HET PAROOL

Een historische studie over de totstandkoming van de geschiedschrijving van Het Parool, daar zou volgens Wim van Norden, oud-directeur van het Stichtingsbestuur van Het Parool, een mooi ironisch verhaal over te schrijven zijn. Tot driemaal toe liep een opdracht van de Stichting voor een studie naar het illegale Parool op niets uit. Maar na bijna vijftig jaar lijkt een vierde poging eindelijk wel resultaat op te leveren.

' Als het boek uitkomt, ' zegt Van Norden, ' zullen wij toelichten waarom dit pas vijftig jaar na dato gebeurt en niet eerder, dat er in het verleden pogingen zijn geweest die nooit tot een einde zijn gebracht. Dat is een verhaal op zich.'

Simon van het Reve (vader van G. K. en Karel) deed ooit een poging. H. Daalder schreef eens een eerste hoofdstuk, Madelon de Keizer kreeg tien jaar geleden een opdracht. Maar de situatie waarin de opdrachtgevers tevens onderwerp van studie waren, leek niet de meest gelukkige. Pas nu Madelon de Keizer er een onderwerp voor een promotie-onderzoek van heeft gemaakt (waarbij Daalder overigens de promotor is), en dus onafhankelijk is van Het Parool, lijkt de langverwachte studie te zullen verschijnen.

Van het Reve strandde op tijdgebrek. Hij begon in 1948, maar zag geen mogelijkheid om de opdracht binnen de verlangde twee jaar af te ronden. Bovendien zat volgens Van Norden het Stichtingsbestuur op de bronnen het vormde zelf ook een belangrijke bron en had het een iets ander idee over de invulling van de opdracht dan Van het Reve. In de jaren vijftig mocht Daalder, toen zelf Parool-medewerker, aan de slag. Verder dan een aanzet kwam hij niet. Van Norden wil al wel een tipje van de sluier oplichten: ' Vergeet niet dat iedereen zich als hoofdpersoon beschouwde. Elk lid van het Stichtingsbestuur had er zijn zegje over. We merkten dat we een soort historiografisch conclaaf dreigden te worden, waarin we ons alsmaar gingen verdiepen in vragen als 'wat zei Piet toen, wat deed Koos toen.' Maar we hadden eigenlijk andere dingen aan ons hoofd: de vechtpartij met De Telegraaf, met de regering over de perswetgeving. En er waren ook persoonlijk geladen spanningen tussen bepaalde mensen. Bijvoorbeeld de positie van Frans Goedhart enerzijds tegenover Van Heuven Goedhart anderzijds. Het waren verschillen van inzicht die leidden tot eindeloze gesprekken. Toen hebben we nuchter geconstateerd: nu maar even niet.'

Tien jaar geleden was er kennelijk genoeg distantie tot de oorlogsperiode om opnieuw de opdracht uit te zetten. Madelon de Keizer, bekend van haar Gijzelaars van Sint Michielsgestel, werd verzocht een inleiding te schrijven bij een facsimile-uitgave. Ze begon eraan, hoewel ze naar eigen zeggen heel andere ideeen had over zo'n opdracht: ' Er waren toen al enkele facsimile-uitgaven van andere illegale kranten. Daar was ik buitengewoon kritisch over. Kranten afdrukken met een korte geschiedenis, daar heeft niemand wat aan. De inhoud van een illegaal blad heeft zoveel lagen.' Toen zij in 1982 bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie ging werken, veranderde zij haar opdracht in een promotie-onderzoek. Maar door het aanvragen van goedkeuring bij het ministerie, het zoeken van fondsen en wegens ander onderzoek, kon ze pas in 1985 beginnen. ' Ze heeft er wel vreselijk lang over gedaan, maar het wordt zeer gedetailleerd en uitgebreid, ' zegt Wim van Norden, die als meelezer op de hoogte is van de inhoud van het manuscript. ' Daarom heeft het veel te lang geduurd. Maar het komt er wel.'

Volgens de onderzoekster zelf is het geen ongebruikelijke tijdsduur. Bovendien, zegt ze, ' kan ik geen ijzer met handen breken. Ik ben vreselijk perfectionistisch. Als je je niet wilt beperken tot de illegale krant wat eigenlijk in de historiografie over de illegale pers tot nu toe altijd gedaan is maar Het Parool ook ziet als een politieke factor in het illegale bestel, dan krijg je met veel andere problemen te maken.'

De aanstaande verschijning van het proefschrift maakt dit tot een gevoelig onderwerp. De 'mores' verbieden het daar eerder dan een week voor de promotie op in te gaan. De promovenda is voorzichtig, haar promotor ronduit afwijzend: ' Om nu al uitspraken te doen in publieke media terwijl het proefschrift nog alle procedures moet doorlopen, daar voel ik niets voor. Dat lijkt me volstrekt prematuur.' Formeel heeft Daalder gelijk: er staat nog niets vast. Maar hij heeft wel ' de hoop dat het volgend jaar afgerond zal zijn. U mag wat mij betreft meedelen dat het goed opschiet.'

    • Jasper Enklaar