Obligatiemarkt iets hoger na Amerikaanse rentedaling

UTRECHT, 17 nov. Dankzij internationale ontwikkelingen kon de obligatiemarkt in Amsterdam enige, zij het minimale, koerswinst boeken. De meest direct aanwijsbare oorzaak was de verdergaande geldmarktverruiming op de Amerikaanse markt.

Eveneens van invloed was de olieprijsdaling tot een niveau van circa $ 30 per vat Brent, gedeeltelijk veroorzaakt doordat president Bush voorlopig lijkt af te zien van militair ingrijpen in de Golf.

De rente-ontwikkeling in Duitsland en Nederland had een negatieve invloed. De in oktober in ons land geregistreerde inflatie van 0,3 procent was weliswaar niet verontrustend, maar de in West-Duitsland geregistreerde 5,5 procent economische groei van het derde kwartaal deed menige obligatiehandelaar de wenkbrauwen fronsen.

Ook de voorspelling van de vijf Wijzen dat de werkloosheid in het voormalige Oost-Duitsland in 1991 tot 2 miljoen (nu 0,54 miljoen) zou kunnen oplopen bevestigen weer eens de Duitse financieringsproblematiek. De Duitse regering bleek deze week overigens een eerdere hint van de Bundesbank te hebben begrepen door te wijzen op een D-mark 35 miljard grote bezuinigingsnoodzaak in 1991.

Hoewel handelaren zich afvragen hoeveel nieuwe kosten na de verkiezingen van twee december zullen opduiken, bleek de rentedaling op de Amerikaanse obligatiemarkt zo sterk dat de Duitse volgde tot een niveau van duidelijk beneden 9 procent voor 10-jarige staatsobligaties. Wellicht dat ook de zwakte van het pond sterling hiertoe bijdroeg: de huidige koers van fl. 3,27 beweegt zich immers al aardig richting fl. 3,13 waarop vooral de Duitse centrale bank zal moeten intervenieren.

Op de Nederlandse obligatiemarkt bleken de beleggers echter minder koopgraag hetgeen naast lage omzetten resulteerde in een tot boven twintig basispunten oplopend rente- ecart in het 10-jaarssegment. Het feit dat De Nederlandsche Bank het speciale beleningstarief met 0,1 procent tot 8,3 procent verhoogde was niet zozeer de oorzaak hiervan, omdat aan Duitse zijde minstens eenzelfde stijging van de geldmarktrente werd gerealiseerd. Eerder kan worden gedacht aan de koppelingsproblematiek en de onverwachte 5,6 procent looneis voor haven-CAO's van de Vervoersbond FNV.

Eurokapitaalmarkt

Aanhoudende speculaties omtrent een verlaging van de Federal funds-rate, het door de fed gestuurde tarief voor Amerikaans interbancair daggeld, zette de afgelopen week de toon voor een positieve stemming op de Amerikaanse vastrentende markt.

Koersstijgingen van langlopende treasuries genereerden rentedalingen die opliepen tot twintig basispunten. Dat in dit looptijdsegment meerdere factoren een rol speelden, zoals olieprijsdalingen en inflatie-optimisme, bleek uit het feit dat het rente-ecart tussen lang- en kortlopende staatsleningen de afgelopen week met circa tien basispunten afnam.

Bleven de rentedalingen op de Amerikaanse geldmarkt achter bij de obligatiemarkt, zij leidden wel tot nieuwe laagterecords van de dollar. Daarbij was het steeds attractiever worden van met name de D-mark van belang. Het rente-ecart tussen driemaands euro D-mark en eurodollardeposito's liep de afgelopen week op tot een vol procentpunt; historisch gezien een ongekend hoog verschil.

Op de eurokapitaalmarkt werden deze week in een breed valutaspectrum leningen uitgebracht. Hoewel Japanse debiteuren geen warrantleningen uitbrachten, zit de komende maanden voor 3,5 miljard dollar aan dit soort leningen in de pijplijn. Hiermee wordt het einde gemarkeerd van een periode waarin de Japanners het onder invloed van de laag genoteerde Nikkei-index niet aandurfden om warrantleningen uit te brengen.

Een primeur valt te melden uit het Franse franc-segment van de eurokapitaalmarkt. Het Koninkrijk van Spanje bracht een FFr. 3 miljard grote 8-jaars lening uit met een coupon van 10,5 procent. De uitgiftekoers van 99,27 procent genereerde een effectief rendement van 10,64 procent. De lening werd goed ontvangen.

De Nederlandse Gasunie N. V. bracht de tweede tranche uit van een in totaal fl. 250 miljoen grote 5-jaars put-optie lening met een coupon van negen procent. De uitgiftekoers bedroeg 101, 125 procent, waardoor het effectief rendement tot einde looptijd uitkomt op 8,7 procent. De tranche kreeg opnieuw een goed onthaal.

Rabobank Nederland

Beleggingsonderzoek