Vluchtelingenorganisatie weer onthoofd

GENEVE, 16 nov. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) gaat na het plotselinge vertrek van de Noor Thorvald Stoltenberg voor de tweede keer binnen een jaar een onzekere periode zonder leiding tegemoet.

De Indier Varindra Dayal, die binnen deze organisatie carriere maakte en daarna het kabinet leidde van de VN-secretaris-generaal, heeft dinsdag na felle protesten uit zowel Westerse als ontwikkelingslanden zijn omstreden kandidatuur voor de post ingetrokken. Hij was door VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar persoonlijk voorgedragen om de organisatie op een vast spoor te houden. Behalve het onwelkome precedent van een benoeming van binnenuit de VN-bureaucratie voor een post die traditiegetrouw in Westerse handen blijft, was ook zijn nationaliteit een bezwaar: hoe kan een Indiase Hoge Commissaris geloofwaardig beschikken over het lot van vijf miljoen Afghaanse vluchtelingen in het India vijandig gezinde Pakistan?

Stoltenberg is slechts tien maanden Hoge Commissaris geweest. De premier van het nieuwe Noorse minderheidskabinet, Gro Harlem Brundtland, wilde haar voormalige minister van buitenlandse zaken weer op die post hebben. Daarnaast heeft Stoltenberg de taak van vice-premier op zich genomen. Mocht mevrouw Brundtland, zoals verwacht, zich eind volgend jaar in de race begeven voor de opvolging van Perez de Cuellar, dan zou Stoltenberg in aanmerking komen voor het premierschap, zeggen ingewijden in Geneve. De VN-secretaris-generaal, die zijn voorkeur voor Dayal fel verdedigde tegen aantijgingen van 'vriendjespolitiek', is zelf aan het eind van zijn tweede ambtstermijn niet langer herkiesbaar. Hij is 'vermoeid en teleurgesteld'.

Officieel liet Stoltenberg het landsbelang, ofwel Noorwegens moeizaam verlopende toenadering tot de EG ('Een zeer kritisch moment', aldus Stoltenberg) prevaleren boven het lot van vijftien miljoen vluchtelingen in de wereld. 'Het was de moeilijkste keus die ik in mijn leven heb gemaakt', bekende hij voor het verbouwereerde personeel.

Het onthoofde Hoge Commissariaat kampt nu opnieuw met een crisis, ditmaal geen financiele maar een morele. Stoltenbergs aftreden kwam volledig onverwachts. Na de afgang van de Zwitser Jean-Pierre Hocke, die eind vorig jaar aftrad als gevolg van een onverkwikkelijke campagne over misbruik van donorfondsen, was het internationale aanzien van de organisatie en het moreel van de staf tot een absoluut dieptepunt gedaald.

Stoltenberg stelde in korte tijd orde op zaken. Hij zette een door Hocke begonnen maar door mismanagement mislukte reorganisatie door. Hij verminderde het aantal stafleden in het hoofdkwartier in Geneve met 15 procent, bracht de loodzware top van 23 directeuren terug tot tien, en sloot een groot aantal regionale kantoren.

Aanvankelijk stond ook het filiaal in Den Haag op de nominatie dicht te gaan. Maar de Hoge Commissaris besloot uiteindelijk om financiele redenen het bureau niet helemaal maar gedeeltelijk te ontmantelen. De kosten van heen-en-weerreizen van een UNHCR-vertegenwoordiger (met secretaresse) tussen Brussel en Den Haag waren hoger dan die van een klein bureau. Dus koos hij voor een vertegenwoordiging ter plekke die direct onder het regionale kantoor in Brussel ressorteert.

Tijdens een recent gesprek liet Stoltenberg doorschemeren de ondankbare taak van Hoge Commissaris te ondergaan als een last op zijn schouders. 'Dansen op het slappe koord, als een circusartiest', noemde hij het laveren tussen bescherming van de miljoenen vluchtelingen in de wereld aan de ene kant, en het loskrijgen van donorgelden voor zijn noodlijdende organisatie aan de andere kant. Westerse landen met in toenemende mate restrictief toelatingsbeleid moest hij op de vingers tikken en tegelijkertijd bedelen om nieuwe fondsen.

Stoltenberg waarschuwde voor een onafwendbare toevloed van Oosteuropese asielzoekers, die behalve ook de jaarlijks verdubbelende aantallen asielzoekers uit de ontwikkelingslanden, Europa dreigen te overspoelen. In Moskou was hem voorgehouden dat naar schatting zes miljoen migranten hun heil in het Westen zouden zoeken als logisch gevolg van het Sovjet-beleid de grenzen te openen.

De Sovjet-Unie, Tsjechoslowakije, Polen en Bulgarije hebben onlangs te kennen gegeven de Vluchtelingenconventie van 1951, op basis waarvan de UNHCR werkt, te zullen ondertekenen. In Wenen en Boedapest worden kantoren van UNHCR opgezet. Stoltenberg:'De 24 lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) trekken gemiddeld niet meer dan 0,35 procent van het bruto nationaal produkt uit voor liefdadigheid, zoals ze het noemen. Ze beseffen niet dat investeren in de economieen van de landen van herkomst van asielzoekers in hun eigen belang is'. En chargerend: 'Wat doen Westerse regeringen straks wanneer de toestroom uit Oost-Europa eenmaal goed op gang komt? Een nieuwe Muur oprichten?'

Stoltenberg voelde zich gecompromitteerd door het besluit ook te bemiddelen bij de onvrijwillige repatriering van Vietnamese bootvluchtelingen in Hongkong. Hij worstelde met het omstreden onderscheid tussen op basis van de Conventie van '51 erkende vluchtelingen en de overige asielzoekers die vooral om economische redenen hun toevlucht elders zoeken.

Dat UNHCR niet bemiddelde bij de repatriering van de honderdduizenden Aziatische migranten uit Koeweit en Irak bleef bij niet-ingewijden onbegrepen. 'Het is primitief', aldus Stoltenberg, 'om bij regeringen aan te komen met het argument dat niet formeel als vluchteling erkende asielzoekers buiten de taak vallen van UNHCR. Dat is net zoiets als een ober die zijn weigering om te bedienen beredeneert met de opmerking: ja, maar dat is mijn tafel niet.'

Voor zijn vertrek permitteerde hij zich een laatste, bittere opmerking over de steeds ruimere interpretatie van de Conventie van '51: 'Als het Westen dezelfde normen zou toepassen bij de beoordeling van asielzoekers nu, als destijds tijdens de toestroom van Oosteuropeanen na de Tweede Wereldoorlog, dan zou iedereen moeten worden toegelaten'.

Voorlopig wordt het besluit over Stoltenbergs opvolging, na het intrekken van Dayals kandidatuur, opgeschort. Eind volgende week komt Perez de Cuellar terug in New York van een reis door Europa. Het is aan hem om een geschikte kandidaat voor te dragen aan de Algemene Vergadering van de VN. In de wandelgangen circuleert, behalve de namen van de Canadese Flora MacDonald en de Fransman Bernard Koushner, ook die van Tom Vraalsen. Hij is voormalig VN-ambassadeur van Noorwegen en voorzitter van de groep van achttien wijze mannen die de VN vier jaar geleden een pakket van hervormingen en bezuinigingen voorlegde.