EEN KLEINE GLADIATOR

Wie zijn de gladiatoren? Volgens premier Andreotti gaat het om 622 mensen, voornamelijk uit het noorden van Italie: Veneto, Friuli Venezia Giulia, Lombardije, Trentino. Eerder deze week bleek dat er sinds 1978 ook vrouwen bij zitten. Het zijn allemaal mensen met een gewone baan, volgens Andreotti zorgvuldig onderzocht op hun strafblad en op 'contra-indicaties voor de veiligheid van de democratie'. Hoewel gisteren enkele namen in de openbaarheid kwamen, is nog weinig bekend over deze mensen. De volledige lijst met namen is nog steeds geheim. Een enkele beroepsmilitair heeft verteld dat hij heeft geholpen bij de training. Maar de meeste aandacht gaat uit naar de burgers binnen Gladio.

Het Italiaanse opinieweekblad Panorama heeft eerder deze week de naam van een van hen onthuld. Het is Mario Morin, een 52-jarige wapenexpert uit Venetie die jarenlang getuige-deskundige is geweest voor de justitie en uitstekende contacten had met de geheime diensten. Het vervalsen van twee universitaire titels, in de geschiedenis en in de geofysica, is nog het minste van zijn vergrijpen. Morin is beschuldigd van onder andere meineed en verduistering van staatsgelden, ten gunste van zijn neo-fascistische vrienden.

De eerste verdenkingen stammen uit 1966. Morin is dan een veelbelovend marine-officier, met vrienden in extreem-rechtse kringen, zoals Ordine Nuovo, nieuwe orde, een paramilitaire fascistische organisatie. Als op 13 april van dat jaar de Spaarbank van Verona wordt overvallen, valt de verdenking op deze vrienden, en ook bij Morin wordt huiszoeking gedaan. Dit levert een grote hoeveelheid wapens, munitie en materiaal om bommen te maken op. Maar op suggestie van hogerhand aanvaardt de rechter dat de verdachten onschuldige wapenliefhebbers zijn. Ze komen er met een lichte straf van af.

Toen de Venetiaanse rechter Felice Casson, de ontdekker van Gladio, later meer wilde weten over deze Morin, ontdekte hij dat diens map bij de rechtbank van Verona was verdwenen. Wat hij wel vond was een notitie van de Sifar, de toenmalige militaire geheime dienst, dat er een kapitein van de geheime dienst vanuit Rome naar Verona was gezonden. Officieel om de onderzoeksrechters bij te staan, maar eigenlijk om erop te letten dat Morin zijn mond niet voorbij zou praten. ' Sommige van zijn uitspraken' aldus de notitie, zouden geinterpreteerd kunnen worden ' als bevestiging van geheime samenwerking, met subversieve doeleinden, van militaire kringen met neo-fascistische kringen.'

Morin houdt zijn mond en als hij in de jaren daarna de aandacht van de politie trekt, is het als wapendeskundige. In september 1982 moet hij een automatisch geweer onderzoeken van een bevriende neo-fascistische arts, Carlo Maria Maggi. De justitie vermoedt dat het geweer onder de verboden, offensieve, wapens valt. Morin zegt dat het wapen 'ongevaarlijk' is, terwijl hij een paar maanden eerder in een wapen-vakblad het tegenovergestelde had geschreven. Dokter Maggi gaat vrijuit. Jaren later zal Maggi worden veroordeeld wegens het bloedbad van Peteano, in mei 1972, toen drie politie-agenten omkwamen door een autobom.

Maar aan die veroordeling is een lang onderzoek vooraf gegaan, waarbij Morin opnieuw bewijzen heeft vervalst. In oktober 1982 vraagt rechter Casson, die dan nog niet weet wat voor man Morin precies is, hem het onderzoek te herhalen naar de springstof die is gebruikt in Peteano. In een anonieme verklaring was de verantwoordelijkheid opgeeist door de Rode brigades, maar Casson zoekt de schuldigen in extreem-rechtse kringen en het onderzoek naar de springstof moet daar uitsluitsel over geven. Het is overigens deze aanslag die Casson op het spoor van Gladio heeft gezet. Morin voert zijn onderzoek in Londen uit, bij Scotland Yard, en komt terug met een resultaat dat Casson ongelijk lijkt te geven: de bom van Peteano is gemaakt van het in Tsjechoslowakije gemaakte Semtex, hetzelfde materiaal dat vlak daarvoor in een schuilplaats van de Rode brigades is gevonden. Prettige bijkomstigheid voor Morin is dat hierdoor ook een neo-fascistische vriend vrijuit gaat bij wie thuis explosieven voor kneedbommen waren gevonden, Pierluigi Concutelli, een van de leiders van Ordine Nuovo.

Maar inmiddels heeft een andere neo-fascist, Vincenzo Vinciguerra, bekend dat hij de aanslag van Peteano heeft gepleegd, en ook dat daarbij een kneedbom is gebruikt. Een nieuw onderzoek laat zien dat Vinciguerra de waarheid spreekt en dat Morin heeft gelogen. Als rechter Casson daarop het onderzoek in Londen gaat controleren, blijken zelfs bij Scotland Yard de papieren van Morin verdwenen te zijn.

Al snel wordt duidelijk dat bij het Criminologisch centrum in Venetie, een staatsinstelling, wat Semtex is verdwenen. Een functionaris bekent dat hij het aan Morin heeft gegeven. Als Casson daarna opnieuw de explosieven wil laten onderzoeken die bij Morins vriend Concutelli thuis zijn gevonden, kan dat niet meer. Morin heeft alles vernietigd ' omdat het gevaarlijk was'.

Inmiddels hebben rechters in Palermo Morins hulp ingeroepen bij het onderzoek naar de moord op generaal Dalla Chiesa, de prefect van Palermo die ernst wilde maken van de bestrijding van de mafia, zoals hij dat eerder had gedaan met de bestrijding van het terrorisme. Bij een eerste onderzoek was gebleken dat Dalla Chiesa niet met hetzelfde wapen is vermoord als waarmee mafiabazen zijn doodgeschoten. Dit bevestigde de theorie dat de moord op Dalla Chiesa iets bijzonders was. Om zekerheid te krijgen moet Morin het onderzoek overdoen. Hij gaat weer naar Scotland Yard en meldt: het is wel hetzelfde wapen. Niet echt iets aan de hand dus, een mafiamoord uit het rijtje. Als later de resultaten bij Scotland Yard worden opgevraagd, blijken de kogels waarmee de proeven zijn uitgevoerd, op mysterieuze wijze verdwenen.

Als Morins lidmaatschap van Gladio wordt bevestigd, is dat meteen een bevestiging van het sterke vermoeden dat deze organisatie heel wat meer is of is geweest dan een verzetsgroep die alleen geactiveerd wordt in geval van een invasie. In de vastgelopen justitiele onderzoeken naar belangrijke moorden en aanslagen uit het verleden zijn figuren als Morin te vaak opgedoken om van toeval te kunnen spreken.