Schrijvers op zoek naar een taal; Straatsburgse conferentie over Duitse literatuur

De afgelopen week werd in Straatsburg de manifestatie L'ami etranger gehouden, gewijd aan 'de vreemde vriend' Duitsland. Zestig Duitse schrijvers en Duitslandkenners waren bijeen om te praten over het Duits als literaire taal. 'Juist in ons vak staat men altijd naakt voor iedereen te kijk.'

De laatste maanden wordt er in Duitsland weer veel geschreven over de vraag hoeveel soorten Duits er zijn. Is er een taal die in heel Duitsland gelijk is, of zijn er na veertig jaar gescheiden ontwikkeling twee afzonderlijke talen ontstaan? In dat geval zou er in het oosten van het land in de jaren zestig en zeventig een typisch Oostduitse literatuur zijn gegroeid, ingetogen en vol metaforen, zorgvuldig omzeilend wat niet hardop gezegd mocht worden.

Tijdens een manifestatie over 'Duitse literaturen' die de afgelopen week in Straatsburg werd gehouden werd al snel duidelijk dat het probleem van de verschillende Duitse talen aanzienlijk gecompliceerder is. Niet alleen omdat er nog zoiets bestaat als Oostenrijkse en Zwitserse literatuur, maar ook omdat er Duitse talen blijken te zijn die niet direct op een geografisch gebied zijn terug te voeren. Er is een soort dode Duitse taal die voor het laatst in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie werd gesproken. Er is een nieuw soort Duits dat wordt gesproken door gastarbeiders. En dan zijn er nog de vele varianten op het Duits zoals die zijn ontwikkeld door Middeneuropese schrijvers van diverse nationaliteiten die zich later in hun leven in het Duitse taalgebied hebben gevestigd.

Het duidelijkst werd het probleem in Straatsburg onder woorden gebracht door Herta Muller, de 37-jarige schrijfster van onder meer De mens is een grote fazant en Barrevoets in februari. Tijdens de openingszitting van de manifestatie, in het imponerende hoofdgebouw van de Raad van Europa, gaf zij een kort overzicht van de vele Duitse talen die zij in de loop van haar leven had leren kennen. Omdat ze is geboren in Nitzkydorf, een plaatsje in het Banaat, het Duitssprekende deel van Roemenie, leerde Muller in haar vroege jeugd een Duits dialect spreken: de taal van thuis. Een paar jaar later, op de Duitse school, leerde ze het geschreven Duits, 'de schooltaal'. Ze kwam in aanraking met de talen van de staat, behalve het Roemeens was dat het officiele Duits. Toen ze literatuur begon te lezen, leerde ze het literaire Duits kennen, een taal kennen die in Roemenie nergens gesproken wordt. Ten slotte hoorde ze het levend Duits in 1987, toen ze was uitgeweken naar West-Berlijn.

Korte zinnen

Wat moet een schrijfster die zoveel talen kent schrijven? Herta Muller: 'Ik probeer nu maar mijn eigen taal te schrijven.' Haar Duits is zeker geen Oostduits, het is geen Westduits en geen Roemeens Duits. Het is een hoogst persoonlijke taal, met korte zinnen, zonder veel versiering of moeilijke woorden.

Later op de dag leest de schrijfster recent werk voor in een keldertje van de Straatsburgse boekhandel Oberlin. Weer die korte snijdende zinnetjes. Ze begint met een kort verhaal over een onbekende man die tegenover haar in een Weense stationswachtkamer zit. Er is iets met hem, maar wat? Zijn houding, zijn manier van kijken? Als de stationsomroeper het vertrek van een trein aankondigt en de man opstaat, weet ze eindelijk wat het is. De man zat te wachten op de trein naar Boekarest.

Na afloop van haar lezing discussieert Herta Muller met het publiek. Ze vertelt over haar vertrek naar Berlijn, drie jaar geleden. Dat was slechts een Ortswechsel, een verandering van plaats. Van een verbanning of een afscheid van een vaderland wil ze niet horen. Dergelijke woorden kent ze niet. Ook de Bondsrepubliek bezorgt haar geen Heimat-gevoel. 'Ook in Duitsland is veel wat mij provoceert. De politiek van het land is al even verschrikkelijk als vroeger. Op weg naar het vliegveld moest ik nu honderdvijftig keer naar een plakaat kijken met het portret van kanselier Kohl. Je vraagt je dan wel even af: waar ben ik terecht gekomen? Wat zijn dat hier voor mensen? Wie zou daar nu op stemmen?'

De 'verandering van plaats' had in ieder geval tot gevolg dat de onderwerpen waarover Herta Muller schreef veranderden. 'Ik wilde me in Berlijn niet langer met Roemenie bezighouden. Mijn roman Reisende auf einem Bein, uit 1989 gaat over een vrouw die in een vreemde stad aankomt, maar elke verwijzing naar Roemenie wordt nadrukkelijk vermeden. Ik wilde het mezelf, toen ik het schreef, niet te moeilijk maken. Ik wist dat ik niet terug zou kunnen. En misschien wilde ik mezelf ook wel beschermen.'

Kruispunt

De manifestatie L'ami etranger (De vreemde vriend) die nog tot vandaag in Staatsburg doorwoedt, is georganiseerd door het Carrefour des Litteratures Europeennes de Strasbourg. In de twee jaar van zijn bestaan heeft dit Carrefour zich ontwikkeld tot een van de belangrijker literaire initiatieven in Frankrijk. Zo bezochten deze week maar liefst zestig Duitstalige schrijvers en Duitslandkenners de stad. Zij hielden lezingen, discussies en signeersessies. Ze praatten over de Duitse Exil-schrijvers in Frankrijk. In toneelzaaltjes werden stukken van Bertolt Brecht en Christoph Hein opgevoerd. Bioscopen draaiden Duitse films. Kunsthandels, banken en publieke gelegenheden exposeerden Duitse kunst en Duitse boeken. En 's avonds laat werden er nog eens cabaretvoorstellingen en concerten gegeven met en muziek uit de jaren dertig.

Het aardige, of misschien ook wel onaardige, van Carrefour is dat veel activiteiten vrijwel gelijktijdig plaatsvinden. Wie, zoals ik, graag de geschiedenis van Herta Muller wil horen is gedwongen verstek te laten gaan bij een waarschijnlijk even interessant debat van historici en politieke essayisten over de plaats van Duitsland binnen Europa. Je moet het ronde-tafelgesprek missen, met een schrijver als Hans Sahl, over de Duitse Exil in Frankrijk. Je mist het debat over het schilderen in het Duitsland van vandaag, met de Oostduitse 'muurschilder' Wolf Leo die dit jaar de decors van de Carrefour-manifestatie vervaardigde. De presentatie van het werk van Franz Hessel in het gebouw van de FNAC, enkele meters verderop mis je. En zelfs hoor je maar een gedeelte van een geinspireerd debat over de toekomst van de literatuur in Oostenrijk.

Deelnemers aan dit debat, dat gehouden wordt in een grote tent op het centrale plein van Straatsburg, zijn de 67-jarige schrijver en vertaler Milo Dor en de 70-jarige romanschrijver Georges Clare. Hun visies op de cultuur in het Oostenrijk van de toekomst staan bijna lijnrecht tegenover elkaar. Dor en Clare hebben dan ook een tegengestelde ontwikkeling meegemaakt. Dor (eigenlijk: Milutin Doroslovac) is een in Boedapest geboren Servier die zich na de Tweede Wereldoorlog bewust in Wenen vestigde en daar Duits begon te schrijven, voor hem een vreemde taal. Clare is daarentegen juist van huis uit een Oostenrijker die zijn land in 1938 ontvluchtte om zich voorgoed in Engeland te vestigen.

Milo Dor die aan het begin van de jaren tachtig als Oostenrijks schrijver doorbrak met de heruitgave van zijn romantrilogie Die Raikow Saga blijkt nog altijd een krachtig pleitbezorger voor een Middeneuropese cultuur. Hij heeft goede hoop dat de literatuur van de 'Grande Epoque', zoals hij dat noemt, de literatuur van Hugo von Hoffmansthal, Hermann Broch, Joseph Roth en Stephan Zweig, juist nu, na het instorten van het ijzeren gordijn, weer zal opleven.

Habsburg

Georges Clare verwacht niets van een dergelijke opleving. Volgens Clare kan er in Midden-Europa alleen nog maar iets geheel nieuws kan ontstaan. In 1938 zijn, met de inlijving van Oostenrijk bij het Derde Rijk, de laatste resten van de Habsburgse cultuur voorgoed ten onder gegaan en die cultuur komt niet meer terug. Clare die na de oorlog in Berlijn zat voor de Britse inlichtingendienst, vertelt hoe gedegen de geallieerden indertijd in Midden-Eeuropa een nieuwe cultuur hebben geschapen. 'Wat daar toen is gebeurd, is uniek in de geschiedenis. Nooit eerder is het voorgekomen dat een bezettingsmacht zo volledig de macht overnam. Wat wij in Duitsland en Oostenrijk deden was niet zozeer denazificatie, nee, wij zochten heel actief naar mensen die een ander soort Duitsland konden opbouwen.'

Als voorbeeld van de Engelse invloed op de Duitse cultuur noemt Clare de oprichting van het blad Der Spiegel. Dat geschiedde volledig naar het voorbeeld van Time en Newsweek en volgens een concept dat door een Engelse majoor was uitgewerkt.

Een van de jongere schrijvers die zichzelf bewust in de traditie van de Middeneuropese literatuur plaatst is de 38-jarige Richard Wagner, de auteur van de dit jaar bij Luchterhand verschenen roman Die Muren von Wien. Ook hij is op het Carrefour aanwezig. Wagner is, net als Herta Muller, een Duitssprekende Roemeen, afkomstig uit het Banaat, maar anders dan zijn landgenote streeft hij naar aansluiting bij de klassieke literatuur. In het begin van de jaren zeventig was Wagner in zijn geboortestreek in Roemenie actief in de zogeheten Aktiegroep Banaat, een groep Duitstalige schrijvers, en was hij redacteur van een blad met de naam Karpaten-Rundschau, wat vanaf 1975 tot moeilijkheden leidde met het Roemeense regiem. Voor Richard Wagner was het Duits in die tijd in de eerste plaats een geschreven taal. 'Het Duits dat wij cultiveerden was een literair Duits, de taal die in de dubbelmonarchie werd geschreven. Net als Herta Muller leerde Wagner in zijn jeugd een Duits dialect als spreektaal, maar hij is daaraan nooit gehecht geweest. 'Het dialect dat bij ons werd gesproken heeft weinig opgeleverd. Het is een regionale taal in negatieve zin, dat wil zeggen het is provinciaal. Ik heb al snel pogingen ondernomen om daaruit weg te komen.'

Richard Wagner die sinds enkele jaren in Berlijn woont probeerde al jong een soort boekentaal te schrijven, net als Kafka. 'Wij waren in Roemenie gedwongen met dood materiaal omgaan. Maar dat was voor ons geen bezwaar. Ieder deed dat op zijn eigen manier. In onze boeken zul je geen levendige dialogen vinden, zoals in de literatuur uit de Bondsrepubliek. Wij zijn opgegroeid in een enclave.' Toch speelde de Bondsrepubliek wel een belangrijke rol voor de groep van Richard Wagner. Het was een centrum waar hun cultuur behouden bleef: 'In Duitsland stonden onze boeken in de bibliotheken.'

Leed

Tijdens de discussies in Straatsburg ontpopt vooral de (voormalige) Oostduitse dichter en romanschrijver Volker Braun zich als de sterke tegenhanger van Richard Wagner. Anders dan Wagner lijkt Braun weinig te hebben geleden onder de communistische heerschappij. Integendeel, de dictatuur heeft hem, zo te horen, juist geprikkeld. De 51-jarige Braun die altijd in de DDR is gebleven zegt dit soort ervaringen nodig te hebben om te kunnen schrijven: 'Literatuur is voor mij een manier van kijken. Een schrijver verdiept zich in wat er in werkelijkheid is. In de DDR was die werkelijkheid iets anders dan wat er officieel werd gezegd. We waren daardoor getraind het verschil tussen de verschillende talen aan te voelen. Vooral de laatste tien jaar begon dat voor ons een steeds belangrijker rol te spelen. Wij accentueerden de verschillen. Dat bepaalde ook het subversieve karakter van onze literatuur.'

Braun beseft dat de omwentelingen van het afgelopen jaar hem voorlopig van zijn stof hebben beroofd. 'Nu wordt onze functie natuurlijk een groot probleem, omdat de maatschappij plotseling zo sterk veranderd is. We zullen nu moeten gaan onderzoeken wat er werkelijk gebeurt onder de markteconomie. We zullen een nieuwe taal moeten vinden, maar we zijn daarin nog niet geoefend. ' Hij houdt er rekening mee dat de rol van de schrijver in zijn land minder belangrijk wordt: 'In de arme, half-koloniale maatschappij die wij hadden werden de conflicten als harder ervaren dan in de Bondsrepubliek. Er waren geen uitwijkmogelijkheden. Wij hadden in de DDR geen mooie geillustreerde bladen, geen Turken om het werk voor ons op te knappen, en geen video's.' Hij schreef tot nu toe ook nooit alleen om te publiceren, of om wat te verdienen. 'De vraag wat er met ons werk gebeurde was voor ons nooit zo belangrijk. Wij hadden het idee dat literatuur bedrijven als broodwinning alleen tot triviale literatuur leidt.'

Richard Wagner kan de zaak helaas niet zo luchtig zien. Hij voelt zich nu door mensen als Volker Braun voor de gek gehouden: 'Een aantal Duitse schrijvers heeft de mensen jarenlang verleid. Ook ik ben verleid. Ik ben ten onrechte door de lyriek van Volker Braun beinvloed. In de DDR waren veel schrijvers die ja zeiden tegen het socialisme. We kunnen nu toch niet doen of dat niet zo was. En wij zitten nu met de frustraties.'

Neergedrukt

Herta Muller kan al evenmin veel begrip opbrengen voor de genuanceerde meningen van Braun. 'Het niet gedrukt worden heb ik altijd ervaren als neergedrukt worden. Een bewijs dat de staat mij niet nodig had. Dat was in Roemenie zelfs een vaste uitdrukking: literatuur die wij niet nodig hebben, zoals je ook muziek had, 'die wij niet nodig hadden.' Ik heb gezien hoe veel schrijvers, ook grote persoonlijkheden, door die houding kapot zijn gemaakt. Mensen werd de mogelijkheid ontnomen om zichzelf te worden. Met dertig waren ze op, kapotgedronken, geruineerd, alleen maar omdat de staat ze geen gelegenheid gaf om te leven.'

Volker Braun probeert de verhitte gemoederen wat te sussen: 'Een schrijver kijkt natuurlijk meer dan wie ook naar zijn eigen werk. Hij is kritischer dan de critici. Ik weet heel goed waar esthetisch en kritisch mijn zwakke plekken zitten. Van de lyriek waar Richard Wagner op duidt hield ik al gauw na het verschijnen niet meer. Juist in ons vak staat men toch altijd naakt voor iedereen te kijk. Bij ons is door ons werk voortdurend te zien hoe wij moeizaam en langzaam in onze hoofden veranderen. Bij ons gaat het anders dan in de massa, waar plotseling helden opstaan. Wij zijn niet trots.'

Waarom gaat iemand die het Duits niet als moedertaal heeft, boeken schrijven in het Duits? Het is een vraag die tijdens het Carrefour vele keren is gesteld. Waarom leert een antifascistische verzetsstrijder als Milo Dor de taal van zijn onderdrukkers?

Voor Francesco Micielli, een in Zuid-Italie geboren Albanees die vorig jaar bij een Zwitserse uitgever de roman Das Lachen der Schafe publiceerde, was het Duits het enige middel om in zijn nieuwe vaderland, Zwitserland, aansluiting te vinden. Op zaterdagmiddag, wanneer om ons heen autobussen hun hinderlijk geronk laten horen, leest de 44-jarige Micielli in de grote tent op de Place Kleber een lang fragment voor uit zijn laatste boek. Das Lachen der Schafe is een roman in de vorm van een reeks korte vertellingen. Een ongeschoold Italiaans fabrieksmeisje vertelt elke dag in de pauze van haar werk aan een collega over haar jeugd en haar familie aan haar collega die alles voor haar opschrijft. Het is het simpele maar hechte Duits van een gastarbeider dat door zijn directheid grote indruk maakt.

De in Duitsland wonenende Tsjechische Libuse Monikova (45), die op zondag het middagprogramma afsluit, koos enkele jaren geleden veel bewuster voor het Duits als schrijftaal. Het begin van haar eerste boek Eine Schadiging, een roman over een verkrachting, was nog in het Tsjechisch geschreven, maar ze merkte dat ze zo niet verder kwam. Monikova, die in Tsjechoslowakije Duits had gestudeerd, probeerde het in die taal voort te zetten. 'Ik ontdekte dat ik zo'n verschrikkelijk thema beter in het Duits kon uitwerken. Dat stond kennelijk verder van me af. Hoe minder het verhaal me aanging, des te geloofwaardiger werd het.' Voor Monikova was dit een bijzondere ontdekking. 'Toen ik het boek af had wist ik dat ik Duits kende. Ik wist dat ik er in kon schrijven, ja, dat ik er alles mee kon doen wat ik wilde. Ik kon er mee spelen, varieren.' Voor Libuse Monikova was dat een heel prettig gevoel.