Onderzoek naar verkiezingen snel na crisis

DEN HAAG, 16 nov. De commissie Deetman vindt dat onderzocht moet worden of er na een kabinetscrisis niet sneller verkiezingen kunnen worden gehouden. Nu zit al snel een half jaar tussen de val van een kabinet en de dag dat er nieuwe verkiezingen worden gehouden. Hierdoor wordt de demissionaire periode van een kabinet extra lang.

De politieke partijen hebben bij de jongste herziening van de kieswet een verkorting van de termijn afgewezen. Maar de commissie Deetman die de afgelopen maanden de mogelijkheden voor bestuurlijke en staatkundige vernieuwing heeft onderzocht, vindt dat de discussie moet worden heropend. Er moet een nieuwe afweging gemaakt worden tussen de kwaliteit van de kandidaatsstellingsprocedure en het belang van zo snel mogelijk houden van verkiezingen na een conflict waardoor het kabinet ten val is gekomen, zo stelt de commissie.

Verder stelt de commissie voor dat er na een kabinetscrisis altijd een debat in de Tweede Kamer moet worden gevoerd over de werkzaamheden die het kabinet in de demissionaire status zal verrichten. Een nieuw kabinet zou zich in de week na beediging door de koningin aan de Tweede Kamer moeten presenteren, zo suggereert de commissie. Nu zitten hier vaak minstens drie weken tussen.

Zoals al deze zomer bekend werd, vindt de commissie dat er een onderzoek moet worden gehouden naar het Duitse kiesstelsel waarbij de kiezer twee stemmen heeft. Hij of zij kan dan behalve op een partij ook op een kandidaat stemmen (die theoretisch van een andere partij kan deel uitmaken). Dit is een mogelijkheid om de band tussen kiezer en gekozene te versterken. Een andere mogelijkheid is invoering van een beperkt districtenstelsel, waarbij sprake blijft van evenredige vertegenwoordiging. De commissie is tegen speciale kiesdrempels.

Ten aanzien van de positie van de Eerste Kamer stelt de commissie Deetman voor een onderzoek in te stellen naar het 'terugzendingsrecht'. Als de senaat zich niet kan verenigen met een bepaald wetsvoorstel, zou dit moeten worden teruggezonden naar de Tweede Kamer. Daarna zou het echter niet meer opnieuw naar de Eerste Kamer moeten worden gestuurd. De commissie stelt voor om de argumenten voor en tegen het referendum en het volksinitiatief nog eens tegen het licht te houden. Wat betreft het lokale (beslissende) referendum zou volgens de commissie gedacht kunnen worden aan een gefaseerde aanpak: eerst invoering van een referendum op initiatief van de gemeenteraad, vervolgens op initiatief van de burgers.