Als de olie op is, houdt het op'; De dure olie is het gevolg van speculatie en hysterie

MUSCAT, 17 nov. De Omaanse minister van oliezaken en mineralen, Said bin Ahmed al Shanfari, is een zuinig man. Hij let goed op de olie die zijn land in minder dan 20 jaar heeft veranderd van een geisoleerde stammenstaat van Middeleeuws allooi in een heel redelijk welvarende, internationaal georienteerde en gerespecteerde natie. Want als de olie op is, is er ook niet veel anders meer om de Omaanse welvaart van te bekostigen, ook al probeert men dan nieuwe industrieen op te zetten voor het geval dat. Als de olie op is, dan is Oman in grote lijnen weer aangewezen op landbouw en visserij, net als toen.

'Het is makkelijk om olie te produceren technisch dan', zegt hij. 'Maar we gaan niet meer produceren dan we nu doen, om onze reserves niet te snel uit te putten.'

Oman produceert nu 700.000 vaten per dag, voor meer dan 90 procent gewonnen door PDO (Petroleum Development Oman, waarin Shell een belang van 34 procent heeft) en beschikt over de faciliteiten om de produktie tot 1 miljoen vaten uit te breiden (ter vergelijking: de Saoedische produktie bedraagt bijna acht 7 miljoen vaten per dag). Maar zelfs de huidige hoge prijzen als gevolg van de Golfcrisis (nu rond de 30 dollar) kunnen Shanfari niet verlokken de Omaanse produktie op te voeren.

Volgens de minister zijn de huidige hoge prijzen volledig het gevolg van speculatie en hysterie. 'Er is ruim voldoende olie. De produktie van Koeweit en Irak (die als gevolg van het handelsembargo van de Verenigde Naties is weggevallen) is al geheel overgenomen door andere landen.' 'We houden niet van onrealistische prijzen, omdat die de toekomstige prijzen nadelig beinvloeden. Wij geven de voorkeur aan redelijke prijzen 20 a 21 dollar per vat om de wereldeconomie gezond te houden. Anders zullen we zelf daaronder lijden.' Immers: 'Wat heb je aan je geld als je er niks mee kunt doen', omdat de wereldeconomie is ingestort en je klanten je olie niet meer kunnen betalen? 'We hebben nu genoeg geld om onze behoeften te bevredigen.'

Oman heeft zijn les geleerd in 1986, toen de olieprijzen een diep dal doormaakten en enkele weken lang tot op 9 dollar per vat zakten. Het resulteerde onmiddellijk in een begrotingstekort, want daarop was het vijfjarenplan niet berekend. De regering probeert nu trouwens in het komende vijfjarenplan een soort schokdemper in te bouwen, een fonds waarin de extra-inkomsten in tijden zoals nu vloeien en waaruit kan worden geput als het wat minder goed gaat.

Omans bewezen oliereserves bedragen nu, in 1990, 4,5 miljard vaten (de bewezen reserves van Irak bedragen 100 miljard vaten). Het land geeft ongeveer 1 miljard dollar per jaar uit om nieuwe oliebronnen aan te boren, en dat heeft tot dusverre elk jaar meer opgeleverd aan niewe vondsten dan er werd opgepompt.

Zo bedroegen de bewezen reserves in 1974 1,4 miljard vaten. En terwijl, aldus de minister, sinds 1970 in totaal 2,8 miljard vaten zijn gewonnen, zijn de reserves nu ruimschoots verdrievoudigd. 'Als we werkeloos zouden blijven toekijken, zouden onze reserves in 20 jaar zijn opgebruikt', zegt de minister. Maar zoals Oman het nu aanpakt hoopt hij dat de olie 'mijn leven, en dat van mijn zoon en dat van mijn kleinzoon' zal duren.

Er zijn ook nog de 60 miljard vaten zware olie, die nu niet bij de reserves worden meegeteld omdat deze olie te moeilijk te winnen is. Maar als nieuwe technieken worden ontwikkeld vormt dit een reusachtige aanvulling op de reserves.

Oman is geen lid van de OPEC de Organisatie van olie-exporterende landen waarom niet? 'Omdat Oman zo meer invloed kan uitoefenen', zegt de minister.

Het sultanaat is een relatieve laatkomer op de oliemarkt, legt hij uit. Er waren al 13 OPEC-leden, en Oman wilde niet slechts het 14de lid worden. 'We wilden geen lichte stoel en we wilden er geen genoegen mee nemen alleen maar te luisteren. We vinden het prettig als anderen naar ons luisteren', aldus de minister. Het land speelt nu een belangrijke rol in de IPEC, de los georganiseerde groep van onafhankelijke olieproducenten. De IPEC probeert de laatste jaren de OPEC te helpen de prijs stabiel en met name redelijk te houden, zegt de minister. Daartoe worden geregeld bijeenkomsten gehouden tussen IPEC- en OPEC-landen.

Oman heeft daarnaast geprobeerd een dialoog op gang te brengen met de olie-consumerende landen de Westerse industrielanden om te komen tot een betere coordinatie van produktie en consumptie. Maar de industrielanden hebben tot dusverre weinig belangstelling getoond: 'Ze willen niet worden meegetrokken', zegt de minister, die zo'n dialoog 'een goede zaak voor beide partijen' noemt.

Oman beschikt ook over aardgas, maar dat is voorlopig slechts voor eigen gebruik, niet voor de export. Op den duur, denkt de minister, zal het schone en goedkope gas het gebruik van olie onder druk zetten. Maar enige olie zal altijd nodig blijven, stelt hij zichzelf gerust. Hij maakt een wijds gebaar: het vele kunststof in zijn kamer is immers van olie gemaakt? Ter illustratie pakt hij de telefoon op. Alleen de orchideeen op tafel moeten worden uitgezonderd, die zijn echt en wel uit Nederland aangevlogen.