Oorspronkelijk doel pan-Europese top achterhaald

PARIJS, 17 nov. Het voorstel voor de pan-Europese top die maandag in Parijs begint, is afkomstig van Sovjet-president Gorbatsjov. Hij kwam ermee tijdens het bezoek dat hij eind vorig jaar, vlak voor de top met de Amerikaanse president Bush op de rede van Malta, aan Italie bracht. De top zou zich moeten beraden, zo stond Gorbatsjov toen voor ogen, over de toekomstige structuur van Europa, over de voorwaarden voor een uiteindelijke vereniging van de twee Duitslanden en zou een aanzet moeten vormen voor een gedeeltelijke terugtrekking van Amerikaanse en Sovjet-troepen uit Centraal-Europa.

De Fransen waren direct enthousiast voor het idee en president Mitterrand stelde Parijs als plaats van samenkomst voor. Ook de Westduitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, zag er wel wat in. In januari zei hij dat de pan-Europese top een vitale rol zou kunnen spelen bij het proces van Duitse eenwording. 'De twee Duitse staten zullen niet met uiteenlopende inzichten naar deze top komen maar, naar ik hoop, met een gezamenlijk concept.'

De Amerikanen zagen aanvankelijk niet zoveel in Gorbatsjovs voorstel, maar uiteindelijk gingen ze toch akkoord op voorwaarde dat het geen 'top om de top' zou worden. De ontmoeting zou alleen mogen doorgaan als er concrete afspraken op tafel zouden liggen voor vermindering van de conventionele bewapening in Europa. Die voorwaarde zou de landen die deelnemen aan de besprekingen over reductie van de conventionele bewapening in Wenen (CFE) dwingen haast te maken met het bereiken van een akkoord. De Amerikaanse president Bush deed tegelijk het voorstel om de omvang van de Amerikaanse troepen in Europa terug te brengen tot 225.000 man.

Stroomversnelling

De stroomversnelling waarin de ontwikkelingen in Europa dit jaar terecht zijn gekomen, heeft de oorspronkelijke doelstellingen van de topconferentie grotendeels achterhaald. De Duitse eenheid is inmiddels een feit geworden. Via het kanaal van het twee-plus-vier-overleg hebben de vier geallieerden uit de Tweede Wereldoorlog de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, Groot-Brittannie en Frankrijk hieraan hun medewerking kunnen verlenen. De top in Parijs zal weinig meer kunnen doen dan constateren dat de Duitse eenheid een feit is.

De veranderingen in Midden- en Oost-Europa hebben ertoe geleid dat een groot deel van de daar gelegerde troepen al naar huis is of tenminste onderweg naar huis. Over de in de voormalige DDR gelegerde troepen hebben Duitsers en Russen inmiddels de afspraak gemaakt dat die uiterlijk in 1994 zullen zijn vertrokken. Dat heeft ertoe geleid dat sinds september niet meer gesproken wordt over de omvang van de strijdkrachten van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten in Europa. De in februari nog in Ottawa gemaakte afspraak dat Russen en Amerikanen elk niet meer dan 195.000 man in Centraal-Europa zouden hebben, is inmiddels door de feiten achterhaald.

Een belangrijke bijdrage aan deze ontwikkeling vormde de belofte van bondskanselier Kohl, medio juli van het afgelopen jaar tijdens een bezoek aan de Sovjet-Unie gedaan, dat de omvang van de strijdkrachten van een verenigd Duitsland binnen drie tot vier jaar zou worden teruggebracht tot 370.000 man. Die belofte werd op 30 augustus door minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher tijdens het CFE-overleg in Wenen in een officiele, eenzijdige verklaring bevestigd.

Instemming

De landen van NAVO en Warschaupact zullen volgende week in Parijs plechtig vaststellen dat ze elkaar niet meer als vijanden beschouwen en deze non-agressieverklaring zal door de overige (neutrale en niet-gebonden) landen met instemming worden begroet.

De topconferentie van staatshoofden en regeringsleiders van alle Europese landen (vooralsnog minus Albanie, dat slechts als waarnemer aanwezig zal zijn), de Verenigde Staten en Canada, zal in de woensdagmorgen te ondertekenen plechtige Verklaring van Parijs voorts instemming betuigen met de diep ingrijpende veranderingen die zich de afgelopen tijd in Europa hebben voorgedaan.

In het tweede deel van de verklaring worden de richtlijnen vastgesteld voor de verdere loop van het CVSE-proces tot aan de eerstvolgende vervolgconferentie, die in het voorjaar van 1992 in Helsinki zal worden gehouden. Hierin komen afspraken over verdere samenwerking en verbetering van de situatie van de mensenrechten ter sprake. In het tweede deel van de Parijse Verklaring zullen verder afspraken worden vastgelegd over de bescherming van minderheden, hulp aan noodlijdende landen in Oost-Europa en over de bescherming van het milieu.

Groot struikelblok in de discussie over de voortgang van het proces van ontspanning in Europa was tot voor kort de kwestie hoe de besprekingen over conventionele ontwapening verder zouden moeten worden gevoerd. De Amerikanen hielden lange tijd vast aan hun eis dat dergelijke besprekingen van blok tot blok, dus uitsluitend tussen de 22 landen van NAVO en Warschaupact zouden worden gevoerd. In Wenen is inmiddels overeengekomen dat de besprekingen tot de vervolgconferentie van 1992 inderdaad op basis van de twee oude militaire bondgenootschappen worden gevoerd, maar dat binnen zes maanden na de top van Parijs besprekingen zullen beginnen over de integratie van de CFE-onderhandelingen met de zogeheten CSBM-onderhandelingen, waarin alle 34 CVSE-landen meespreken over vertrouwenwekkende maatregelen. Na Helsinki zouden die twee gespreksforums dan definitief in elkaar moeten worden geschoven. Dan zal er in het kader van de CVSE geen plaats meer zijn voor NAVO en Warschaupact.

Concrete afspraken

De grootste problemen bij de voorbereidingen van de top deden zich voor bij de discussie over de opstelling van het derde deel van de Verklaring van Parijs. Daarin gaat het om zeer concrete afspraken over de toekomstige inrichting van het 'Europese Huis'. Het CVSE-proces, dat garanties moet geven voor vrede, veiligheid en samenwerking in Europa, moet een min of meer vaste vorm krijgen. Over een aantal van deze concrete afspraken bestaat al overeenstemming. Zo zullen de staatshoofden en regeringsleiders van de 34 landen een keer in de twee jaar bijeenkomen. De ministers van buitenlandse zaken zullen twee keer per jaar vergaderen.

Maar tot laatst toe was er in Wenen intensief beraad over de mogelijkheid dat hoge ambtenaren van de 34 landen op korte termijn bijeen worden geroepen om zich te beraden over een plotselinge brandhaard in Europa. Een van de voorstellen die bij het voorbereidingscomite ter sprake kwamen, was dat het in Praag te vestigen secretariaat van de CVSE op verzoek van een van de leden op zeer korte termijn een dergelijk overleg zou kunnen organiseren. Voor een dergelijk noodmechanisme, dat eventueel ook zou voorzien in een spoedbijeenkomst van de 34 ministers van buitenlandse zaken, ontbrak tot op het laatst de vereiste overeenstemming. Tegenstanders van het mechanisme vrezen dat een al te sterke CVSE zich zou kunnen ontwikkelen tot een soort Veiligheidsraad voor Europa.

Ook de functie van een conflict-preventiecentrum, dat in Wenen moet komen, was tot op het laatst toe onderwerp van debat. De Amerikanen hebben zich steeds op het standpunt gesteld dat zo'n centrum alleen zin heeft als het ook zou kunnen toezien op de naleving van de afspraken die worden gemaakt op het terrein van de vertrouwenwekkende maatregelen. Mocht daarover zondagavond tussen de 34 landen onverhoopt geen overeenstemming zijn bereikt, dan is het denkbaar dat het conflict-preventiecentrum alsnog voor enige tijd in de ijskast wordt gezet. Vooral de Amerikanen achten het weinig zinnig om zo'n centrum alleen maar op te zetten voor het eventueel signaleren van 'ongebruikelijke militaire bewegingen'. Maar Westelijke waarnemers achten de kans dat het op dit moment op het allerlaatste moment nog misgaat, minder dan een procent.

Een ander probleem in het derde deel van de Verklaring van Parijs betreft de vorming van een Europese Assemblee, die haar zetel in Straatsburg zou moeten krijgen. Vooral in het Amerikaanse Congres bestaat veel verzet tegen een dergelijke parlementaire vergadering van de 34 en in de verklaring zal het daarom een vage formulering staan, die het vooral aan de parlementen van de 34 deelnemende landen overlaat om te komen tot de vorming van zo'n Europese Assemblee. Wel werden de 34 landen het al eens over de vorming van een orgaan dat toezicht gaat houden op het democratisch gehalte van verkiezingen in de deelnemende landen. Dit bureau voor waarneming bij verkiezingen zal zijn zetel in Warschau krijgen.