Gemengd fietsen

Iedereen weet dat fietsers en stoplichten in Nederland niets met elkaar te maken hebben. Voor voetgangers geldt een vrijwillige stoplichtcode, een soort eigenbelang a la carte. Automobilisten staan meestal wel een tijdje stil voor verkeerslichten, zij het dat vroeg rood en oud groen tot de vrije periodes worden gerekend.

Ik heb mijzelf betrapt op het emotieloos meegroeien met deze ontwikkeling, vooral op de fiets. Opvoedend remmen voor rood met de kinderen erbij, terwijl je door dat typisch Nederlandse uitgesponnen rood fietst als zij het niet zien, leidt tot verminderd zelfrespect. Bovendien reden zij toch door, zodat het peloton steeds uit elkaar viel.

Maar het grote debat over de burgerzin, waar Lubbers, Brinkman en Woltgens ons dit najaar mee bestoken, wat heeft dat te zeggen over de gevolgen van deze normverschuiving? Tot nog toe weinig. Van alle reorganisaties die het land in beweging houden is dit een van de meest massaal doorgevoerde en minst motivationeel begeleide. De daders laat men gewoon zitten met hun groeiend schuldbesef. Er is bovendien helemaal geen opvang geregeld voor mensen die door groen lopen of voor oranje remmen, tot woede van het achterop komend verkeer.

Om er achter te komen hoe Nederland het doet bij de toepassing van de nieuwe verkeersregels hebben wij de laatste weken een onwetenschappelijk veldonderzoekje gedaan in het Europa van 1990. Het meest geruststellend was de steekproef in Berlijn: het verkeer stond vast en zelfs op die uitgelaten feestdag van de Eenwording werd maar een overtreder van de oude regels waargenomen: een kale man die door rood licht slenterde. Bij nadere inspectie bleek hij een exemplaar van La Stampa bij zich te hebben.

In Parijs viel een betrekkelijk vrije choreografie waar te nemen: iedereen mindert vaart bij rood licht en trekt op wanneer het lang genoeg heeft geduurd. In Londen waren de voetgangers meestal te sloom om door rood te lopen en in Praag reed zelfs een taxi door een solide-rood stoplicht. Daar ontwikkelt de democratie zich dus gezond. In Moskou is het verkeer helemaal levensgevaarlijk, al melden zojuist teruggekeerde reizigers een schrijnend gebrek aan stoplichten.

In genoemde steden komt fietsen weinig voor. Het onderzoek liep in dat opzicht vast tot deze week The Independent op de opiniepagina een fel pro-Nederlands artikel plaatste. In een novembermaand vol aankondigingen van moreel verval en fusies, met tegenvallers nu en een onder de tussenbalans geschoffeld miljardentekort straks, doet het weldadig aan. Te lezen dat hier iets heel goed geregeld is.

De zaak is deze. In de Engelse universiteitsstad Cambridge is de verkeersdrukte zo verstikkend geworden dat er iets moet gebeuren. Het gemeentebestuur heeft daarom nu besloten overdag in het centrum het gebruik van de fiets te verbieden. 'Als deze beslissing in Nederland of Denemarken was genomen', verzucht de schrijver in The Independent, 'zou het stadsbestuur waarschijnlijk de auto uit het centrum hebben geweerd; in Engeland verbannen we de fiets.'

De enige stad in Engeland waar door middel van een paar verfstrepen op het asfalt het bestaan van wielrijders wordt erkend, heeft hen als boosdoeners voor de verstopping aangewezen. Het artikel lamenteert over de lage positie die het land in een Europees onderzoek naar fiets-beleving inneemt: 'wij' en de Denen daarentegen voelen ons 'gerespecteerd en relatief veilig' op de fiets.

Met afgunst watertandt de schrijver over de futuristische fietsstad Groningen, waar men zou hebben uitgerekend dat iedere forens die van de fiets op een auto overstapt de stad wel 200 pond (teruggerekend 650 gulden) per jaar kost aan parkeerplaatsen en milieubederf. Aanleiding om fiks te investeren in fietspaden.

Engelsen hebben volgens het artikel jaarlijks tien keer zo veel ongelukken per gepeddelde kilometer als Nederlanders. Fietsgebruik, aldus Frank Barrett, wordt in Engeland nog altijd gezien als teken van geringe welstand en gebrek aan ambitie, op zijn aardigst als een uiting van lichte excentriciteit.

Drie dagen later sloeg de regering terug. Crisis of geen crisis. Christopher Chope, een van de al jaren veelbelovende staatssecretarissen van premier Thatcher, schreef een ingezonden brief onder de kop 'The Government's approach to cycling'. Hij verweet de auteur 'verwarring'. Fietsen wordt erkend als 'a real mode of transport', fietsen en wandelen zijn gezonde en milieuvriendelijke middelen van vervoer en beoefenaars van deze activiteiten hebben evenveel recht op gebruik van de openbare weg als ieder ander.

'Maar, helaas is fietsen een van de minst veilige methoden van transport. Daarom kan het niet de taak van het ministerie zijn mensen eenvoudigweg aan te moedigen te gaan fietsen dat is bij uitstek een kwestie van persoonlijke keuze. Onze prioriteit is het om het fietsen veiliger te maken (...). Wielrijders kunnen een bijdrage leveren door zich verantwoordelijk te gedragen en zich aan de Wegenverkeerswet te houden.'

Wij liggen dus voor bij de invoering van het nieuwe fietsrecht, al heeft het Britse ministerie kennelijk op eigen grondgebied ook al een wielrijder iets zien uitspoken dat niet helemaal mag. We moeten dus uitkijken dat zij ons niet inhalen. Zeker nu hier weer een opvoedingscampagne is gelanceerd.

Niet door de ANWB, waarvan de Engelse zusterbond gewoon de Automobile Association (AA) heet. De ANWB doet even veel voor fietsers als de VPRO voor protestanten. Nee, gelukkig is er nog de Fietsersbond ENFB, die deze week een brochure over consequent fietsen uitgaf onder de geduchte titel Het Recht van de Sterkste. Zoek oogcontact met de sterkere verkeersdeelnemer, raadt de bond fietsers aan. 'Met allerlei gebaren onder andere van hand en arm kun je laten zien waar je naar toe wilt.' En: neem je plaats op de rijweg duidelijk in, dan 'dwing' je automobilisten rekening met je te houden. Een soort links rijden voor de veiligheid. De Engelse fietser, die over de realiteit hier te lande onvoldoende is voorgelicht, komt zijn zelfbewuste Nederlandse collega straks midden op de weg wel tegen.

P. S. In het bovenstaande heb ik met opzet niet vermeld dat de Nederlandse minister van verkeer geboren is als dochter van een rijwielhersteller. Een misverstand is zo snel geboren. Dat bleek toen ik de bewindsvrouwe vorige zaterdag introduceerde als 'Meisje Maij'. Sommige lezers hebben mij dat kwalijk genomen. In werkelijkheid was deze (niet originele) poging tot beknoptheid een uiting van nauwverholen ontzag voor haar beleid. (Zie ook onder 'Zeeuws -').