Glansrol voor Yo Yo Ma in Sjostakovitsj onder Gergjev

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Valeri Gergjev. Solist: Yo Yo Ma, cello. Programma: Sjostakovitsj, 1ste celloconcert en 11de symfonie. Gehoord 16/11 in de Grote Doelenzaal te Rotterdam. Herhaling 17/11 in het Concertgebouw te Amsterdam (Vara-matinee); 19/11 uitzending op radio 4.

Hoe meer men in West-Europa vertrouwd raakt met het oeuvre van Dimitri Sjostakovitsj, des te dwingender dringt zich de vraag op wie nu eigenlijk de echte Sjostakovitsj is. De kunstenaar niet voor niets de laatste grote symfonicus van deze eeuw genoemd wiens originele muzikale gedachten laatdunkende berispingen van de partijbonzen teweeg brachten of de Sovjet-componist die berouwvol het boetekleed aantrok en voor iedereen begrijpelijke muziek schreef alsof hij nog nooit voor het formalisme (volgens Russische begrippen: experimentele vernieuwing) was bezweken.

Een ding is wel duidelijk: er is in Sjostakovitsj' wezen een grondtrek van somberheid en cynisme die hem bijna voorbestemd heeft tot een symfonie als de elfde uit 1957, waarin op de voet de lugubere gebeurtenissen van het jaar 1905 worden gevolgd. De herinneringen aan de bloedige onlusten van de mislukte Russische revolutie in dat jaar hebben volgens Volkovs Getuigenissen Sjostakovitsj als kind al gefascineerd. Paniek, dood en verderf heeft Sjostakovitsj willen schilderen en hij hanteert het muzikale palet trefzeker. Desondanks ondergaat men deze programmatische muziek in post-Mahleriaans idioom en met opmerkelijke Moessorgski-verwantschap met enige afstandelijkheid. Men kijkt als het ware naar tv-beelden van ellende uit een ver land. Het verstoort het dagelijks leven niet.

De andere Sjostakovitsj hoorde men op dezelfde Doelen-avond van het Rotterdams Philharmonisch Orkest met meestercellist Yo Yo Ma. Het eerste celloconcert dat terecht een repertoirestuk is geworden van de grote cellosolisten heeft geen enkele illustratieve functie en juist daardoor voelt het publiek zich weerstandloos gegrepen. Zou het dan toch zo zijn zoals Willem Pijper en Hendrik Andriessen ieder op hun wijze zeiden, dat de bedoeling van muziek is dat zij geen bedoeling heeft? Yo Yo Ma werd zo langdurig bejubeld dat een toegift (Sarabande in B van Bach) niet kon uitblijven. Valerie Gergjev had weer een fascinerende greep op het orkest dat magnifiek musiceerde.