Elisabeth den Otter

Elisabeth den Otter is sinds 1988 conservator Etnomusicologie van het Tropenmuseum in Amsterdam. Zij studeerde Culturele Antropologie, is 49 jaar oud en ongehuwd. Zij werd aan het Internationale Poppen Festival 'uitgeleend', om contact te leggen met een Malinese marionettengroep voor een Europese tournee. Daarvoor reisde zij in maart en oktober van dit jaar naar Mali.

In plaats van 'Hollands Dagboek' kan dit beter 'Malinees Dagboek' genoemd worden. Holland lijkt ver weg, na een maand in Afrika...

Afgelopen maandag ben ik in Markala gearriveerd, een dorp op 35 km afstand van Segou, en gelegen aan de Niger-rivier. Ik werd gebracht door mijn goede vriendin Ulla, die samen met haar man en kinderen in Segou woont. Dank zij hun vriendschap en faciliteiten (telefoon, auto) is dit Dagboek tot stand gekomen.

Het weerzien met mijn gastheer Moulaye en zijn gezin was hartelijk, evenals dat met de leden van het marionetten-genootschap. De jonge mannen en meisjes zijn al maandenlang bezig om de voorstelling voor te bereiden, onder de kundige leiding van manager Abdoulaye en geadviseerd door de genootschapsouderen.

Donderdag 8 november

De voorbereidingen vinden plaats in een huis dat Moulaye aan het bouwen is. Het heeft een grote binnenplaats waar gewerkt en gerepeteerd kan worden. Ik heb er een kamer, maar slaap buiten op de veranda omdat het binnen niet uit te houden is. Het is overdag zo'n 35-40 C, en de hitte blijft lang hangen binnen.

Vannacht weinig geslapen: de repetitie duurde tot twaalf uur, daarna discussie. Ben naar bed gegaan, omdat alles in het Bambara gaat en ik ze toch niet kan verstaan. Rond twee uur laaide de discussie op, en er werden duidelijk harde noten gekraakt. Ik was zo moe dat ik niet eens echt wakker werd. Op een gegeven ogenblik hoorde ik iemand 'angata' zeggen, we gaan weg, tot mijn opluchting.

Er wordt nog hevig aan de marionetten gewerkt: ze krijgen nieuwe kleren en worden bijgeschilderd waar nodig. De trommen krijgen nieuwe vellen of nieuwe spankoorden. Er worden kisten getimmerd om de spullen te vervoeren. Omdat er niet genoeg geld is om alle kisten te betalen, ben ik sponsor van een kist, voor zo'n fl. 35, -. Door deze bijdrage ben ik officieel lid van het genootschap. De genootschaps-oudsten houden alles goed in de gaten, en vinden het prachtig dat de jeugd naar Europa gaat.

Even over negenen 's avonds begon de generale repetitie. Ik had 's middags met wat mensen de programma-inhoud en -volgorde besproken, zodat ik wist wat er zou komen. Het plein naast het genootschapshuis was met TL-buizen verlicht (door middel van een generator; er is geen electriciteit in de wijk Kerango van Markala), en er was veel publiek. Toch een heel spannend moment. De voorstelling ging fantastisch: de onderdelen volgden elkaar vloeiend op en er was veel afwisseling. Er zitten een paar schitterende mensen bij met een enorme uitstraling. Ze doen geweldig hun best en zijn van plan er iets moois van te maken.

Vrijdag

Na de drukte van de afgelopen dagen is het vandaag wat rustiger. Ik had vanochtend om tien uur een afspraak met de zangers, om de liederen op te nemen, met hun commentaar erbij. Ze zijn heel cooperatief en het is heel leuk om met ze samen te werken. Dit vredige gebeuren werd ruw verstoord door manager Abdoulaye, die op het laatst een aantal urgente zaken had: de Zwitserse en Nederlandse visa, en het totale aantal kilo's bagage dat we mogen meenemen. Ben in allerijl achterop een Mobylette naar de 'telefooncentrale' gereden (wist niet eens dat er telefoon was in Markala), om het Zwitserse consulaat in de hoofdstad Bamako te bellen. We kunnen de visa morgenochtend afhalen, hoewel ze officieel dicht zijn op zaterdag. De Nederlandse visa zijn ook terug uit Senegal, en worden ook morgen afgehaald. Op de valreep, want we vliegen zondag vanuit Bamako naar Parijs. Daarna heb ik het Internationale Poppen Festival gebeld, om ze te vertellen dat de visa in orde zijn en dat de voorstelling gisteren heel goed gegaan is. Ik had praktisch geen geld meer, en de meneer van de telefooncentrale gaf de minuten aan die ik verbelde.

We mogen tot 560 kg bagage meenemen, inclusief handbagage en dat zou wel eens heel krap kunnen zijn. Morgenmiddag moet alles ingepakt zijn, en gaan we alles wegen. Het uur der waarheid...

Mali is een islamitisch land, en op vrijdagmiddag is iedereen vrij. Het is druk in het dorp, en er komen veel mensen voorbij het afdakje waar ik zit te schrijven. Bijna iedereen groet uitgebreid en sommigen staren wat verbaasd naar die 'toubab' (witte) die daar maar zit te schrijven. (Behalve dit Dagboek houd ik een uitgebreider eigen dagboek bij).

Mijn gastheer, Moulaye, zit een eindje verderop. Hij is een imposante Bambara en gaat vaak gekleed in een traditionele 'boubou': een tot op de grond hangend gewaad met borduursel lang de hals. Vandaag is de kleur goudgeel, en dat kleurt prachtig bij zijn zwarte huid. Hij is een belangrijk man in Markala, en heeft de zorg voor zo'n kleine vijftig mensen: zijn drie vrouwen met hun kinderen, de vrouwen van zijn overleden vader en hun kinderen, zijn oom plus aanhang, en de mensen die voor hem werken.

Zaterdag

Gisterenavond vroeg naar bed gegaan; dat was wel nodig na alle drukte van de laatste dagen. Werd midden in de nacht wakker omdat alle honden van Kerango aan het blaffen sloegen. Rond vijf uur spoorde de muezzin de gelovigen aan tot het ochtendgebed met een langgerekt 'Allah akbar'. Daarna balkende ezels, kraaiende hanen en gierst-stampende vrouwen...

Na het ontbijt even naar de markt geweest, samen met buurvrouw Ramata die een beetje Frans spreekt en Assitan, de oudste dochter van Moulaye. De ingredienten voor het eten worden elke dag opnieuw gekocht: een paar theelepels tomatensaus in een papiertje, een bouillonblokje, wat kruiden, wat vlees of vis, etc.

Daarna terug naar de 'werkplaats'. De kisten zijn bijna klaar, er wordt nog wat aan de marionetten gesleuteld, en de spullen worden in de kisten gepakt om te kijken of alles past. Nog eens uitgelegd dat ze hoogstens tien kilo bagage kunnen meenemen en dat de tas stevig moet zijn, met alleen (warme) kleding en de theaterkostuums. In hun handbagage kunnen ze dan nog zo'n vijf kilo meenemen. Anders redden we het niet met de vracht. Als ik ze zie zeulen met die grote kisten slaat de angst me om het hart... Ze willen dekens en eten meenemen en het kost me veel moeite om hen uit te leggen dat alles aanwezig zal zijn in Europa. Het is de eerste keer dat ze hun land verlaten en per vliegtuig reizen; ik ben vreselijk benieuwd hoe alles zal gaan. Vooral de kou is onderwerp van gesprek.

Het eten vanavond was lekker: gehaktballetjes met bakbanaan. (Ga ik thuis ook maken.) Weer eens iets anders dan de rijst met saus of de 'to', een dikke groenige gierstebrij met een snot-achtige saus. (Het smaakt net zoals het klinkt.) De mannen en vrouwen eten apart. Ik eet meestal samen met Moulaye, als gast, maar vind het veel gezelliger om met de vrouwen te eten. Ik beheers het met de (rechter-) hand eten nog niet zo goed, maar doe m'n best. Smakken mag.

De vrouwen van Moulaye hebben om de beurt twee dagen 'dienst', dat wil zeggen dat de desbetreffende vrouw het eten voor de hele familie kookt. Vandaag was Yorobo, Moulaye's tweede vrouw, aan de beurt. Ze is heel mooi, lief, kookt heel goed en verzorgt me uitstekend. Jammer dat ik geen Bambara spreek, want ik zou graag wat met haar willen praten.

Zondag

Het vertrek is om een uur vanmiddag gepland. Men is nog druk in de weer met het een en ander, en de weegschaal wordt in orde gemaakt. Ik loop al op m'n nagels te bijten, maar zij kachelen rustig door, overleggen en drinken thee. Na het middageten even snel gedoucht. Van de drie vrouwen van mijn gastheer kreeg ik een prachtige traditionele wikkelrok plus wijde hes, met de hand beschilderd door middel van klei, boomschors en andere plantaardige kleurstoffen. Werkelijk schitterend, en ik ben er vreselijk blij mee.

Rond half een werd alle bagage gewogen: op de kop af 560 kilo. Hoe bestaat het. Iedereen in de vrachtwagen van de suikerfabriek, die ons naar Bamako zal brengen, en ceremonieel afscheid genomen van de dorpschef en het hoofd van het genootschap. De 'kinderen' werden aan mij toevertrouwd.

Vertrek rond half drie, uitgewuifd door het hele dorp. Om half acht kwamen we bij het vliegveld aan; Abdoulaye kwam om half negen aanzetten. Nagelbijten. Gelukkig waren de mensen van luchtvaartmaatschappij UTA heel aardig; de vracht werd direct naar het vliegtuig gebracht, zonder controle of check-in, en ik werd op m'n woord geloofd aangaande het gewicht. Rond middernacht steeg het vliegtuig op. Ik heb lang naar dit moment uitgekeken: iedereen en alles veilig in de lucht...

Maandag

Om zes uur vanochtend in Parijs aangekomen. Bagage bij elkaar geraapt (klinkt eenvoudiger dan het was) en door de controle gekomen. Het valt me op hoe vervelend de Fransen zijn, vooral tegen zwarten. Twee uur lang naar de buschauffeur lopen zoeken; hij had een verkeerde uitgang opgekregen en dan wordt het moeilijk in een grote luchthaven als Roissy. Naar Amsterdam gebeld, waarna alles snel in orde kwam. Een comfortabele bus en een aardige en bekwame chauffeur. Nadat er wat gegeten en geslapen was, kwam de verwondering: grote ogen, uitroepen, en vragen.

Tegen acht uur in Geneve aangekomen, in een gezellig hotelletje. Ik heb een kamer voor mezelf, wat ik wel prettig vind; dan kan ik wat tot mezelf komen, wat lezen, en aan de dagboeken werken.

's Avonds tijdens de maaltijd had ik het even moeilijk. Ze zaten daar allemaal zo keurig met mes en vork te eten (iets wat ze thuis nooit doen), moe en koud in hun wat schamele kledij, en ik vroeg me af of ik er wel goed aan heb gedaan om te helpen ze hierheen te halen. De ethische oprisping van de antropoloog... Ze zien hier zoveel luxe, en hebben nauwelijks geld om wat spullen voor zichzelf en cadeautjes voor thuis te kopen.

Manager Abdoulaye heeft de wind er goed onder. Het is een overheersend mens, en hij laat geen gelegenheid voorbij gaan om me te beleren of op de vingers te tikken. Heel vervelend en vooral vermoeiend; hem zal ik niet missen als ze weer weg zijn. Maar hij doet z'n werk heel goed en hij heeft meestal gelijk, dus houd ik me in.

Dinsdag

De eerste voorstellingen, voor scholieren van een middelbare school, zitten erop. Er werd veel gevraagd van het aanpassingsvermogen van de groep, maar ze hebben zich er keurig uit gered, onder de bekwame leiding van Abdoulaye. Het zijn echt natuurtalenten, stuk voor stuk. Ik gaf een korte inleiding en lichtte de programma-onderdelen toe. De kinderen zaten gebiologeerd te kijken, en een aantal kwam na afloop naar ons toe om te zeggen dat ze vrijdagavond naar de 'normale' voorstelling komen. Ze vonden het 'super' en 'extra'. Dit soort voorstellingen (45 minuten) is een goede aanloop voor de avond-voorstellingen.

Tussen de bedrijven door heb ik het programma in het Frans geschreven, geholpen door een alleraardigste docent die het op zijn MacIntosh voor me uitgetypt heeft en geprint. Hij heeft het Leger des Heils voor me gebeld, om te vragen of de groep gratis kleding kon krijgen. Dat kon, en na de voorstellingen hebben we het magazijn leeggeplunderd. Nu heeft iedereen fatsoenlijke en warme kleding. Het is gelukkig niet bitter koud. In het hotel gegeten, zodat we er niet meer uit hoefden.

Woensdag

Weer twee schoolvoorstellingen. Slecht georganiseerd door betrokken docent, en de groep was ook niet erg op dreef. De tweede voorstelling ging beter dan de eerste.

Het Franse programma aan Inge gegeven, die het ook alvast naar Nederland zal faxen (de uitvinding van de eeuw!), in afwachting van de Nederlandse vertaling. Inge werkt bij de Ateliers d'Ethnomusicologie, die de voorstelling van vrijdag organiseert. Tussen de bedrijven door de Nederlandse vertaling van het programma gemaakt; Inge faxt die meteen morgenochtend naar Nederland. Nu kan ik het Dagboek afmaken: woorden tellen (het zijn er al teveel, dus schrappen) en bijschaven.

Donderdag

De groep heeft een vrije dag, en heeft een tochtje naar de bergen gemaakt met de bus. Het was regenachtig, maar af en toe kwam de zon door. Ik heb een bezoek gebracht aan collega Laurent, afdeling Ethnomusicologie van het Musee d'Ethnographie. Het museum bekeken en met hem geluncht. 's Middags dit Dagboek uitgetypt bij Radio Suisse Romande, waar Laurent (ook) werkt. Ik ben erg blij met de medewerking die ik overal ondervind. Straks wordt alles naar het NRC gefaxt door het Musee d'Ethnographie. Ik ben erg benieuwd naar de voorstellingen in Nederland, vooral die in de Marmeren Hal van het Tropeninstituut op 22, 23 en 24 november. Op 21 november geef ik een korte inleiding bij een film over het marionettentheater van Markala. (Voor meer Linformatie, de poppen zijn in Amsterdam, Groningen, Den Haag, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht te zien, belle men 020-276566) Heel spannend allemaal. Ik zal opgelucht zijn als de tournee tot een goed einde is gebracht, zonder zieken en rampen. Maar ik hoop de warmte van deze fantastische mensen nog een tijdje bij me te houden...