Discussie over vernieuwing staat nog in kinderschoenen

DEN HAAG, 17 nov. Precies 51 weken geleden schreef D66-fractievoorzitter Van Mierlo zijn collega-fractieleiders in de Tweede Kamer een brief. Daarin kondigde hij aan tijdens het debat over de regeringsverklaring, de week daarop, voorstellen te zullen doen om een uit de fractievoorzitters bestaande commissie in te stellen die de mogelijkheden voor staatkundige en bestuurlijke vernieuwing moest gaan onderzoeken. De commissie kwam er en leverde gisteren het produkt van driekwart jaar studeren af: een 94 pagina's tellende nota met daarin 'vraagpunten' hoe eventueel gestalte zou kunnen worden gegeven aan die vernieuwingsdiscussie.

Groots en meeslepend is het allemaal nog niet. Geheel volgens de afspraak heeft de commissie zich beperkt tot het aangeven van discussiepunten. In januari schreef Kamervoorzitter Deetman al dat er 'veel tijd' nodig zou zijn. De gekozen minister-president, in de jaren zestig een 'hot issue' in de progressieve beweging, is bijvoorbeeld nog ver weg: 'Aan de hand van concrete wetsteksen zouden de argumenten voor en tegen de gekozen minister-president kunnen worden geinventariseerd en de consequenties van zo'n constructie worden bezien', aldus de nota. Hetzelfde geldt voor het referendum, in 1985 voorgesteld door de staatscommissie-Biesheuvel en vervolgens door een Kamermeerderheid getorpedeerd. Daarover zegt de commissie-Deetman nu: 'Voors en tegens van correctief wetgevingsreferendum, consultatief referendum en volksinitiatief zouden nog eens kunnen worden geinventariseerd en op hun consequenties kunnen worden beoordeeld.'

De onderwerpen zijn aangegeven: van het functioneren van de rijksoverheid tot en met de gang van zaken rond de regeringsverklaring. Daar tussenin zaken als de positie van de minister-president, het kiesstelsel, de rol van de Eerste Kamer, de benoemingsprocedures van burgemeesters, de kwaliteit van het wetgevingsproces en de werkwijze van de Tweede Kamer. Tientallen vragen zijn geformuleerd, enige mate van meningsvorming is zo nu en dan alleen uit de analyse te destilleren.

Zo geeft de commissie heel duidelijk te kennen dat het overheidsapparaat drastisch moet worden gereorganiseerd. Het is een van de weinige keren dat er niet iets moet worden 'uitgezocht', maar direct kan worden overgegaan tot 'verdieping' en 'uitwerking'. Iets dergelijks is het geval bij de positie van de minister-president. Ook daarover is de commissie stellig. Mocht worden overwogen de minister-president de bevoegdheid te verlenen aanwijzingen te geven aan andere ministers, dan zal de grondwet moeten worden gewijzigd.

Maar voor het overige moet de discussie in feite nog beginnen. Een belaste discussie, want veel van de in de nota aangedragen onderwerpen zijn al eens eerder aan de orde geweest. Maar, zo zei commissievoorzitter Deetman gisteren bij de presentatie: 'De commissieleden hebben zich verplicht op een open wijze verder te discussieren, los van vooringenomen standpunten.' Of, zoals het in de inleiding van de nota staat: 'Als deze nota dus tevens een verkenning is van wat in het verleden onmogelijk is gebleken, dan is daarmee nog geen uitspraak gedaan over de mogelijkheden in een andere maatschappelijke en bestuurlijke context.'

Uit deze woorden put de grote instigator van de hernieuwde staatsrechtelijke discussie, Van Mierlo, dan ook al zijn hoop op toekomstig succes. Hij had gisteren de middag speciaal uitgetrokken om alle scepsis bij de Haagse journalistiek de kop in te drukken. Open huis in zijn werkkamer aan Het Binnenhof. Natuurlijk, hij was niet tevreden, 'maar het had onmetelijk veel minder gekund'. Staatkundige vernieuwing is geen vrijblijvendheid meer. Hij wist dat het een zaak van lange adem zou worden. 'Het gaat over processen als de organisatie van de macht. Dat is het meest taaie wat er is.' De analyses in het stuk daar gaat het nu eerst om. Het is al heel wat dat de andere partijen willen praten over dingen die zijn partij reeds 25 jaar geleden ter discussie stelde, vindt Van Mierlo.

'Het is nog nooit eerder gebeurd dat wij als Kamer een zodanig kritische beoordeling van onszelf zijn aangegaan. Ik ben mij ervan bewust dat een aantal punten pas op langere en wellicht heel lange termijn worden opgelost, maar dat de politiek zich nu zelf kritisch tegen het licht houdt, acht ik een kostbaar moment.' Als de commissie-Deetman een 'flutstuk' zou hebben geproduceerd, had hij zijn handtekening er niet onder gezet. 'Met die handtekening had ik dan tevens het doodvonnis van mijn partij getekend.'

Van Mierlo is echter nog springlevend en zijn partij dus ook. In de nota stelt de commissie voor hoewel met het formuleren van de vraagpunten de opgedragen taak eigenlijk is beeindigd haar te belasten met de coordinatie van de discussie die nu is losgemaakt. Van Mierlo zei deze week in een interview met Elsevier nog niet aan vertrek uit de politiek te denken. Het is nu duidelijk waarom. Wat zou de commissie zonder hem moeten?