Sturende hand

IN NEDERLAND zijn na de Tweede Wereldoorlog vier nota's over de ruimtelijke ordening verschenen, met telkens de pretentie dat daarin niet de fouten uit het verleden werden gemaakt. Minister Alders presenteerde deze week de toevoeging die hij heeft gegeven aan het werkstuk dat onder de verantwoordelijkheid van zijn voorganger Nijpels was verschenen. De nieuwste nota kent een afkorting die alleen in Den Haag kan worden bedacht: VINEX.

Meer dan in de oorspronkelijke Vierde Nota is het milieu en de rol die de planologie daarin kan spelen, beeldbepalend. Daarmee lijken de voorstellen van Alders een adequate reactie op de nog niet zo lang heersende notie dat een verstandig ruimtelijk beleid van groot belang is ter voorkoming van ongewenste mobiliteit. De slaapsteden op afstand van de werkgelegenheid die in een niet zo ver verleden zijn gebouwd, zijn het bewijs dat al evenzeer doorwrochte planologische studies tot heel andere conclusies konden leiden.

Een verschil met de nota van het vorige kabinet is ook dat nu veel meer de sturende hand van de centrale overheid als onmisbaar wordt beschouwd. De VVD-fractie heeft in een eerste reactie terecht de vraag opgeworpen of dit gepast is in een tijd waarin Den Haag de mond vol heeft over decentralisatie en een terugtredende rijksoverheid op allerlei onderdelen van het beleid.

In het zich verder ontwikkelende Europa, de juiste schaal om de Nederlandse planologie te beoordelen, is een dergelijke, centralistische benadering waarschijnlijk onmisbaar om ongewenste binnenlandse ontwikkelingen tegen te gaan. De ruimtelijke beslissingen aan gene zijde van de grens zullen veel meer bepalend zijn voor de verwerkelijking van de Nederlandse plannen dan de diverse opvattingen van verscheidene provinciebesturen daarover. Intussen is het verstandig dat Alders alvast heeft getracht zoveel mogelijk bestuurlijke consensus op verschillende niveaus over zijn nota te bereiken. Tegelijkertijd is het de vraag of het bedrijfsleven zich zo gemakkelijk in het ruimtelijke keurslijf zal laten persen als de minister voor ogen staat.

OVERHEIDSNOTA'S over de ruimtelijke ordening die de pretentie hebben een periode over 25 jaar te overzien, scheppen nogal eens de illusie een blauwdruk voor de toekomst te zijn. De scherpe grenzen die het kabinet nu bijvoorbeeld heeft getrokken rondom het Groene Hart, versterken die indruk.

Daar past de nodige relativering bij. Ook VINEX kan niet de zekerheid bieden dat toekomstige bestuurders zich aan de daarin geetaleerde opvattingen zullen houden. De eerste maatstaf is in hoeverre het kabinet erin zal slagen zichzelf te houden aan zijn eigen uitgangspunten. Dat vergt impopulaire beslissingen, weerstand tegen lobby's die op gang komen en, niet in de laatste plaats, het kost geld.