Orchidee of paardebloem

Voorstelling: Mata Hari, musical van Rients Gratama, Peter Sijbenga en Addy Scheele. Spelers: Janke Dekker, Rients Gratama, Rob van de Meeberg, Just Meyer, Maaike Schuurmans, e.a. Toneelbeeld: Tom Aukes. Muzikale leiding: Alan Evans. Regie: Horst Mentzel. Gezien: 15/11 in Cultureel Centrum, Amstelveen.

Geen wonder dat er ooit een musical over Mata Hari zou komen: meisje uit braaf Leeuwarden (fin de siecle) wordt in Parijs een sensatie met haar quasi-Indische dans, raakt tijdens de eerste wereldoorlog verzeild in inlichtingenwerk en vindt de dood voor een Frans vuurpeleton daar zit meer dan genoeg drama in voor een meeslepend spektakel met zang en dans, joyeuze taferelen en grimmige scenes. Het was goed nieuws dat Rients Gratama daartoe het initiatief had genomen; Nederlandse musicals zijn weer schaars geworden en hier lag een prachtig onderwerp met Nederlandse facetten op hem te wachten.

Hoe is het dan mogelijk dat de musical Mata Hari, een vrije produktie met steun van WVC en de provincie Friesland, me gisteravond zo tegenviel? Ik vrees dat het vooral Gratama is, een cabaretier met een respectabele reputatie, die zich aan de onderneming heeft vertild. Veel te omslachtig behandelt hij de voorgeschiedenis (in de pauze zijn we nog maar bij het besluit van Margaretha Zelle om naar Parijs te gaan) en als het in de laatste twintig minuten eindelijk over de Grote Intriges gaat, is de show bijna afgelopen. Het spannendste deel krijgt de minste aandacht. Veel daarvan speelt zich buiten beeld af en moet door anderen worden naverteld. Door het gebrek aan verstaanbaarheid, dat de premiere teisterde, wordt het doodvonnis al geveld als de toeschouwer nog maar half heeft begrepen hoe het met die spionage zat.

Binnen die onbeholpen constructie zijn soms aansprekende tekstregels te horen (vader Zelle ziet zijn dochter als 'een orchidee tussen de paardebloemen in dit boerenland') en hoopgevende aanzetten tot het scheppen van een tijdsbeeld. Extra handicaps vormen echter de krachteloze kabbelmuziek van Peter Sijbenga en Addy Scheele en de logge, nogal warrige regie van Horst Mentzel. In plaats van de vereiste vaart voegde hij psychologisch bedoelde stiltes in, zodat de voorstelling geen moment vleugels krijgt. Bovendien zette hij sommige cruciale scenes zo ver weg op het achtertoneel, dat van meeleven geen sprake kan zijn. Het zou moeten tintelen en flonkeren, zo wuft als Mata Hari, maar het blijft steken in de Friese klei klompendansen, zichtbaar woekerend met bescheiden middelen, in een schraal decor van schuivende, zwarte panelen.

In de hoofdrol kan Janke Dekker hooguit enkele ogenblikken suggereren, dat Margaretha Zelle werd voortgedreven door levenslust. Ze doet wat ze kan, maar ook het sololied dat haar drijfveren moet verklaren (Dat ben ik), is tekstueel en muzikaal te onhandig om als showstopper te fungeren. Gebrek aan gehaaidheid, te hoog gegrepen, wat een teleurstelling.

    • Henk van Gelder