PERESTROJKA

The Awakening of the Soviet Union door Geoffrey Hosking 182 blz., Heinemann 1990, f 56,35

ISB ISBN 0 434 34814 7In de herfst van 1988 hield Geoffrey Hosking voor de BBC de Reith Lectures. Ik weet niet wat ik me bij colleges voor radio (of televisie) moet voorstellen, maar ik neem aan dat ze de moeite waard zijn geweest. In ieder geval is het boek dat op basis van deze lezingen is verschenen, The Awakening of the Soviet Union, aardig: een beknopte en leesbare verhandeling over de veranderingen in de Sovjet-Unie, vanuit het perspectief van de samenleving. Uitgangspunt van Hoskings betoog is de wonderbaarlijke wederopstanding van deze Sovjet-samenleving. Hoe kan de onverwachte opbloei van de zogeheten 'civil society', het geheel van deels afhankelijke en deels onafhankelijke, deels spontane en deels gestuurde organisaties, clubs, groeperingen, verenigingen en partijen worden verklaard, en wat is hiervan de betekenis voor het welslagen van de hervormingen van bovenaf? We zijn geneigd de Russen te beschouwen als passief en slaafs, merkt Hosking op, en we nemen doorgaans aan dat, omdat ze geen democratische ervaring hebben, ze niet in staat zullen zijn een open en pluralistisch politiek systeem te creeren. Ten onrechte, meent hij. De Russische bevolking kent een traditie van politieke participatie en onderlinge solidariteit die in de huidige situatie van doorslaggevend belang kan zijn.

Staat en samenleving in de Sovjet-Unie zijn in vergaande mate gevormd door het totalitaire karakter van het politieke systeem, meent Hosking. Er heeft altijd een grote kloof bestaan tussen schijn en werkelijkheid. Instituties functioneerden nooit precies zoals 's lands heersers het hadden bedoeld. De Russen hebben in de loop van de geschiedenis een grote mate van aanpassings- en overlevingsvermogen getoond, gebaseerd op een sterk ontwikkelde gemeenschapszin: van de mir tot het volksfront. Deze communale houding heeft de samenleving tot op zekere hoogte beschermd tegen de soms waanzinnige aspiraties van haar regeerders, merkt Hosking op, maar ze heeft ook, met name in Rusland, een 'nivellerend' effect gehad, een sterk ontwikkeld egalitair denken. Hosking heeft gelijk als hij stelt dat de bloei van de informele beweging in de Sovjet-Unie een blijk is van de (traditionele) vitaliteit van de samenleving; hij geeft echter niet aan wat de gevolgen van dit egalitarisme, dit 'totalitarisme van onderaf', zoals het wel is getypeerd, zouden kunnen zijn voor het welslagen van politieke en economische modernisering.

Dat is de zwakke kant van The Awakening of the Soviet Union. Hosking stelt interessante vragen, vanuit een origineel perspectief, maar zijn antwoorden blijven nogal eens in het luchtledige. Te vaak beperkt de auteur zich tot de beschrijving en laat hij de analyse achterwege. Zijn verhaal is helder, informatief en sympathiek, maar het is niet af. Wat dat betreft, is het wellicht karakteristiek voor de huidige stand van de Ruslandkunde: we weten wat er gaande is, we weten hoe het zover is gekomen, maar we hebben geen idee hoe het verder zal gaan.

Mayers historisch onderzoek is vooral gericht geweest op het Europa van de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Het was de hoogtijperiode van het moderne nationalisme - het politieke, reactionaire, destructieve nationalisme. ' Het ideologisch vacuum waarin de landen in Midden- en Oost-Europa momenteel verkeren is de beste voedingsbodem voor een wederoplevend nationalisme', meent Mayer. ' Als de euforie van de bevrijding voorbij is, en die is bijna voorbij, zullen de Oosteuropeanen de spanningen, de kosten en de stuiptrekkingen gewaar worden waarmee de hervorming van hun samenleving gepaard gaat. Geen van de nieuwe regimes kan het, in een situatie van volledig ideologisch bankroet, zonder een beroep op nationalistisch sentimenten stellen. In een tijdsgewricht van spanning en onzekerheden is ideologie bij uitstek het instrument van mobilisatie en controle. En er is weinig voorhanden. Als blijkt dat het democratisch gedachtengoed, hoe innig de regeerders het ook omhelzen, minder vruchtbaar is dan in de eerste enthousiaste ogenblikken werd verwacht, rest weinig anders dan het voorspelbare idee van het belang van de natie. En op het moment dat je dat doet, dan stap je op degenen die zichzelf niet beschouwen als een deel van die natie. Nationalisme is een ambivalent fenomeen natuurlijk, maar in Oost-Europa bestaat de neiging de verschrikkingen te vergeten die zijn bedreven in de naam van de natie en het nationalisme. Verschrikkingen die ze hebben begaan en ondergaan.