New Yorkse daklozen behielden hun waardigheid

Inside life, outside, Ned.2, 22.17u.

Ergens op een kale plek in de Lower East Side op Manhattan stonden tot 1988 aan de voet van enkele bouwvallige woonblokken een paar armzalige hutjes. 'Shanty Town' noemen de bewoners dit sjofele onderkomen, dat ze ruim vier jaar geleden met eigen handen uit de grond stampten. Of de hutjes er nu, twee jaar na de afronding van de documentaire Inside Living Outside, nog staan is zeer de vraag. Al tijdens de periode dat de film werd gemaakt werden de bewoners voortdurend met ontruiming bedreigd. Maar steeds weer kregen ze op het laatste moment respijt.

In de film worden de lotgevallen van het groepje van nog geen tien mensen dat in dit deel van de stad woont gedurende tweeeneenhalf jaar met tussenpozen gevolgd. De aandacht concentreert zich vooral op een Porto-Ricaans echtpaar, Delia Torres en Michael Cruzado. Michael is een voormalige bouwvakker, die toen hij werkloos werd aan de drugs raakte, zijn appartement moest opgeven en binnen acht maanden zijn gehele bestaan als een kaartenhuis in elkaar zag storten. Van zijn drugsverslaving raakte hij echter weer af en zo konden hij en zijn vrouw weer van de grond af opnieuw beginnen, samen met een handvol andere daklozen.

Het interessante van deze documentaire is vooral dat Delia en Michael, ondanks hun uitzonderlijke levensomstandigheden, zulke volstrekt gewone mensen zijn gebleven. Ze maken dikwijls ruzie, maar houden eigenlijk veel van elkaar. Waar ze kunnen, proberen ze geld te verdienen en hun bestaan aangenamer te maken. Een bron van verdriet voor hen is wel dat ze niet kunnen samenwonen met hun jonge kinderen, die elders zijn ondergebracht.

Anders dan de meeste andere (echte) daklozen zijn Delia en Michael niet alleenstaand, niet wereldvreemd, niet vervuild, niet aan drugs verslaafd en niet murw gebeukt door aanhoudende tegenslagen en de verachting van de samenleving voor hen. Ze hebben hun waardigheid niet verloren.

'We willen zelfvoorzienend zijn', zegt Delia vastberaden, 'en we willen blijven behoren tot het menselijke ras'. Egoistisch zijn ze niet. Dikwijls zet vooral Delia zich ook in voor anderen, vooral als die nog hulpelozer zijn dan zijzelf. Michael verwijt zijn vrouw zelfs een keer bitter: 'Jij probeert de wereld te helpen maar de wereld doet geen bal voor jou'.

Een uur lang kunnen we het leven van Delia en Michael in alle jaargetijden van de ijzige winter tot de kokend hete zomer op de voet volgen met al zijn ups en downs. Een verteller komt er niet aan te pas, de hoofdfiguren vertellen hun verhaal zelf. Het is een boeiend relaas, al had het misschien iets korter gekund. De samenhang tussen de verschillende scenes is niet altijd even duidelijk en bovendien horen we pas tegen het einde hoe Delia en Michael in de problemen zijn gekomen en dan nog op zeer summiere wijze, terwijl dat juist iets is wat je vanaf het begin wilt weten.

“Konden we maar weer ons land bewerken”, roept de 54-jarige Mozumil Shah, een dorpsoudste met een witte tulband en een imposante, bijna even witte baard, uit. “Dan zouden we ons wel redden. Maar we hebben geen water meer om ons land te bevloeien.” Shah en de andere mannen van het gedeeltelijk verwoeste dorp klagen dat ze zich ook geen brandhout op de markt kunnen veroorloven.