Universiteit Delft tegen afspraken van minister

ROTTERDAM, 16 nov. De universiteitsraad van de Technische Universiteit in Delft heeft gisteravond het hoofdlijnenakkoord verworpen dat door de colleges van bestuur van de universiteiten met minister Ritzen (onderwijs) was opgesteld. Delft is daarmee de derde universiteit, na die in Utrecht en de Vrije Universiteit in Amsterdam, waarvan het college van bestuur van de universiteitsraad het akkoord niet mag tekenen.

Het hoofdlijnenakkoord, een meerjarige beleidsafspraak tussen de universiteiten en de minister van onderwijs, beoogt het hoger onderwijs financiele bescherming te bieden. Ook zegt de minister in het akkoord toe zich te zullen inspannen voor zelfstandiger functionerende universiteiten. De universiteiten van hun kant zullen de gemiddelde studieduur van de student beperken en aan het einde van het eerste studiejaar studenten scherper gaan selecteren en verwijzen. Tegen onder meer deze verscherpte selectie, waarvan Ritzen toezegt dat hij de universiteiten daarvoor wettelijke bevoegdheden zal geven, is vanuit de universiteiten scherp geprotesteerd.

Naast de drie genoemde universiteiten die het hele akkoord hebben verworpen, is er een groot aantal waar de universiteitsraden het op de studieduur betrekking hebbende onderdeel hebben verworpen. Dat is onder meer gebeurd aan de Universiteit van Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Tilburg. Aan een aantal universiteiten, zoals in Leiden, heeft het college van bestuur verklaard geen verplichte verwijziging van de studenten aan het einde van het eerste studiejaar te zullen invoeren.

Minister Ritzen heeft tot dusver geweigerd aan te geven wat de gevolgen zullen zijn als universiteiten het hoofdlijnenakkoord niet ondertekenen. Volgens hem kan zo'n uitspraak onwenselijk strategisch gedrag van de universiteiten uitlokken. De minister meent bovendien dat de uitspraak van de universiteitsraden niet bindend is voor de colleges van bestuur.