Internationaal juridisch spel in Romeins steegje

ROME, 17 nov. Jurist en ontwikkelingswerker, gaat dat samen in een persoon? Het lijkt een merkwaardige combinatie. Artsen, landbouwdeskundigen, economen, dat heeft een Derde-wereldland nodig. Juristen zijn een luxe-artikel.

'Gelukkig begint dat steeds meer een achterhaalde voorstelling van zaken te worden, ' zegt Michael Hager, ex-Harvard Law School, ex-Agency for International Development. 'Het komt vaak voor dat ontwikkelingslanden investeringen mislopen juist omdat ze geen goede juristen hebben. Of ze krijgen daardoor minder financiele hulp, of later.'

Tijdens zijn jaren in West-Afrika, Pakistan, India en Egypte ontdekte deze 53-jarige jurist en ontwikkelingswerker dat de juristen uit de Derde wereld die daar hij tegenkwam, vaak alleen maar zijn opgeleid voor de rechtszaal.

'Maar de meesten van hen zien de rechtszaal nauwelijks', aldus Hager. 'Ze komen bij de overheid terecht, vooral op de economische ministeries, en daar moeten ze zich bezig houden met hulpcontracten, grote investeringsprojecten, overdracht van technologie, herschikking van de buitenlandse schuld, allemaal zaken waar ze meestal nauwelijks thuis in zijn en die ze in de praktijk moeten leren.'

Op een vistripje op de Nijl viel het besluit om daar wat aan te doen. Met twee vrienden richtte Hager in 1983 het International Development Law Institute (IDLI) op, het Internationale instituut voor ontwikkelingsrecht. Zo'n duizend juristen uit ontwikkelingslanden hebben inmiddels op het hoofdkwartier in Rome een cursus gevolgd, en nog eens vijfhonderd anderen hebben deelgenomen aan workshops elders. Het is bijna altijd middenkader, mensen die al vijf tot tien jaar werkervaring hebben.

'We proberen de deelnemers een aantal basisvaardigheden bij te brengen: onderhandelen, adviseren, controle op de naleving van afspraken, ' vertelt Hager op het kleine kantoor in een achterafstraatje in de Romeinse ambassadewijk.

'Daarnaast willen we hen de regels van het internationale spel leren: wat verwacht een internationale hulporganisatie die een project wil financieren, waar kijkt een multinationale onderneming die wil investeren naar. Het gaat daarbij niet alleen om te leren bij onderhandelingen het onderste uit de kan te halen, maar ook om procedureregels en verwachtingspatronen.'

Betrekkelijk eenvoudig juridische problemen kunnen soms verstrekkende gevolgen hebben. Daarom onderhandelt de Wereldbank bijvoorbeeld meestal met teams waarin behalve een econoom en een ingenieur ook een jurist zit. Maar zo iemand ontbreekt vaak aan de andere kant van de tafel.

'Dan kan het bijvoorbeeld gebeurend dat de toegezegde hulp maandenlang wordt opgehouden omdat een simpele juridische verklaring dat de overeenkomst geldig en bindend is, ontbreekt', zegt Hager. 'Soms moet de donor dan zelf een missie naar het land in kwestie sturen om duidelijk te maken hoe zo'n verklaring moet worden opgesteld.'

Naast deze algemene cursussen, die meestal twaalf weken duren, zijn er korte seminars van twee weken met een specifiek thema. Vorig jaar waren dat onder andere projectfinanciering, buitenlandse handel, investeringsverdragen en joint ventures, en industriele ontwikkeling.

'Deze seminars zijn bedoeld om de weg te wijzen in vaak ingewikkelde problemen, ' zegt Hager. 'Je ziet soms dat een deal niet doorgaat omdat de jurist zich niet zeker voelt in de materie, niet weet wat hij moet adviseren.'

Tot nu toe is de grootste stroom deelnemers uit de Derde wereld gekomen: vooral Afrika, maar ook Azie en Latijns Amerika. Hager constateert dat ook de belangstelling vanuit de Tweede wereld snel toeneemt. 'Bij de veranderingen in Oost-Europa is al snel duidelijk geworden dat je ook juridisch gezien niet zomaar kunt overstappen van een door de staat geleide economie naar een markteconomie. Daar hoort ook een ander juridisch kader bij. Maar de universiteiten kunnen niet snel genoeg mensen hiervoor opleiden. Via professionele 'mid career training' kan je mensen helpen deze veranderingen te sturen.'

Het IDLI heeft op dit moment niet genoeg middelen om op de veranderingen in Oost-Europa in te spelen zonder de rest van het programma aan te tasten. 'Maar misschien wordt ons programma ontdekt door multilaterale en bilaterale donors die het willen gebruiken als een manier om die mensen te bereiken en die problemen aan te pakken', zegt Hager hoopvol.

Een stimulans daarbij kan zijn dat het IDLI van status is veranderd: van een niet-gouvernementele organisatie naar een internationale organisatie, met Nederland als een van de tien oprichters. Deze week vierde het IDLI dit met een klein feestje op het hoofdkwartier. Voortaan kan de organisatie op voet van gelijkheid praten met regeringen en andere internationale instellingen. Bovendien is er nu meer duidelijkheid over de belasting- en arbeidsrechtelijke situatie.

De tien oprichters van IDLI als internationale organisatie zijn overigens niet allemaal donor, en niet alle donors zijn lid. 'We wilden geen contributiebetaling, want dan krijg je twee klassen van landen binnen de organisatie', zegt Hager. 'Bovendien houd je zo je handen vrij.'

Het IDLI heeft een bescheiden budget: vorig jaar 1,8 miljoen dollar. De organisatie heeft ook maar negentien stafleden, onder wie vier docenten. Daarnaast is er een groep van ongeveer honderd gastdocenten, meestal van grote internationale organisaties als de Wereldbank of van gerenommeerde internationale advocatenkantoren als Sherman en Sterling of White en Case. Zo krijgen de studenten vaak les van dezelfde mensen die ze in het echt aan de andere kant van de tafel zouden kunnen ontmoeten.

Ruim een derde van het budget wordt gedekt door de cursusgelden. 'Wij vragen de marktprijs, en die is behoorlijk hoog, ' zegt Hager. 'Maar het dwingt je goed op de kwaliteit van je aanbod te letten: als de cursussen niet goed zijn, lopen de mensen gewoon weg.'

Voorlopig groeit de belangstelling alleen nog maar, zowel van de studenten als van de sponsors en donors. 'Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de juridische kant van het ontwikkelingswerk', zegt Hager. 'Wij proberen ervoor te zorgen dat juristen in plaats van een belemmerende een constructieve rol kunnen spelen in het ontwikkelingsproces.'