NEUROTISCHE MINNAARS

Het Casanova-complex. De dwangmatige verleider door Peter Trachtenberg

335 blz., Arbeiderspers 1990, vert. Marianne Gossije en Ria Leigh-Lohuizen (The Casanova Complex, 1988), f 39,90

ISB ISBN 90 295 49 084Van de ontmoeting met een Casanova wordt een vrouw meestal niet gelukkiger. Vooral als ze de pech heeft dat hij het niet bij een nacht laat, maar haar verleidt tot een stormachtige romance met-alles-er-op-en-eraan, is de kans op psychische averij vrij groot. Soms mag je zelfs wel spreken van een complete schipbreuk. Met enige regelmaat kom ik vrouwen tegen die er uit eigen ervaring over kunnen meepraten, en in hun verhalen strijden teleurstelling en verbijstering om de voorrang.

De teleurstelling wordt veroorzaakt door het feit dat hun minnaar is opgestapt; vaak na een ware lijdensweg, waarbij zijn geliefde zich in de onmogelijkste bochten heeft gewrongen om hem te behagen en aan al zijn tegenstrijdige eisen tegemoet te komen. De verbijstering treedt op omdat de vrouw in kwestie achteraf nog steeds niet goed begrijpt wat ze nu eigenlijk 'fout' heeft gedaan, en zich blijft kwellen met de vraag hoe ze het 'beter' had kunnen doen, hoe ze de relatie had kunnen 'redden'. Van het zelfvertrouwen van de slachtoffers is na afloop van de verhouding vaak niet veel meer over: ze hebben gefaald, op een even pijnlijke als mysterieuze manier.

Voor zulke vrouwen heeft de Amerikaanse auteur Peter Trachtenberg goed nieuws. In zijn boek Het Casanova-complex legt hij helder en overtuigend uit waarom een verhouding met een Casanova van meet af aan gedoemd is te mislukken. Wat zijn minnares ook doet of laat, het baat niet, want vertrekken zal hij. Dat staat geschreven in het geheime script waartoe alleen hij toegang heeft, en waarin alle regels van het spel nauwkeurig worden geformuleerd. Voor een happy end is in dat scenario geen plaats, want een Casanova fladdert niet van de ene verovering naar de andere uit vrije wil, maar omdat hij de gevangene is van een dwangneurose. Als een mechanische verleidingsmachine pirouetteert hij keer op keer door de voorgeschreven figuren, hij draait als een tol om zijn as, en hij eindigt weer op precies hetzelfde punt waar hij begon: bij zijn eigen innerlijke leegte en zijn hardnekkige onvermogen tot liefhebben.

ZELFBEKLAG

Het naspel is ook al niet fleurig. Het onvermijdelijke echec vervult zo'n man namelijk met gevoelens van woede en verongelijktheid: zelfkennis is nu eenmaal niet het sterke punt van de meeste Casanova's. De schuld zoeken ze niet bij zichzelf, maar bij hun maitresse, die het dus moet ontgelden en met verwijten wordt overladen. De vrouw die ze zojuist verlaten hebben was alweer 'de ware' niet. Ach, vrouwen... allemaal een pot nat! Vol zelfbeklag en rancune likt Casanova zijn wonden zeer kortstondig, want lang treuren doet hij niet over het verlies van zoiets onpersoonlijks en inwisselbaars als een vrouw en verdrijft vervolgens de opkomende depressie door zich naar een volgende prooi te spoeden.

Het grootste probleem voor een vrouw die een Casanova op haar pad heeft getroffen is dan ook niet zijn herhaalde ontrouw, want zijn versierdersgedrag is maar een oppervlakkig symptoom van een kwaal die veel meer omvat dan promiscuiteit. Ook als ze een genereuze poging doet om geen aanstoot te nemen aan de 'andere vrouwen' in zijn leven, blijft ze opgezadeld met het gegeven dat ze van een man houdt die niet van haar houdt, om de doodeenvoudige reden dat hij haar niet beschouwt als een menselijk wezen dat van dezelfde orde is als hijzelf. Ze is en blijft een schaduw in zijn schimmenspel, een projectie van zijn infantiele verlangen naar versmelting met het liefdesobject, en zijn onuitroeibare angst en wantrouwen ten opzichte van iedere vrouw die hem die veiligheid ook daadwerkelijk probeert te bieden.

Casanova's houden niet van vrouwen, en in laatste instantie houden ze niet van zichzelf. Hun zwierigheid en bravoure camoufleren een wankel ego dat op de been gehouden moet worden door een reeks injecties met geruststelling en idolatrie als een onverzadigbare vampier voedt Casanova zich met de liefde van anderen, en na afloop werpt hij als dank de leeggezogen huls weg, achteloos, zoals je doet met een plastic koffiebekertje.

Een zonnig portret is het niet dat Trachtenberg in zijn boek schetst. Zelfs de mannen die hij beschrijft, ontlenen weinig vreugde aan hun versierdwang. Curieus genoeg vormt dit beeld een schril contrast met de ietwat afgunstige bewondering waarmee Casanova's in het dagelijks leven worden bekeken. Toen ik onlangs aan een man in mijn kennissenkring probeerde uit te leggen dat het Casanova-complex in feite een diepgewortelde narcistische persoonlijkheidsstoornis is, een duidelijk geval voor de psychiater, reageerde hij daarop met afweer en ongeloof. Hij zal de enige wel niet zijn, want Casanova's hebben het culturele tij mee. Het prototype van de Don Juan-mythe is voor veel mensen nog steeds de romantische held iemand als Lord Byron. Welke man zou niet een beetje willen lijken op zo'n onweerstaanbare avonturier? Zijn gekwelde blik, zijn bleke gelaat, en zijn donkere lokken vormen nog steeds de standaardattributen in het romantische repertoire de Bouquet-reeks is er een verre uitloper van, daar wemelt het van de Geheimzinnige Donkere Vreemdelingen. En de jaren-zeventig-opvattingen over vrijheid-blijheid-relaties, zorgen ervoor dat de Casanova's-van-nu hun neurotische bindingsangst kunnen opsieren met een rationeel verhaal over persoonlijke autonomie en gerechtvaardigd hedonisme.

DIAGNOSE

Niet iedere man die aan het complex lijdt is overigens hetzelfde. De oorsprong van de stoornis is in bijna alle gevallen te herleiden tot emotionele verwaarlozing in de vroege jeugd, compleet met een overheersende maar wisselvallige moeder, en een betrekkelijk ' afwezige' vader, maar de volwassen manifestaties lopen nogal uiteen. Trachtenberg onderscheidt zes typen mannen: de scorers (die kerfjes zetten op de kolf van hun geweer, alleen het aantal telt), de zwervers (die het zich zogenaamd laten 'overkomen'), de dromers (altijd op zoek naar een ideale Galatea, die vervolgens tegenvalt), de nestelaars (die wel lang bij een vrouw blijven, maar haar niet toelaten tot hun intieme emoties, en die na twintig jaar huwelijk even zo vrolijk een pakje sigaretten gaan halen om de hoek en vervolgens nooit meer terugkomen), de jongleurs (die altijd minstens twee vrouwen tegelijk hebben en die tegen elkaar uitspelen), en de katers (keurig getrouwd, maar eeuwig in de weer met buitenechtelijke affaires).

Nog interessanter dan de analytische diagnose die Trachtenberg stelt over de aard van het syndroom dat mannen soms treft ik spreek nu even als vrouw en dus als belanghebbende is zijn beschouwing in het slothoofdstuk dat aan de maitresses van Casanova is gewijd. Vrouwen die op zulke mannen 'vallen' hebben namelijk ook een probleem, en dat is in grote lijnen hetzelfde als dat van hen. Dat is het slechte nieuws dat Trachtenberg heeft voor de gedupeerden. De narcistische stoornis van een Casanova wordt perfect weerspiegeld door de hunne, zijn ego-zwakte en bindingsangst worden door zulke vrouwen ogenblikkelijk onderkend, en herkend, en dragen zodoende bij aan de attractie: in de spiegel die hij ophoudt zien ze zichzelf. Maar het gedragspatroon van zulke vrouwen is anders. Ze begeven zich niet, zoals hij, in een dwangmatige en verslavende jacht op nieuwe veroveringen. In plaats daarvan raken ze verslaafd aan die ene man, juist omdat ze hem niet kunnen hebben. De hopeloze verantwoordelijkheidszin die ze in hun prille jeugd hebben geleerd als 'redstertjes' van een ontwricht gezinsleven maakt dat ze maar al te gevoelig zijn voor de bede om hulp die de Casanova onbewust uitstraalt.

Al met al mag je dit wel een leerzaam boek noemen. Wat eruit te leren valt stemt niet tot jolijt, wel tot voorzichtigheid. Een gewaarschuwde dame telt voor twee.

Peter Trachtenberg die zichzelf afficheert als een tot inkeer gekomen Casanova heeft in het openbaar schuld bekend en doet boete door vrouwen een doorkijkje te gunnen in het hermetische universum waar Casanova's het patent op hebben. Het is een wereld van sneeuw en ijs. Als een spion achter de linies decodeert hij het aanvalsplan van de vijand. 'Onthullend en onthutsend' vermeldt de achterflap. Dat is bij uitzondering nu eens niet overdreven. Ik kan dit boek aanbevelen in de bijzondere belangstelling van vrouwen die onder dit juk zijn doorgegaan. Of hun trouweloze minnaars er iets aan hebben, houdt me minder bezig. Dat zoekt hun psychiater maar uit. De prognose luidt in ieder geval niet gunstig: 'Casanovisme' trekt zelden bij in het latere leven.

Maar er is misschien gerechtigheid, zo niet in deze wereld, op de sofa van de therapeut, dan toch wellicht in de volgende, waar de poorten van de hel al voor de onverlaat openstaan, als we het libretto (in Duitse vertaling) van de opera Don Giovanni mogen geloven. Aan het eind van het eerste bedrijf zingen Mozarts personages eenstemmig (behalve natuurlijk de perfide Don en zijn knecht): ' Alles, alles weisz man schon. Zittre, zittre, Schurke, bald wird die ganze Welt die schreckliche, schwarze Schandtat deiner wilden Grausamkeit erfahren. Hore den Donner der Rache der dich von allen Seiten umtobt. Ihr Blitz wird heute dein Haupt treffen.'