Plan-Simons krijgt steun van Kamer

DEN HAAG, 16 nov. Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) mag voorlopig doorgaan met de stelselwijziging van de ziektekostenverzekering, maar hij moet de Tweede Kamer wel binnenkort nader informeren over de inhoud en de haalbaarheid van enkele onderdelen van zijn plan om te komen tot een zorgverzekering voor iedereen. Simons deed die toezegging ook.

Dat gebeurde gisteren op de laatste van twee dagen mondeling overleg over de stelselwijziging. Simons streeft ernaar dat op 1 januari 1995 een Wet op de Zorgverzekering van kracht wordt als basis voor een verplichte ziektekostenverzekering voor alle Nederlanders. Er zou dan geen onderscheid meer zijn tussen ziekenfondsverzekering en particuliere verzekering.

Simons komt binnen twee maanden met een standpunt over de omvang van het basispakket en het aanvullende pakket. Vervolgens zal er in de Kamer, wellicht in januari, over de voortgang van de stelselwijziging worden gedebatteerd. Zoals het er nu naar uitziet zal het basispakket nagenoeg alle verstrekkingen bevatten die nu in het ziekenfondspakket en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zitten. Voor een aanvullend pakket, waarvoor men zich vrijwillig kan verzekeren, blijven dan betrekkelijk luxe verstrekkingen over, zoals klasse-verpleging in ziekenhuizen.

Simons heeft herhaaldelijk gezegd dat alle essentiele voorzieningen in het basispakket zullen worden opgenomen. In de plannen van het vorige kabinet, die waren gebaseerd op aanbevelingen van de commissie-Dekker, werd ervan uitgegaan dat tandartshulp, geneesmiddelen en fysiotherapie in het aanvullende pakket zouden worden gestopt. Afgezien van de weerstand die Simons daartegen heeft, zou dat ook in strijd zijn met internationale verdragen.

Het Tweede-Kamerlid Lansink (CDA) zei woensdag nog dat zijn fractie geen groen licht kon geven voor voortzetting van de stelselherziening, maar gisteren kwam hij daarvan terug. Dat was onder meer te danken aan de toezegging van Simons dat in de nieuwe verzekering een hoog eigen risico in combinatie met een lage nominale premie niet wordt uitgesloten. De staatssecretaris zei ook dat de premieverhouding van 85 (inkomensafhankelijk) en 15 procent (nominaal) 'geen dogma' is. Het Tweede-Kamerlid Dees (VVD) wil een verhouding van 70-30; een hogere nominale premie die rechtstreeks door de verzekeraar wordt geind garandeert volgens hem meer concurrentie dus een betere marktwerking.

Een nader standpunt over het vervolg van de vorig jaar in gang gezette stelselwijziging bewaart Lansink voor het debat over de begroting van het ministerie van WVC, begin december. Hij daagde Simons uit aan te tonen dat het nieuwe stelsel beter is dan het huidige en maande de staatssecretaris tot spoed en meer duidelijkheid: 'Het CDA wil graag verder, maar wel met een bepaald beeld voor ogen. We moeten het tempo opvoeren omdat we niet bezig kunnen blijven met die zaak'.

Simons beloofde de Kamer tijdig te informeren of bepaalde onderdelen van de stelselwijziging uitvoerbaar zijn. Met name Dees drong daar op aan. Een voorbeeld is het systeem van normuitkeringen. Het is de bedoeling dat verzekeraars uit de Centrale Kas, die wordt gevormd door onder meer inkomensafhankelijke ziektekostenpremies, uitkeringen krijgen om hulp aan verzekerden te financieren. De andere inkomstenbron van de verzekeraars is de vaste, niet-inkomensafhankelijke premie die verzekerden moeten betalen. De normuitkeringen worden gebaseerd op de risico's van verzekerden. Voor een verzekerde met een ongunstig risico krijgt de verzekeraar een relatief hoge normuitkering, voor een verzekerde met een gunstig risico is de uitkering laag. Het is echter nog niet duidelijk welke criteria bij die verdeling een rol zullen spelen. Pas als zeker is dat dit voor het nieuwe stelsel cruciale vergoedingssysteem werkt, mag het van de Tweede Kamer worden ingevoerd.

Dat geldt ook voor de zogenaamde functionele omschrijvingen. Verzekerden krijgen in dat systeem recht op verstrekkingen, bijvoorbeeld verpleging, behandeling of zorg, maar er wordt van bovenaf niet meer vastgesteld wie die hulp moet geven. Zo ontstaat meer 'zorg op maat'. Volgend jaar wil Simons beginnen met functionele omschrijvingen voor de geestelijke gezondheidszorg en verpleging en verzorging thuis.

Staatssecretaris Simons onderstreepte nog eens het belang van de stelselwijziging. De lasten worden straks eerlijker over de verzekerden verdeeld, zowel verzekerden als verzekeraars krijgen meer verantwoordelijkheden, verzekeraars zijn straks niet langer 'op hun stoel zittende declareerders' maar moeten eigen beleid gaan voeren, verzekerden kunnen niet door een verzekeraar worden geweigerd. Er onstaat een grotere soldidariteit tussen verzekerden, de toegankelijkheid tot de zorg wordt groter en er komen meer keuzemogelijkheden, aldus Simons. Hij zei te beseffen dat in de gezondheidszorg, 'vol gevestigde belangen en instituties', een cultuur- en mentaliteitsverandering nodig is om een en ander te bewerkstelligen.