Net echt

Voor beleggers die niet bij de pakken neerzitten en ondanks alle onzekerheid toch iets willen doen op de beurs wordt bij banken en commissionairs die het moeten hebben van de provisie-inkomsten de loper uitgerold.

Vroeger, dat wil zeggen meer dan tien jaar geleden, was er in bange tijden niet zo veel keus als nu. Tegenwoordig kunnen met aandelen, obligaties, kort- en langlopende opties en termijncontracten allerlei spitsvondige combinaties opgezet worden die de kansen op een gewenste opbrengst sterk vergroten. Daarom zijn die nieuwe beleggingsvormen bedacht.

Een belangrijke graadmeter bij het beleggen is de rente. Want wie nu voor een paar jaar tienduizend gulden op de bank zet ontvangt ieder jaar ongeveer acht procent rente (voor een deel belastingvrij) en hoeft zich verder geen zorgen te maken. Na afloop van de afgesproken termijn krijg je de inzet weer terug. Dat bedrag is op papier evenveel als aan het begin. In werkelijkheid is het iets minder omdat de inflatie (de prijsstijging van goederen en diensten) de koopkracht ervan iets heeft uitgehold. De rente die je ontvangt moet dus eigenlijk verminderd worden met het inflatiepercentage (bijna drie procent). Worden de rente op bijvoorbeeld de kapitaalmarkt (zoals obligaties) en de inflatie van elkaar afgetrokken dan blijft er nog zoveel over dat grote en kleine beleggers heen en weer geslingerd worden tussen een bijna risicoloze belegging in rentewaarden met een bekende opbrengst en een belegging in aandelen met het vooruitzicht op (onbelaste) koerswinst of koersverlies en dividend of andere uitkeringen.

Beleggers die de regels van het spel kennen, willen beide: rente en mogelijk koerswinst. Die strategie gaat uit van de volgende onderdelen. Koop obligaties voor een groot deel van een te beleggen bedrag en construeer met een veel kleiner deel een combinatie, van opties op aandelen, die lijkt op een aandeel. Zo'n synthetische (kunstmatige) positie is bijvoorbeeld een call-optie. Die wordt als regel meer waard als de koers van het onderliggende aandeel oploopt en kan dan met (eveneens niet belast) koerswinst verkocht worden. Net echt dus. Maar een call geeft geen dividend en dergelijke. Een ander facet is het risico.

Een aandeelhouder lijdt onder iedere gulden die zijn bezit daalt. Koopt hij 100 aandelen Heineken op een koers van 125 gulden en gaat er 25 gulden van de koers af, is het papieren verlies 2500 gulden. De houder van een januari call-optie Heineken uitoefenprijs 125 gulden kan niet meer verliezen dan het voor de optie betaalde bedrag van ongeveer 550 gulden. Om het lijden van de optiehouder op te trekken naar dat van de aandeelhouder moet, gelijk met het kopen van de call-optie, een put-optie geschreven worden met dezelfde uitoefenprijs als de call.

Er resteren dan twee verschillen tussen aandeel en kunst-aandeel: het dividend en de beperkte looptijd van de opties. Heeft een belegger de keuze tussen een aandeel dat (voorlopig) geen of nauwelijks dividend uitkeert en bestaan er opties die jarenlang lopen, dan kan je beter die aandelen verkopen (of niet kopen), je geld tegen rente vastzetten en een aandeelachtige optie-combinatie opzetten wanneer je verwacht dat het aandeel stijgingspotentieel heeft. Philips is zo'n aandeel dat voorlopig geen dividenduitkeert, langlopende opties heeft en meer kans op hogere dan lagere koersen biedt.

Onlangs was er een belegger die 500 duizend aandelen Philips verkocht en in plaats daarvan 5 duizend calls (van 100 aandelen) oktober 1995 uitoefenprijs 20 gulden kocht en 5 duizend puts oktober 1995 schreef. Op de koersen van donderdag houdt deze aanpassing het volgende in. Verkoop op de aandelen op 19,10. Koop de calls op 7,20 en schrijf de puts op 3,90. Per saldo kost dat 500 duizend maal 3,30 (7,20 min 3,90) is 1,65 miljoen gulden. De verkoop van de aandelen levert 9,55 miljoen op. Het saldo van 7,9 miljoen kan rentegevend belegd worden en levert ieder jaar ongeveer 700 duizend gulden op. Met kosten is in deze berekening geen rekening gehouden.

Het zal duidelijk zijn dat de betrokken bank of commissionair niet alleen de loper uitrolt, maar zijn klant ook thuis op wil komen halen. Met zo'n order maakt echt of net echt niets uit.

    • Adriaan Hiele