De uitspattingen van vroeger mis ik nu echt wel een beetje; 10 vragen aan Leo Visser

Leo Visser heeft zijn studie voor piloot afgerond. De 24-jarige topschaatser, die op de Nationale Luchtvaartschool in het Zuidlimburgse Beek voor de laatste examens slaagde, stort zich voorlopig vrijwel zeker geheel op de sport. Hij heeft zich weer aangesloten bij de kernploeg van bondscoach Ab Krook. Vandaag doet de uit Haastrecht afkomstige ex-wereldkampioen (1989) in Deventer mee aan de strijd om de IJsselcup.

Waarom kies je voor het schaatsen en niet voor een baan als piloot?

Ik ben al aangenomen door de KLM en ik zal binnen afzienbare tijd dan ook richting Amsterdam verhuizen. Dat ik nog niet aan het werk kan heeft te maken met problemen op het gebied van planning en opleiding. Ik mag alleen nog maar vliegen in toestellen tot 2.000 kilo, in de City Hopper (F 27) en de Piper Seneca. Aangezien de kans klein is dat ik voor de F 27 in aanmerking kom, krijg ik een extra scholing, die onder andere bestaan uit simulator-uren. Maar daarvoor is niet meteen een mogelijkheid. De praktijk leert dat ik zes maanden moet wachten, hoewel ik in principe morgen zou kunnen worden opgeroepen. Nee, ik krijg en wil ook geen voorkeursbehandeling. Ik was ook geen uitschieter in de klas. We zijn in Beek met zes man aan de cursus begonnen en we zijn in de minimale tijd samen klaar.

Verleden jaar klaagde je over het feit dat de ijsbaan van Geleen te weinig open was, waardoor je in je training werd beperkt. Is er iets verbeterd?

Neen, nog niet. Nog altijd gaat de baan om zes uur 's middags dicht, omdat enkele buurtbewoners 's avonds geen overlast willen. Die denken dat hun huizen in waarde zullen dalen door het lawaai, het licht en de auto's. De Raad van State is er zelfs aan te pas gekomen. Het schijnt dat de provincie nu toch een vergunning heeft gegeven voor openstelling. Voor half december moet de gemeente beslissen, maar er komen natuurlijk bezwaarschriften. De zaak zal dus wel weer worden vertraagd. De Geleense baan is er voor WAO'ers en werklozen: wie overdag werkt of naar school moet kan er nauwelijks terecht. Nu ben ik daar persoonlijk niet zo door benadeeld, omdat ik de laatste tijd meestal 's nachts vloog of met de flight-simulator bezig was. Ik kon 's middags trainen, ten minste de laatste drie weken. Want door de extreem hoge temperatuur en de beperkte vriescapaciteit kon ik pas begin november het ijs op. Tevoren heb ik veel op de racefiets gezeten.

Bondscoach Ab Krook meende eind september dat het slecht was gesteld met je conditie.

Dat was logisch. Hoewel ik de vorige competitie tot mijn grote verbazing derde werd bij het Europese kampioenschap, trainde ik toen wegens mijn studie lang niet op topsportniveau. Ik stond drie keer per week op het ijs. Na het seizoen heb ik zelfs nog verder gas terug genomen. Ik liep een grote achterstand op. In juli heb ik de trainingen weer opgepakt. Niet eens voluit, want ik moest me soms dagenlang volledig concentreren op de grondcursus voor de F 27. Alles bij elkaar heb ik best wat uren gemaakt, maar het ging niet zo gestructureerd. Dat hoeft geen onoverkomelijke problemen te geven voor de prestaties. Ik wil nu zorgen door een stevige aanpak weer in conditie te komen. In de wedstrijdperiode moet ik die vasthouden. Extra-duurtraining, zoals anderen die soms doen wegens gebrek aan vertrouwen, heeft dan geen zin meer. Tijdens de wedstrijden moet je uitgerust zijn. De wielrenners hebben gelijk als ze zeggen dat de Tour de France in bed wordt gewonnen.

Hoe stel je je het nieuwe seizoen voor?

Het is moeilijk te zeggen waar ik uitkom. Want ik heb nog geen wedstrijd gereden. Ik weet niet wat ik zal tegenkomen, maar ik heb het idee dat ik lekker op het ijs sta. Dat fijne gevoel is het belangrijkste. Technisch is er bij mij niks veranderd. Dus het zit wel goed. Ik ben een jaar als topsporter weg geweest, maar er is intussen in het schaatsen niet veel veranderd. Er hebben zich geen geweldige talenten aangediend en de sport heeft geen echte sprong omhoog gemaakt. Dat bewijzen ook de tijden. Bij het EK in Heerenveen reed de winnaar van de 1500 meter, ik meen Van der Burg, 1.54. In '87 kwamen de besten op 1.52 of 1.53 uit en bij de Olympische Spelen haalden ze 1.52.

De kernploeg, waarin je bent teruggekeerd, is sterk verjongd. Hoe ervaar je dat?

Wat de trainingen betreft is er geen verschil. Op ander gebied wel. Neem de voorbereiding op toernooien. Falk-Larssen introduceerde ooit de muziek bij de warming-up. Hij ging inrijden met een walk-man op. Onze Haagse jongens in de kernploeg, Veldkamp, Bos en Van der Burg, beginnen een wedstrijddag het liefst met uitgebreide hard-rock. Weer iets nieuws. Ze relaxen het beste bij dat helse lawaai.

En jij?

Ik heb dat nooit gedaan, ik houd van andere dingen. Een ontspannen potje kaarten, dat geeft mij rust. Of kletsen bij een paar pilsjes aan de vooravond van een wedstrijd. Daar slaap ik lekker van. Vergeer, Schalij, Hopman en Ykema, vroeger mijn collega's in de selectie, hadden hetzelfde idee. Die gingen niet graag vroeg naar bed, zoals de lichting van nu. Met hen ging ik de stad in, als het even kon. Dat gebeurde in zomerkampen of op minder belangrijke buitenlandse trips. Er waren vroeger best wel eens nachtelijke uitspattingen en die mis ik nu echt wel een beetje.

Gerard Kemkers heeft grote problemen met zijn 'zwabberbeen'. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Ik heb geen idee wat er precies met die voet aan de hand is. Vooral Krook en Kemkers gaan erover, ik wil er bij hen niet over zeuren. Er wordt al genoeg over gezeurd in de pers. Ik lees het wel in de kranten of op teletekst. Er zijn veel knappere doktoren dan ik om een oplossing te zoeken. Een keer heb ik iets dergelijks zelf gehad, toen ik voor het eerst in de kernploeg zat. Het was een rotperiode. Ik stuurde niet goed, stond niet lekker op de schaatsen. Bij de sprintcyclus van BSO reed ik op een gegeven moment 43 seconden rond op de vijfhonderd meter. Met bondscoach Henk Gemser ben ik gaan zoeken. Ik stopte het experiment met de schaatsen met een verstelbare buis en ik ging weer op mijn oude ijzers rijden. Intussen beperkte Gemser mijn training sterk, want ik had gewoon te veel gedaan. Ik was net over uit Jong Oranje en ik stond meteen drie keer per dag op het ijs. Tussendoor ging ik ook nog even voetballen. Stapje voor stapje zijn Gemser en ik uit de problemen gekomen. Het duurde anderhalve maand.

Ga je dit jaar veel meedoen aan de wedstrijden om de wereldbeker?

Aan alle toernooien meedoen kan niet. Want er zijn bij die wedstrijden vier startbewijzen per land en onze kernploeg bestaat uit zes man. Ik zal mijn beurt nu en dan graag overslaan omdat mijn basisconditie nog niet zo best is. Als ik goed voor de dag wil komen op het EK en het WK en daarvoor kan ik nog anderhalve maand trainen zal ik me bij andere wedstrijden wat rustiger moeten houden. Anders gezegd: de training heeft voorlopig mijn prioriteit. Overigens zijn die wedstrijden om de wereldbeker, voor de rijders ten minste, aantrekkelijk. Ze maken het seizoen leuk, ook door de vele contacten met de buitenlanders. Toch zullen de organisatie en de planning beter moeten worden wil de worldcup ook maar in de schaduw van het EK of WK komen. Er gebeuren gekke dingen. Een paar jaar geleden moesten we zaterdag in Zweden rijden, zondag in Oslo. Hals over kop werden we per bus versleept. Dat kan niet, dat was een puinhoop.

Je hebt na de Spelen van Calgary gezegd dat je in het Olympische Albertville (1992) revanche zou nemen.

Ik miste in Calgary op de vijf kilometer goud, ik kwam een fractie van een seconde tekort. Ik had inderdaad revanchegedachten, ook al omdat ik op de tien kilometer (brons, red) net naast het net viste. In datzelfde jaar nog heb ik Gustafsson, de winnaar, op de vijf kilometer verslagen. Dat vergoedde weinig, maar het gaf een prettig gevoel. Nu ben ik in gedachten bij het huidige seizoen, pas in de verte zie ik de Olympische Spelen. Misschien is het mogelijk Albertville te halen. Het hangt vooral van mijn baas af. Als ik het bij de KLM probeer te regelen doe ik het niet voor het evenement. Ik schrijf alleen in als ik voor een medaille kan gaan. En dan bedoel ik natuurlijk een gouden.

Is het niet vreemd dat de wedstrijden in Albertville op een buitenbaan worden afgewerkt?

Dat is een enorme stap terug. En dat bij zo'n groot evenement. We worden afgescheept met een buitenbaantje omdat de Franse organisatie absoluut geen interesse heeft in schaatsen. Ze zijn deze sport bij hun Spelen liever kwijt dan rijk. Het mobiele baantje wordt meteen ook weer afgebroken. Zonde. De beste oplossing was geweest het geld te gebruiken voor een overkapping van de baan van Grenoble, zodat de Olympische wedstrijden in die stad zouden kunnen plaats vinden. Nu zijn we in Albertville afhankelijk van het weer. Stel dat het ineens gaat sneeuwen, en dat gebeurt daar vaak. De wedstrijden worden dan vervalst. Je kansen kunnen ineens de mist ingaan. En daar heb je dat het hele jaar hard voor getraind.