DUFFELT

Duffel, Land wo wir wohnen/De Duffelt, land waar wij wonen

door A. Arntz e.a. 212 blz., Heemkundekring De Duffelt 1990 (080-551525), f 29,50

De Duffelt/die Duffel is een van die landstreken die zich, afgezien van hun meestal dubbele naam, niets aantrekken van nationale grenzen. Het Nederlandse/Duitse gebied ligt ten noord-oosten van Nijmegen, waar de Rijn overgaat in de Waal, waar Lobith herinnert aan de historische intocht van de Batavieren, en waar onlangs de twintigste verjaardag werd gevierd van een zelfbewuste vereniging: Heemkundekring De Duffelt/Heimatkundeverein Die Duffel. Ter gelegenheid van die verjaardag publiceerde de vereniging een bundel over tweehonderd jaar streekgeschiedenis, broederlijk bijeengeschreven door Nederlandse en Duitse auteurs. Het is een gevarieerd boek, waarin onderwerpen als kerkebouw, middelen van bestaan, onderwijs en armenzorg aan de orde worden gesteld op een grondige, om niet te zeggen uitputtende wijze (tabellen als: 'Aardappeloogst en prijzen in de gemeente Ubbergen 1866-1881').

Het aardige van boeken over streekgeschiedenis ligt in het persoonlijke, alledaagse niveau van de beschrijvingen. Gewone mensen worden met naam en toenaam vermeld, ze keren vaak terug in volgende hoofdstukken, en al snel staan ze op vertrouwelijke voet met de lezer. Via enig speurwerk tussen de opsommingen en tabellen door, kan dikwijls een heel leven op de voet worden gevolgd.

In het boek over de Duffelt ging mijn aandacht vooral uit naar meester Domsdorf uit Millingen, wiens treurige levensverhaal als stukjes legpuzzel over de pagina's ligt uitgestrooid. Hij wordt geintroduceerd in het eerste hoofdstuk over dijkdoorbraken en overstromingen in de vorige eeuw als hij, in de winter van 1855, de zorg heeft voor een groot aantal hongerige vluchtelingen. Een plaatsgenoot schreef later: ' t Oude schoolhoofd, zelf vader van 'n extra zwaar gezin en minimumlijder in de vreeselijkste betekenis van het woord, was zoo menschlievend elkend dag toch nog 'n grooten ketel erwtensoep te koken voor de stumperds op zijn zolder. De naam van dien man, die een menscheleven lang gezwoegd heeft in een krot van een school, die niettegenstaande zijn karige bezoldiging, 'n voorbeeld was van naastenliefde, die naam Domsdorf blijve in eere, zoolang Millingen Millingen zal zijn.'

Dat eist nadere toelichting, en die komt gelukkig ook, stukje bij beetje, in latere hoofdstukken. Domsdorf blijkt dan voluit B. A. Domsdorf te heten, en zijn krot van een school is 'een groot vierkant wit gepleisterd gebouw' zonder aparte lokalen. Daarin moet Domsdorf les geven aan honderdvijftig leerlingen voor een salaris van tweehonderd gulden per jaar. Een gedeelte van dat inkomen is gebaseerd op ontvangen schoolgelden, en Domsdorfs toch al wankele bestaanszekerheid krijgt dan ook een gevoelige tik als in 1857 de Zusters van Jezus, Maria en Jozef een meisjesschool in Millingen vestigen. Onder aanvoering van zuster Maria Angela Poppelmeijer weet de congregatie meer dan zeventig meisjes uit Domsdorfs openbare school binnen te halen. Maar Domsdorf overwint ook deze tegenslag, en het gemeentebestuur beloont hem in 1859 met een nieuwe schoolvloer van Portland-cement en een vast jaarsalaris van vierhonderdtachtig gulden. Bovendien komt enkele jaren later kwekeling D. Blok zijn eenzame staf versterken, spoedig gevolgd door zijn eigen zoon Willem Domsdorf. Even lijkt het goed te gaan, maar nee, Domsdorfs lot valt niet te keren: D. Blok sterft een vroege dood, Willem wordt in 1878 hoofdonderwijzer in Wamel, ' en weer stond de bijna zeventigjarige Domsdorf er alleen voor om op zijn leeftijd nog een honderdtal kinderen te onderwijzen'. Pas op 1 mei 1882 wordt hem ontslag verleend.

Dan zwijgt het boek verder over Domsdorf. Wel wordt nog zijn opvolger J. L. van de Berg bejubeld, een vervelende streber die zich populair maakt met de oprichting van fanfarekorps 'Ons Genoegen', en na zijn dood een straat naar zich krijgt vernoemd. Ik sla mijn postcodeboek open, Millingen aan de Rijn.

Het is leeg tussen de Dennenstraat en de Doormanstraat. Millingen is Millingen niet meer.