Dr. Jamain en Dr. Grill

Het contrast tussen de visioenen van een overdaad aan rozen, volgende zomer, overladen met rose, wit en rood, struiken en klimmers met ouderwetse namen, die de tuin doen geuren alsof ergens een misdienaar met een wierookvat zwaaide en de werkelijkheid die je ziet wanneer je nu, in november, een rozenkweker bezoekt, kon niet groter zijn. Daar liggen ze, in rijen: die oude namen blijken verbonden te zijn aan povere, nietige dingen, rozestruik-skeletten, hun geur niet meer dan een herinnering, hun massa's bloemen alleen maar vage kleurvlekken, hun schoonheid alleen maar zichtbaar voor het geestesoog van de toeschouwer.

Rozen, in de vorm die ze hebben bij de op rozen gespecialiseerde kweker, zijn onherkenbaar: op beestachtige wijze kortgeknipt, ontdaan van blad en kluit, twee bezems die aan elkaar zijn geent - want dat is het vreemde: de wortels zijn in feite niet dezelfde plant als de takken. Wanneer je voor het eerst met deze aanblik geconfronteerd wordt krijg je het gevoel dat je nu eindelijk het ware tuinieren bereikt hebt: zo gebeurt het in het echt, achter de schermen. Niks plantjes gekweekt in een container, die maar op ieder willekeurig tijdstip geplant kunnen worden; dit is je ware. Nu is het je eindelijk ook vergund te zien hoe wortels, die altijd zedig aan het oog worden onttrokken door een kluit aarde, er in werkelijkheid uitzien. Dat dit nu uitgerekend moest gebeuren met de roos, de nobelste en mooiste van alle tuinplanten, was goedbeschouwd te verwachten: niets dat met rozen te maken heeft is ooit voordehandliggend, en dus is het passend dat je van het begin af te maken krijgt met complicaties.

In feite beginnen die al voor men voor het eerst een blik slaat op die geraamtes. Het is misschien onnodig veel van rozen af te weten om er een te kiezen, maar als ik de catalogi doorkijk hindert het mij dat ik de verschillen tussen hybride-thee en remontanthybride, tussen alba en gallica, tussen mos, muscus en damascener nog steeds niet helemaal onder de knie heb. En dan zijn er de namen: de oude afkomstig uit een droom en de moderne bizar als de namen van renpaarden. Wiens voorkeur zou niet uitgaan naar een Cuisse de Nymphe emue of een Souvenir de la Malmaison, boven Wonder of Woolies, Sexy Rexy, of Benson and Hedges Gold?

Het feit dat zoveel 19e eeuwse rozen Franse namen hebben toont hoe belangrijk Frankrijk was als rozenkweekster in die tijd; nu hebben rozen Engelse namen, prozaisch en fantasieloos: Stroller, Sheer Bliss, Angela Rippon. Oudere rozen hebben vaak de namen van vrouwen, of beter gezegd dames; er zijn recentelijk ook een paar mannen tussen gekropen maar ze lijken zich er niet erg op hun gemak te voelen. Noch Tony Jacklin, noch Parkdirektor Riggers, noch zelfs Rambling Rector zullen ooit het verleidelijke kunnen hebben van Zephyrine Drouhin, Mme Caroline Testout of Felicite et Perpetue. Van die laatste twee is bekend dat het dochters waren van de kweker, maar in andere gevallen wordt het mysterieuze juist versterkt door onbekendheid met hun ware identiteit; als Mmes Gregoire Staechlin en Alfred Carriere zouden blijken 19e eeuwse equivalenten van Sue Lawley en Penelope Keith te zijn dan zouden hun namen misschien hun romantische klank verliezen. (Bijkomstige wetenswaardigheid: Charles de Gaulle is lichtrose).

Niet alleen heeft men de neiging rozen te kiezen om hun namen, die namen maken ook dat rozen gemakkelijk kunnen worden vermenselijkt. Elizabeth von Arnim beschrijft een buitengewoon onbevredigende relatie met een zekere Dr Grill: ' Drie standaard Dr Grills, die op een rijtje stonden te pruilen. Ik was vol verwachting geweest over Dr Grill: zijn signalement in de catalogi was uitermate veelbelovend; ongetwijfeld kreeg ik de terechtwijzing die ik verdiende.' Dr Grill werd in de watten gelegd: veel zon, ' het allerdelicaatste mengsel van compost, klei en mest', water in de droge tijd; ' en nog weigerde hij iets anders te doen dan er zwart en verschrompeld uit te zien. Hij stierf niet, maar hij leefde ook niet - hij bestond alleen maar.' (Elizabeth and her German Garden)

Een andere eigenaardige consequentie van het gebruik van persoonsnamen is dat er rare huwelijken het gevolg van zijn: Papa Gontier en Madame Hoste moeten heel verbaasd zijn geweest toen zijn opeens de ouders werden van Lady Hillingdon (geb. 1910); vreemder nog zijn de echtelijke verbintenissen van Madame de Tartas met Madame Falcot en van General Jacqueminot met Charles Lefebre, leidend tot de geboorte van respectievelijk Marie van Houtte (1871) en Souvenir du Dr Jamain (1865).

Van sommige vreemde namen wordt het raadsel tenslotte wel opgelost: zo is Nuits de Young volgens Graham Thomas in feite een hommage aan het gedicht 'Night Thoughts' (ca 1720) van Edward Young. De oorsprong van een gangbare term als Bourbon, zoals in Bourbonrozen, is volstrekt niet wat je zou denken. Vita Sackville-West vertelt dat de naam verwijst naar het Ile Bourbon, nu herdoopt tot Ile de la Reunion, welks bewoners ' de aangename gewoonte hadden rozen te gebruiken voor hun hagen: niet meer dan twee soorten, Damascenerrozen en Chinese Rozen. Deze twee sloten een geheim huwelijk; en op een dag in 1817 ontdekte de conservator van de botanische tuin op het Ile Bourbon [zijn naam was Breon], een zaailing die hij overplantte en kweekte: een kleine solitaire bastaard die de voorvader of -moeder werd van het hele ras dat wij nu de Bourbonroos noemen.'

Het helpt niet veel als je hoofd vol zit met zulke namen en verhalen wanneer je tenslotte thuiskomt met je Souvenir du Dr Jamain. Skeletachtig en omwikkeld in een lijkwade van grijs plastic wacht hij het moment der wederopstanding; intussen raadpleeg je koortsachtig ieder beschikbaar boek over het planten van rozen (je inspannend je oog niet te laten afdwalen naar het volgende hoofdstuk, dat begint: ' Het snoeien van rozen lijkt misschien heel ingewikkeld; in feite is er niets eenvoudigers', om er dan bladzijdenlang over door te gaan). Het zal dan blijken dat geen twee boeken dezelfde beschrijving geven van de procedure van het planten. Gelukkig kan Dr Jamain een dag of wat wachten in zijn wade; en als het moet kan hij daarna ook nog in een tijdelijk graf, zoals we hem aantroffen in de kwekerij.

En daar ligt hij nu, minder een herinnering dan een voorgevoel, ergens in de lucht boven hem een onzichtbare massa van geurende donkerrode bloemen, omringd door een fluisterende doornhaag van instructies voor zijn toekomstige welzijn. Het is net als het thuiskomen met een baby uit de kraamkliniek: je bent in de greep van dat zelfde gevoel, een mengsel van opwinding en je geen raad weten. En dat is nog maar het begin.

    • Sarah Hart