Bridge

Als je het Ten Geleide van Bridge, Tips voor bieden en spelen 1 omslaat vind je een lijst van bij uitgeverij Tirion uitgegeven boeken van Cees Sint en Ton Schipperheyn. Die lijst telt tien titels en dat is al een heel indrukwekkend oeuvre. Het lijkt er echter voorlopig niet op dat Sint en Schipperheyn zijn uitgeschreven, want zojuist verschijnen van hen twee deeltjes van een nieuwe serie, die op het omslag staat aangeduid als Bridgetips, met als ondertitel Nuttige wenken, luchtig verpakt, maar die op de officiele titelpagina enigszins verwarrend Bridge heet waarop dan steeds wisselende ondertitels: Tips voor bieden en spelen 1 en Tips voor spelverbetering 2. Bibliografen zullen niet blij zijn met deze onlogische nummering, maar bridgers zal dat een zorg zijn. Het zijn buitengewoon aantrekkelijke boekjes geworden, niet in het minst doordat voor de illustraties werd gebruik gemaakt van twee beroemde historische kaartspelen, dat van Jacob Gole, waarvan een van de drie overgeleverde komplete spellen in bezit is van de bekende Amsterdamse antiquaar en kaartspeldeskundige Harry Kenter, en het spel dat de naam draagt Jeu de la Dot. Voor de aanvullende illustraties werd geput uit een van de grootste verzamelingen ter wereld van jokerkaarten van Sjef Kenter (broer van Harry).

Toch zal de ware bridger natuurlijk vooral in de inhoud van deze Tipsdeeltjes belang stellen. Hij zal niet worden teleurgesteld. De boekjes bevatten tal van nuttige, soms amusante tips, die zijn gelardeerd met anekdotes, stukjes geschiedenis, grappen, wetenswaardigheden. Je kunt overal beginnen te lezen, maar eigenlijk nergens ermee ophouden! Ik sla willekeurig bladzij 37 van deel 2 op en zie als kop Oninteressant spel:

(Schoppen) H 7 2

(Harten) 7 3

(Ruiten) A 10 8 4

(Klaver) H V 9 6

(Schoppen) 8 6 4

(Harten) H V 9

(Ruiten) B 7 2

(Klaver) 10 8 5 3

(Schoppen) B 10 5 3

(Harten) A 6 5 4 2

(Ruiten) V 9 5

(Klaver) 7

(Schoppen) A V 9

(Harten) B 10 8

(Ruiten) H 6 5

(Klaver) A B 4 2

In een viertallenwedstrijd opent Z met 1 SA die N meteen tot 3 SA verhoogt. W komt uit met (Harten) H en vervolgt na een aanmoedigend signaal van O met (Harten) V en (Harten) 9 die O overneemt. Een down is het resultaat. ' Pech, maar een oninteressant spel, want aan de andere tafel zal precies hetzelfde gebeuren' is het kommentaar van de verliezende partij. Maar in de pauze blijkt bij het nevenpaar -600 op het scorebriefje te staan. ' De (Harten)-start is toch opgelegd', moppert Z. ' Natuurlijk ben ik met (Harten) H uitgekomen en heb toen (Harten) V en (Harten) 9 nagespeeld', zegt W, ' maar mijn partner kon niet zien dat hij die moest overnemen, want de leider speelde in de eerste slag (Harten) 10 en in de tweede (Harten) B!'

Het is duidelijk wat Z's slimmigheidje bij OW teweeg bracht: als W (Harten) H-V-9-8 heeft bezeten, mag O (Harten) 9 niet overnemen omdat hierdoor de (Harten)-kleur blokkeert en O de downslag niet kan incasseren. De tip luidt dus: als tegen SA met de heer (of het aas) wordt uitgekomen, maskeer dan met B-10-8 in de hand en niets op tafel die 8 en speel eerst de 10 en dan de B. Dat kan wel eens 650 pnt. schelen!

Als intermezzo het tegenspelprobleem van vorige week:

(Schoppen) H V B 2

(Harten) 3

(Ruiten) 10 9 5 3

(Klaver) 7 5 4 3

(Schoppen) A 6 4

(Harten) B 7 2

(Ruiten) B 7 2

(Klaver) H V 10 8

O opent met 1 (Ruiten) en herbiedt na partners 1-(Schoppen)-antwoord 2 (Harten) (reverse) waarna W's 3 (Ruiten) het bieden besluit. Z's uitkomst met (Klaver) H wordt door N overgenomen met (Klaver) A. Hij speelt (Klaver) B terug. O bekent met (Klaver) 2 en 6. Wat nu? In hun Bridge to bridge, Test en verbeter uw speeltechniek (Haarlem 1990; uitg. Becht) geven Rob Stravers en Rene Zwaan de lezer de keus uit vier mogelijke antwoorden: (A) (Klaver) B laten houden, (B) overnemen, (Klaver) 10 incasseren en vervolgen met (Klaver) 8, (C) overnemen, (Klaver) 10 en A incasseren en vervolgen met (Klaver) 8, (C) overnemen, (Klaver) 10 en (Schoppen) A incasseren en vervolgen met (Klaver) 8, en (D) overnemen, (Klaver) 10 incasseren en vervolgen met troef. Welke voortzetting hebt u gekozen? De goede keuze levert in de toekomstklasse 9 punten op, de maximum score, in de middenklasse 7 en in de topklasse nog altijd 5. Het was dus echt een lastig probleempje. O heeft sterk geboden en 5 (Ruiten)'s en 4 (Harten)'s getoond. In de zwarte kleuren bezit hij geen plaatje en dus zit zijn kracht in het rood. Onze partner kan hooguit nog een rode V bezitten. Als partner inderdaad (Klaver) A-tweede bezat, en daar wijst zijn tegenspel op, heeft O een 1-4-5-3 patroon. Dat levert NZ dus 4 slagen op, maar nog niet de downslag. Heeft N (Ruiten) V, dan komt die vanzelf. Maar is er ook nog een kans als N (Ruiten) V niet bezit? Ja, (Ruiten) 8 is al voldoende! Maar dan moet Z wel kiezen voor mogelijkheid (C): (Klaver) B overnemen met (Klaver) V, (Klaver) 10 en (Schoppen) A incasseren en dan met (Klaver) 8 vervolgen. Partner troeft nu met (Ruiten) 8 en geeft hiermee O op zijn (Ruiten)-bezit een gevoelige uppercut. O moet immers met een honneur overtroeven en dat maakt op slag (Ruiten) B hoog. En waarom moest nu eerst ook (Schoppen) A worden meegenomen? Anders troeft O niet over maar gooit zijn verliezende (Schoppen) weg!

De boks- en bridgeterm uppercut vinden we ook in Bridgetips 1 van Sint en Schipperheyn. Dit is het voorbeeldspel:

(Schoppen) A H 8 2

(Harten) A H 4 2

(Ruiten) V 5 3

(Klaver) 6 5

(Schoppen) 10 9 4 3

(Harten) 10 3

(Ruiten) 9 2

(Klaver) 10 8 7 4 3

Tegen 4 (Harten) komt W, die met 1 (Ruiten) heeft geopend, uit met (Ruiten) H en vervolgt met (Ruiten) A en (Ruiten) na. Wat doet O? Introeven met (Harten) 10! Als W (Harten) B-9-6 of B-8-6 bezit, creeert dit een extra slag voor de verdediging.