SER is unaniem voor heling pensioenbreuk bij verandering baan

DEN HAAG, 16 nov. Alle werknemers moeten bij verandering van baan het recht krijgen op waarde-overdracht van de opgebouwde pensioenrechten naar de nieuwe werkgever. De Sociaal Economisch Raad (SER) heeft hiertoe vanmorgen unaniem geadviseerd.

Met het opnemen van dit recht voor de werknemer in de wet kan de pensioenbreuk voor een belangrijk deel worden geheeld. Een wettelijke regeling houdt voor de nieuwe werkgever de plicht in om de waarde van elders opgebouwde pensioenrechten in te nemen. Het recht op waarde-overdracht moet ook gelden voor herintredende werknemers die na de invoering van de wet het arbeidsproces hebben verlaten. Het recht zou alleen voor nieuwe gevallen mogen gelden.

Het kabinet had de SER in 1987 om advies over de pensioenproblematiek gevraagd. Tot nu toe hadden werkgevers en werknemers zich steeds verzet tegen wettelijke regelingen inzake pensioenbreuk, omdat het arbeidsvoorwaarden betreft. De Stichting voor ondernemingspensioenfondsen, waarin de ondernemingspensioenfondsen samenwerken, drong twee weken geleden aan op een recht op waarde-overdracht. Sinds 1985 is op vrijwillige basis de waarde-overdracht vergemakkelijkt. Voor 80 procent van de 3,1 miljoen deelnemers in pensioenregelingen bestaat inmiddels een circuit van waardeoverdrachten.

De SER ziet geen mogelijkheid het wettelijk recht op waarde-overdracht uit te breiden tot oude gevallen van pensioenbreuk. Volgens de SER zitten er teveel 'haken en ogen' aan zo'n recht voor deze 'slapers', onder meer door de kosten. De SER vindt wel dat sociale partners zich in het arbeidsvoorwaardenoverleg en op centraal niveau binnen de Stichting van de Arbeid moeten inspannen de mogelijkheid van waarde-overdracht voor 'slapers' te bevorderen. Voorlopig kan het onlangs door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel Nypels/Groenman van dienst zijn, aldus de raad. Volgens dit voorstel moeten pensioenfondsen aan 'slapers' dezelfde toeslagen geven als gepensioneerden. Voor deze toeslagen geldt overigens geen wettelijk minimum.

De SER is verdeeld over het instellen van een pensioenplicht. Alleen de FNV blijft hieraan vasthouden. De FNV vindt ook compenserende maatregelen gewenst voor vrouwen die hiaten in de pensioenopbouw hebben opgelopen door ongelijke behandelingen van mannen en vrouwen. De overige vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers menen dat de sociale partners 'bereid en in staat zijn de nog resterende pensioenvraagstukken zelf tot een behoorlijke oplossing te brengen.' Uit een onderzoek van de Pensioenkamer blijkt dat ruim 92% van alle werknemers tussen de 25 en 65 jaar in de particuliere sector een collectieve pensioenregeling heeft.