Opnieuw de koppeling

IS DE MINISTER van sociale zaken, B. de Vries, nu voor of tegen de koppeling tussen lonen en uitkeringen? Wie het weet mag het zeggen. Vorige week sprak het kabinet over zijn voorstel om in de wet een derde ontsnappingsclausule op te nemen. Behalve een forse loonstijging of een flinke toeneming van het aantal uitkeringsgerechtigden zou ook de financiele positie van het Rijk aanleiding moeten kunnen zijn de koppeling niet (volledig) toe te passen. De PvdA-ministers onder aanvoering van vice-premier en partijleider Kok keerden zich fel tegen dit idee. Het kabinet kwam er dan ook niet uit.

Deze week stond er in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de begroting van Sociale Zaken een schijnbaar heel andere De Vries. Hij moest niet als tegenstander van de koppeling worden gezien, maar als groot voorstander, zo was de portee van zijn betoog. En juist omdat hij het zo goed meende met deze in het regeerakkoord vastgelegde kabinetsdoelstelling, vond hij het nodig om in de ministerraad 'serieus de vraag voor te leggen' of begin volgend jaar de tussenbalans kan worden opgemaakt zonder schade te berokkenen aan de koppelingen. Dat kan als de collectieve lastendruk niet oploopt, de lonen gematigd blijven en bezuinigingen niet ten koste gaan van de werkgelegenheidsgroei, aldus de boodschap van De Vries aan respectievelijk de PvdA, de vakbeweging en zijn collega-ministers.

VOOR ZOVER het De Vries' bedoeling was met de derde uitzonderingsgrond coalitiepartner PvdA tot budgettaire discipline te dwingen, is hij daar voortreffelijk in geslaagd. De vice-fractievoorzitter van de PvdA, F. Leijnse, verklaarde afgelopen donderdagavond in het debat dat De Vries niet hoefde te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de PvdA op dit punt. Er was voor minister van financien annex PvdA-partijleider Kok geen enkele reden om 'bij de eerste tegenwind' weg te lopen voor ombuigingen, aldus Leijnse. Hopelijk geldt die belofte ook voor de in het regeerakkoord vastgelegde afspraak dat de collectieve lastendruk niet mag stijgen. Het verleden heeft bewezen dat hogere lasten onmiddellijk op de lonen worden afgewenteld met als gevolg negatieve effecten voor de werkgelegenheid.

Als de opgerakelde discussie over de koppeling bedoeld was om de vakbeweging nog eens op het hart te drukken geen al te forse looneisen te stellen, dan is De Vries daar eveneens in geslaagd. De vakbond die looneisen durft te stellen van vier procent of meer kan rekenen op reprimandes uit eigen kring. Terwijl iedereen toch weet dat er een groot verschil zit tussen looneis en feitelijke uitkomst van de cao-onderhandelingen.

Of het De Vries eveneens gelukt is zijn collega-ministers ervan te overtuigen bij de tussenbalans in het belang van de koppeling geen werkgelegenheidsvernietigende ombuigingsmaatregelen te treffen, zal pas in januari blijken. Het lijkt een bijna onmogelijke opgave.

WAT HET JONGSTE DEBAT over de koppeling in elk geval wel pijnlijk helder aan het licht heeft gebracht, is dat er nauwelijks meer rationeel over de koppeling kan worden gesproken. Men is voor of tegen, naar argumenten wordt nauwelijks meer geluisterd. De PvdA, die dankzij de gewijzigde Oost-West verhouding niet meer over de kruisraketten hoeft te praten, lijkt met de koppeling een ander geloofsartikel in huis te hebben gehaald. En het nadeel van geloofsartikelen is bekend: er wordt niet meer nagedacht.

De koppeling is aan de ene kant een handzaam instrument. Het geeft werklozen, arbeidsongeschikten en bejaarden zekerheid. Het is voorts het goedkoopste middel om de koopkracht van de laagstbetaalden op peil te houden. Immers, het alternatief - een verlaging van belastingen en premies - kan niet worden toegespitst op alleen de uitkeringsgerechtigden. De koppeling is nog redelijk betaalbaar ook: de hogere uitkeringen die het gevolg zijn van hogere lonen kunnen gefinancierd worden uit de hogere belasting -en premieopbrengsten. Koppeling kost dan ook geen 'extra' overheidsgeld. Daarentegen kan het loslaten van de koppeling als bezuiniging worden geboekt, zoals blijkt uit de Miljoenennota's van de eerste twee kabinetten-Lubbers.

Maar de koppeling is tevens een star instrument. Want bovenstaande argumenten gaan alleen op in tijden van economische voorspoed. Als de verhouding actieven-inactieven wordt verstoord doordat de werkloosheid fors toeneemt, wordt de betaalbaarheid wel degelijk een probleem. Bovendien heeft de koppeling ongewenste neveneffecten. Een gevolg bijvoorbeeld van dit aanpassingssysteem is dat ook het wettelijk minimumloon automatisch wordt verhoogd. Zo is de paradoxale situatie ontstaan dat de overheid loonkostensubsidies verstrekt om maar zoveel mogelijk mensen op minimumloonniveau aan het werk te helpen en dat tegelijkertijd het minimumloon als gevolg van de koppeling weer wordt verhoogd.

VANDAAR DAT DE DISCUSSIE over een, twee of drie uitzonderingsgronden voor de koppeling in feite een verkeerde is. Het wetsvoorstel van minister De Vries over de aanpassing van de uitkeringen aan de loonontwikkeling moet nog naar de Tweede Kamer. Eigenlijk zouden daarin alle uitzonderingsgronden moeten worden geschrapt en vervangen door slechts een voorwaarde: dat de politiek verantwoordelijken keer op keer over het al dan niet toepassen van de koppeling verplicht nadenken.