdanen in het door Irak veroverde en geannexeerde Koeweit van de autoriteiten het bevel zich in twee speciale hotels te melden om te worden geinterneerd.

Met die aankondiging begon een spel met dodelijke inzet als onderdeel van de strijd om de hegemonie in het Arabische Schiereiland en de hele Arabische wereld. In dit spel vervult Saddam Hussein de rol van de kat, en zijn vele tienduizenden buitenlanders in Irak en Koeweit opgejaagde muizen geworden.

Aanvankelijk wilden de Westerse regeringen de muizen geen 'gijzelaars' noemen. Zij deden hun uiterste best Saddam het voordeel van de twijfel te geven niet om Saddam te sparen maar omdat de ervaring had geleerd in welke zwakke positie zij zouden worden gemanoeuvreerd, zodra de publieke opinie besefte dat het lot van de gegijzelden afhankelijk was van de politieke opstelling van hun regeringen.

Inderdaad werd dit verband al op de vijfde dag na de invasie gelegd door een woordvoerder van de door Saddam geinstalleerde Koeweitse revolutionaire regering een regering die vervolgens spoorloos verdween. De woordvoerder deelde mee dat regeringen 'van ons niet moeten verwachten dat wij eervol handelen terwijl zij tegen ons samenzweren'.

Door de hele geschiedenis zowel van Europa als van het Midden-Oosten hebben heersers zich in hun internationale betrekkingen bediend van gijzeling om zichzelf tegen hun vijanden te beschermen. Zowel in het oude Rome als in het Ottomaanse Imperium was het goed gebruik om de zoons van verslagen vorsten als gijzelaars vast te houden. Als hun vader vijandige plannen koesterde, dan wist hij dat zijn zoon(s) het risico liep(en) te worden geliquideerd. Ook in de Europese internationale betrekkingen was tot diep in de achttiende eeuw gijzeling van direct-betrokkenen aan het politieke spel een aanvaard en zelfs beschaafd principe om diplomatieke verdragsverplichtingen te garanderen.

Conventie van Geneve

De Franse Revolutie veranderde dit ordeningsaspect. Gijzeling werd een methode om derden angst aan te jagen en niet-direct-betrokkenen verantwoordelijk te stellen voor daden waarmee zij niets te maken hadden. Tijdens een opstand van de contra-revolutie in de Vendee werd, krachtens een speciaal daarvoor uitgevaardigde 'gijzelaarswet' in Parijs, een aanval op regeringstroepen bestraft met deportatie van familieleden van geemigreerde adellijken.

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd tijdens oorlogen steeds vaker gebruik gemaakt van gijzelaars als menselijk schild, bijvoorbeeld om militaire treinen tegen aanvallen van de vijand te beschermen. In de vorige eeuw waren die gijzelaars meestal gevangengenomen militairen of partizanen, maar toen de gewoonte eenmaal was ingesleten, werden gijzelaars gewone burgers die, na een aanval op militairen, als represaille werden neergeschoten. Bij de Neurenberg-processen na de Tweede Wereldoorlog werden nazi's die het gijzelaarswapen aldus hadden gehanteerd, wegens oorlogsmisdaden ter dood veroordeeld. Pas in 1949 vaardigde de Conventie van Geneve, die ook door Irak is getekend, een strikt verbod uit tegen het gebruik van gijzelaars terwille van oorlogsdoelen of ter bescherming van strategische plaatsen.

Saddam Hussein stelt dat de Conventie niet op zijn 'gasten' van toepassing is omdat er geen oorlog is. Daarom geeft hij het Internationale Rode Kruis geen toestemming de gijzelaars te verzorgen of zelfs maar te bezoeken. Nationale Rode Kruis-organisaties mogen zich daarentegen wel bekommeren om hun in Irak vastgehouden landgenoten.

Saddam heeft dit scherpe onderscheid vooral gemaakt omdat het een zeer praktisch doel dient: geld of goederen af te persen. Daarmee bewandelt hij een beproefd pad. Van oudsher werd gijzeling immers ook gezien als een probaat middel om het eigen vermogen door middel van losgeld aanzienlijk te vergroten. Alle bezoeken van nationale Rode Kruis-organisaties aan Irak gaan daarom gepaard aan de gratis levering van medicijnen.

Pleitbezorgers

De gijzelaars dienen echter nog een derde doel, dat pas door de Islamitische Revolutie in Iran werd uitgevonden. Toen werd de gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel in Teheran gebruikt om zowel de binnen- als de buitenlandse publieke opinie te overtuigen van de Amerikaanse verdorvenheid en het islamitische gelijk. Thans past Saddam Hussein precies hetzelfde recept toe.

Eveneens naar het voorbeeld van de Iraniers in 1979-1980, laat hij druppelsgewijs een aantal gijzelaars vrij. Uit zijn rijke ervaring als chanteur weet hij dat een beperkt aantal vrijlatingen het effect heeft van chocolade: wie een stukje heeft geproefd, wil meer.

'Irak beschouwt de stroom van politici die hier komen als een manier om de waarheid van zijn standpunt over te brengen', zei onlangs de Iraakse minister van voorlichting Latif al-Yassim. Zijn baas Saddam is er namelijk van overtuigd dat de door hem uitgenodigde ex-dignitarissen van naam, die in Bagdad gijzelaars proberen los te weken, in eigen land als pleitbezorgers voor zijn politiek zullen optreden.

Hij heeft niet helemaal ongelijk, zoals blijkt uit het zorgvuldig geregisseerde en voortdurend herhaalde scenario van de afgelopen weken. Alle voormalige en gepensioneerde hoogwaardigheidsbekleders, die op uitnodiging van de Iraakse autoriteiten en tegen de zin van hun eigen regeringen naar Bagdad reisden, smaakten weer even de oude genoegens waaraan zij in de loop van hun carriere zo verslaafd waren geraakt: de dikke limousines die hen rondreden, de hijgende verslaggevers die achter hen aanrenden, de televisielampen die hen eventjes aan een dreigende vergetelheid ontrukten. Opnieuw luisterden anderen ademloos naar hun mededelingen over de zo noodzakelijke diplomatieke en vredesmogelijkheden die bepaald niet zijn uitgeput, en over de mogelijke wegen naar een vergelijk met Saddam die alsnog bewandeld zouden kunnen worden.

Saddam heeft van Irak een land gemaakt waarin dodelijke angst voor de geheime politie de motor is geworden van de samenleving. Wie zich tegen hem verzet, wordt geliquideerd, soms zelfs letterlijk in mootjes gesneden. Wie tijdens ondervraging de juiste informatie weigert te geven, loopt het risico dat hij moet toezien hoe zijn naaste verwanten tot en met zijn kinderen voor zijn ogen worden gemarteld en verkracht.

Wie angst als het belangrijkste instrument voor zijn politiek hanteert, weet hoe gemakkelijk chantage is. Al te nieuwsgierige, Westerse journalisten die thans in Irak op reportage zijn, worden voortdurend door hun begeleiders herinnerd aan het lot van hun collega Bazoft die in maart 'wegens spionage' werd opgehangen.

Chantage

Gijzeling is de moeder en de vader van chantage. Saddam bespeelt het instrument van de gijzelaars even virtuoos als de concertmeester zijn viool. Met de zorgvuldig uitgekiende vrijlatingen vergroot hij het onderlinge wantrouwen van zijn vijanden. Daarom werden de Franse 'gasten' opeens allemaal uit Irak gelaten. 'Het is in ons belang dat er in Europa een land is, dat in staat is enige afstand van de Amerikaanse politiek te nemen', zei Saddam ter verklaring in een interview aan het blad Algerie-Actualite.

Hoewel alle politici beseffen dat het uit elkaar spelen van het anti-Saddam-bondgenootschap een belangrijk doel van de vrijlatingen is, melden zich desondanks steeds meer ex-bewindvoerders aan om in Bagdad gijzelaars los te praten. Want inmiddels zijn de gijzelaars en hun naasten een steeds luidere lobby geworden. Zij zijn murw geworden door hun zich voortslepende gevangenschap en door de spanning die president Bush opwekt met zijn afwisselende verklaringen die de ene week oorlog en de week daarop een diplomatieke oplossing in het vooruitzicht stellen. Zij accepteren niet langer hun rol als pionnen in het internationale schaakspel.

Zolang de anti-Saddam-coalitie zich aan haar plechtige afspraak hield om de gijzelaars onder geen beding tot inzet te maken van welke koehandel ook, was het in theorie nog mogelijk hun lot ondergeschikt te maken aan een Hoger Belang: de bevrijding van Koeweit en, indien mogelijk, de vernietiging van Saddams oorlogsmachine. Officieel houdt men zich nog altijd aan de letter van die afspraak.

Maar steeds meer coalitiegenoten lijken de geest daarvan te schenden, door akkoord te gaan met het sturen van 'humanitaire missies', die al dan niet van parlementaire aard zijn. Uiteraard is het onmogelijk om in Bagdad over niet-politieke koetjes en kalfjes te praten en daarmee gijzelaars los te peuteren. Dus worden er wel degelijk politieke uitspraken gedaan. Maar die uitspraken betekenen niet zoveel omdat zij afkomstig zijn van personen die geen macht (meer) hebben.

Nu de oorlog voor de zoveelste maal is uitgesteld en er zoveel tijd is verstreken sinds het ogenblik van hun gevangenneming, zijn de gijzelaars niet langer anonieme figuren waarover men abstract denkt en die men hoewel met spijt in het hart in feite al heeft afgeschreven. De vrijlating van een aantal van hen, die over hun ervaringen berichtten, heeft ervoor gezorgd dat de achtergeblevenen een menselijk gezicht hebben gekregen. Hun politieke invloed groeit met elke week die verstrijkt.

Dus trekken in steeds grotere getalen individuen en gezelschappen naar Bagdad om daar gijzelaars los te weken. De 'humanitaire aard' van hun reis, die overigens altijd gepaard gaat met een zending gratis medicijnen, onderstreept niet alleen de menselijkheid van deze vredesgezanten, maar ook hun politieke gewicht.

Handicaps

Natuurlijk spelen zij daarmee Saddam in de kaart. Hun in Bagdad geuite kritiek op de Amerikaanse politiek die te weinig vredesmogelijkheden zou openlaten, brengt Saddam in de waan dat hij de coalitie tegen hem uiteindelijk toch uitelkaar kan spelen. Hun aanwezigheid wordt uitvoerig door de Iraakse media gemeld als het zoveelste bewijs dat Saddam niet alleen menselijk handelt en het grootste gelijk van de wereld heeft, maar ook dat Irak beslist geen geisoleerd land is.

Een van Saddams grootste handicaps is dat hij in eigen land nooit een verschil heeft gemaakt tussen een afwijkende mening en totale vijandschap. Wie het niet met hem eens was, diende uitgeroeid te worden. Politiek is voor hem het voeren van een totale oorlog. Op dezelfde wijze beoordeelt hij de politiek van andere landen. Zo wist hij voor zijn invasie in Koeweit dat vooraanstaande Koeweiti's scherpe kritiek hadden op de politiek van de emir. Maar daaruit concludeerde hij ten onrechte dat zij met huid en haar tegen het emiraat waren gekant en dus voor zijn kar konden worden gespannen.

Evenzo geeft hij een verkeerde interpretatie aan de vredesmissies naar Bagdad en aan de groeiende kritiek in de VS op president Bush. De zorg om een paar individuele gijzelaars en de angst voor een oorlog bevestigen alleen zijn idee dat het slappe Westen uiteindelijk toch geen vuist tegen hem zal maken.

Koning Hussein van Jordanie, die al sinds jaren Saddams politiek aan het Westen verkoopt, heeft al vaker verkondigd dat zijn Iraakse broeder erg geisoleerd is en heel weinig van de buitenwereld weet. Nog onlangs vertelde de koning dat het nog steeds niet tot Saddam is doorgedrongen hoe ernstig de situatie voor Irak in feite is.

Er valt dus wel wat te zeggen voor het argument dat de missies naar Bagdad een oorlog alleen maar waarschijnlijker maken omdat zij Saddams realiteitszin zodanig belemmeren dat hij niet in staat is op tijd de nodige concessies te doen. Ook is het waar dat zulke missies Saddams propagandamachine behulpzaam zijn. Evenmin valt het te ontkennen dat die missies slechts een deel van de gijzelaars naar huis brengen en dat de gijzelaars die in Irak achterblijven, het alleen maar moeilijker zullen krijgen.

Toegeven

Maar is het altijd per definitie slecht om aan chantage toe te geven, als het erom gaat mensenlevens te redden, al zijn het slechts enkelen? Moeten alle gijzelaars worden opgeofferd omdat zij onder de huidige omstandigheden niet allen te redden zijn? In welke oorlog en het gijzelen door Irak is toch een zeer duidelijke vorm van oorlog kun je volhouden dat het redden van enkelen verboden is op grond van het principe: alles of niets?

Er is juist alle reden om in te spelen op Saddams zwakste punten. Hij denkt met de gijzelaars een ijzersterke troef in handen te hebben, hoewel hun lot uiteindelijk niet bepalend zal zijn voor het al dan niet uitbreken van de oorlog. Hij is bovendien bezeten van het idee dat hij tot de Groten der Aarde gerekend moet worden. Die twee uitgangspunten leiden tot de conclusie dat het helemaal niet zo slecht is als al die oude ex-politici die in feite geen enkele politieke macht meer hebben, Saddam de door hem zo benodigde illusies geven en als dank een paar gijzelaars mee naar huis krijgen.

Wie de politiek serieus neemt, kan echter niet van parlementen verwachten dat zij enerzijds de besluiten van hun regeringen steunen om Saddam op geen enkele wijze tegemoet te komen, en anderzijds de beslissing nemen om mensen naar Bagdad te laten reizen en daar met Saddam over de gijzelaars te onderhandelen.

Maar er is helemaal niets op tegen als geachte personages het liefst voormalige politici die namens 'brede lagen van de bevolking' kunnen spreken Saddams eigenliefde komen strelen, op voorwaarde dat zij niet namens regering en/of parlement optreden.

Laten figuren als Luns, Schmelzer, Biesheuvel, Piet de Jong zich svp melden! Uiteraard moeten zij zonder toestemming van regering en parlement naar Bagdad afreizen. Het zou zelfs het resultaat van hun missie bevorderen als hun voornemen de officiele toorn van minister Van den Broek opwekt.

Zij moeten wel snel handelen. Want Saddam moge in Bagdad eenzaam zijn, hij is door de stroom van nieuwe bezoekers niet langer alleen. En naarmate er meer bezoekers komen, dienen de vliegtuigen waarmee zij arriveren, gevulder te zijn met voedsel, medicijnen en als het even kan geld.

Elke dag eist hij iets meer, zoals bleek uit zijn weigering een Canadese parlementaire delegatie te ontvangen. Alleen de door hem uitgenodigde minister van buitenlandse zaken zou nu nog welkom zijn. Een Deense oud-premier kreeg te horen dat alle Denen vrij konden komen als Denemarken de bevroren tegoeden van Irak zou vrijgeven.

Als Luns en/of anderen zich nog eenmaal zo niet voor het vaderland, dan wel voor vaderlanders verdienstelijk wil maken, dringt de tijd. Saddam vindt een lading aspirine waarschijnlijk niet langer voldoende.