Prijzen actuele kunst stijgen nog steeds

KEULEN, 16 nov. Ondanks concurrentie van Frankfurt is de Internationale Kunstmarkt van Keulen nog altijd het belangrijkste evenement op dit gebied van Duitsland. De beurs Art Cologne, die tot en met dinsdag duurt, toont aan dat het aantal kunstenaars van naam, anders dan het in kunst geinteresseerde publiek, niet is gegroeid. Daardoor is de waarde van hun werk tot duizelingwekkende hoogte gestegen.

Dit jaar zijn in Keulen 268 galeries vertegenwoordigd. Ze zijn afkomstig uit negentien landen; vorig jaar waren er 228 uit achttien landen. Japan, vorig jaar met slechts een stand vertegenwoordigd, is evenals de DDR verdwenen. Hiervoor zijn Polen en Luxemburg in de plaats gekomen. Maar het zijn de Duitsers die in Keulen de dienst uitmaken. Nederland bezet met Belgie een gedeelde vijfde plaats met ieder negen galeries, die verspreid in de immense ruimte staan. In het totale aanbod slaan ze geen slecht figuur. Adriaan van der Have van de Amsterdamse galerie Torch klaagt dat het hem minstens een kwartier lopen kost om bij de uitgang te komen. Dat aan het gangpad een aantal prestigieuze collega's zijn gelegen, interesseert hem nauwelijks, hij zou liever ergens bij de 'jonkies' boven hebben gestaan. Op de dure vierkante meters van Torch heeft de Nederlander Servaas zijn project Vishandel Servaas en Zn. net voltooid. De in supermarkt-opstelling gestapelde blikjes vislucht staan reukloos geetaleerd, voorzien van een fris oranje wikkel.

Met een extra hal erbij is de beschikbare ruimte dit jaar vergroot tot 42.000 vierkante meter. Het vergt van de bezoeker een haast onmenselijke inspanning om in een dag zelfs maar een globale indruk te krijgen. Het gewicht van de catalogus is nog een extra handicap. De plattegrond op een los vel, die veel weg heeft van een schema van een computerchip, biedt echter uitkomst. De vakjes met rode stip geven de plekken aan waar in een afgesloten ruimte een jong Duits talent wordt gepresnteerd. De toelatingseisen voor nieuwe galeristen zijn streng. Er is een wachtlijst en een galerie moet, alvorens te worden toegelaten, minstens drie jaar serieus hebben gewerkt. Muurtooiwinkels en lijstenmakers ontbreken in Keulen.

Dominant aanwezig zijn nog steeds de doeken van Duitse neo-expressionisten. Hun werk is vaak bij meer dan tien galeries tegelijk vertegenwoordigd. Aan de wand van de stand van Galerie Werner hangt een recent schilderij van Jorg Immendorf. Het doek, geschilderd in een satirische stijl die doet denken aan Georg Grosz, heeft een afmeting van maar liefst drie bij negen meter. Het portretteert de kunstelite, die zich comfortabel ophoudt in een expositieruimte waarvan de vensters (of zijn het schilderijen?) uitzicht bieden op onheil als vulkaanuitbarstingen en bloedige rellen.

Nieuwe kunst uit Afrika, die vooral sinds de tentoonstelling Magiciens de la Terre in de belangstelling staat, ontbreekt vreemd genoeg, maar ook de Amerikaanse ster Jeff Koons is vrijwel afwezig. De Keulse Galerie Sophia Ungers laat een vers schilderij vol natuurgetrouw geschilderde kippen van Karin Kneffel zien. De Amsterdamse galerie Akincie toont naast abstract werk van Ton Mars enkele kleine witte reliefs van Jan Schoonhoven, die van recente datum zijn. De Berlijnse Galerie Raab, altijd in voor iets nieuws, exposeert ditmaal een stel afgrijselijke beelden. Een bronzen Michelin-mannetje staat aan het hoofd van een serie helmachtige maskers van het soort dat op hard rock-posters staat afgebeeld. Ze zijn gemaakt door Daniel Spoerri, een oudgediende die in de jaren zestig bekend werd met dadaistische Eat Art- assemblages. In een zee van verantwoorde kwaliteit zorgen deze merkwaardige uitschieters voor broodnodige irritatie.

In een aparte tentoonstelling wordt op Art Cologne 1990 een historisch overzicht gegeven van bijna tweehonderd werken uit het bezit van het Kuperfisch-Kabinett uit Dresden, dat onder moeilijke omstandigheden werd verzameld. Er zijn onder meer mooie collages van de Tsjech Jiri Kolar en werk van de Rus Eric Bulatow, die onlangs in het Stedelijk museum in Amsterdam opviel.

Prijsstijgingen

De handelaren in hedendaagse kunst kunnen opgelucht adem halen want evenals op de FIAC-beurs, die eerder deze maand in Parijs werd gehouden, vertonen de resultaten tegen de verwachtingen in een stijgende lijn. Het ziet er zelfs naar uit dat in deze sector actuele kunst het meeste geld gaat opbrengen.

Nog altijd wordt op de beurs in het Zwitserse Basel, waar in tegenstelling tot Keulen ook de Amerikaanse topgaleries present zijn, het best verkocht. Dat heeft vooral te maken met het zwarte geld, dat daar wit wordt gewassen. Een schilderij van Morris Louis uit 1959 kostte acht jaar na dato slechts vijftienduizend dollar, in 1985 was de prijs voor datzelfde schilderij gestegen tot 250.000 dollar en nu brengt het nu 850.000 dollar op. Insiders zoeken naar verklaringen voor de gestegen prijzen. Met het toenemen van de welvaart is er voor kunst een veel groter publiek ontstaan, stellen zij vast. Daarnaast vinden investeerders het vaak aantrekkelijker met een schilderij thuis te komen dan met een pakket aandelen.