Nazarin ('58 Luis Bunuel); Een man met een ananas

Nazarin van Luis Bunuel is een bijna essayistische poging om het leven van Christus te verfilmen en de kerk heeft er zelfs uit afgeleid dat Bunuel een gelovige was. 'De film plaatst dus ons, latter-day atheisten, voor een probleem, en zelfs: voor een loyaliteitsconflict.' Maar ook zulke kijkers bezorgt de film een bijna religieus te noemen vervoering. 'Het is moeilijk om tijdens het zien van Bunuels cruciale scenes niet in liefde te geloven.'

Nazarin ('58, Bunuel) is te zien in het programma van het Filmmuseum zoals samengesteld door Marco Muller, op zondag 18 november, om 17.30, in Kriterion, Roeterstraat 170, Amsterdam.

Luis Bunuels autobiografie Mijn laatste snik is een prachtig boek, maar nog prachtiger is Uren met Bunuel, de neerslag van een reeks conversaties die de Spaanse schrijver Max Aub met de regisseur voerde. Uit dit boek blijkt, dankzij de dialoogvorm, hoe Socratisch het brein van Bunuel was. Iemand is Socratisch wanneer hij anderen tot conclusies verleidt zonder dat hij zelf ooit een onomstotelijke waarheid poneert. Een Socrates schrijft dan ook nooit een idee op. Hij mompelt, of vertelt een anekdote, en de anderen beginnen te praten en te argumenteren, en beginnen zich hele wijsgeren te voelen. Daardoor denken ze dat ook Socrates een hele wijsgeer was.

Op pagina 107 van Uren met Bunuel stelt Aub een hamvraag:

A: Waarom kunnen je personages toch nooit goed zijn?

B: Dat is niet waar. Nazarin is goed. Heel goed zelfs.

A: Bij Galdos, ja. (Op Galdos' gelijknamige roman is de film gebaseerd). Maar bij jou is hij de belichaming van het kwaad dat door mensen wordt aangedaan.

B: Nou goed, dat is hij inderdaad.

A: Dus?

B: Dat maakt geen verschil. Voor mij is Nazarin een voorbeeldig priester. Het is de katholieke godsdienst die slecht is. Dat is niet zijn schuld.

A: Ik zeg ook niet dat het zijn schuld is, ik geloof ook niet dat iemand die van zijn geboorte af mank of 'slecht' is, schuldig is. Maar het is een feit dat Nazarin in jouw film, als je dan het woord 'slecht' niet wilt accepteren, toch tenminste niet goed is.

B: Dat zeg jij. Ik respecteer je mening, maar je vergist je.

A: Dat hij aan het eind huilt omdat hij zijn geloof verliest, omdat hij in de mens gelooft, dat is een idee van Octavio Paz.

B: Daar is toch niets op tegen, hij huilt omdat hij voor de eerste keer twijfelt, hij twijfelt aan zijn geloof.

Enzovoort, enzovoort. Even later oppert Aub dat Nazarin 'een hedendaagse communist is.' Nog weer later neigt hij er alsnog toe te menen dat Nazarin zijn geloof behoudt... En telkens geeft Bunuel hem niet echt ongelijk.

Het personage van Nazarin blijft je ontsnappen, ook wanneer je de film elk half jaar per video beziet om je van de geheimzinnige en verwarrende herinnering er aan te vergewissen. Het is een van de meest subversieve films die ik ken, zij het op de verkeerd-omme manier: Nazarin werd, en wordt, door veel gelovigen, en zelfs door de Kerk, beschouwd als het bewijs dat Bunuel, ondanks al zijn profanatien, een van hen was. En nooit heeft Bunuel zich erg gehaast om dit te ontkennen.

De film plaatst dus ons, latter-day atheisten, voor een probleem, en zelfs: voor een loyaliteitsconflict. Want we omarmen Bunuel omdat hij zo welgehumeurd ontheiligend is, en zo opbeurend, bijna achttiende-eeuws lucide. Hij is de suikeroom van de ontregelende, neo-anarchistische generatie.

Hoer

Nazarin is in feite een bijna essayistische poging om het Leven van Christus serieus te verfilmen; bijna is hij een Imitatio Christi. Het gaat om een diep-gelovig man, toevallig een priester. Met behulp van dit personage tracht Bunuel na te gaan wat er gebeurt wanneer je rond 1900 in Mexico iemand het leven van een heilige laat leiden. De man wordt al snel uit de kerk gezet. Hij zou met een vrouw geslapen hebben. Wij weten dat dit niet zo is; hij heeft haar, een hoer en een moordenares, alleen maar onderdak geboden. Daarna trekt deze man zijn gewone kleren aan en trekt de wijde wereld in. Door een volgend toeval lijkt het alsof hij een kind geneest. De hoer, en nog een vrouw, volgen hem, tegen zijn zin, op zijn pelgrimstocht.

Deze tocht is de tweede helft van de film, die net als een evangelie, een soort road-movie is. De man, die inmiddels de 'nazareeer' heet, tracht onderweg tevergeefs een stervende jonge vrouw het laatste sacrament toe te dienen. Zij slaat dit aanbod af. Min of meer systematisch wordt het Nazarin steeds onmogelijker gemaakt om in zijn zekerheden te geloven. Hij eindigt in een gevangenis, waar de enige die hem helpt hem vertelt dat hij niet gelooft in verbetering. 'Ik ben nu eenmaal geboren voor het slechte. Jij voor het goede. Maar heeft jouw leven daarom meer zin?' Toch heeft Nazarin zijn leven te danken aan deze misdadiger.

Het is waar: Nazarin valt scene voor scene verder van zijn geloof, en uiteindelijk is hij alleen maar een huilende man op een stoffige landweg in een droog landschap met onder zijn oksel een ananas geklemd. Die ananas lijkt op een achterhoofd annex doornenkroon. 'Ecce homo'. Octavio Paz beweert dus dat Nazarin hier zijn geloof compleet verloren is, en ik denk dat hij gelijk heeft, maar waarom onderga ik dit slot, met zijn vreemde achtergrondgeluid van droge trommels, telkens als een religieus moment? Vanwaar toch die vervoering? Je kijkt naar Nazarin zijn ananas, en naar zijn tranen, en je weet: dit nu was dan dus een kruisweg. Nu is hij Zoon.

Diezelfde vervoering had de film een half uur eerder al veroorzaakt, tijdens het sterfbed van de pestlijdster. Nazarin verpleegt haar, met gevaar voor eigen leven. Nu wil hij met haar bidden voor een leven in het hiernamaals. De vrouw weigert. Ze wil alleen maar Juan. Ze blijft het sacrament weigeren, en als Juan eindelijk is gearriveerd, stuurt hij Nazarin weg, als een hond. Daarna krijgen we een van de hartverscheurendste kussen uit de filmgeschiedenis te zien, en dan treedt de eerste vervoering in. Dat we deze kus zien, en niet lezen; dat we datgene ervaren wat een zichtbare, beeldgeworden kus ons doet ervaren, dat rechtvaardigt de filmkunst als kunstvorm naast (en niet in plaats van) literatuur. Film bedrijft de kunst van het lichaam.

Het is een groot woord, vervoering; toch is het, geloof ik, de kern van deze ontroering dat zij je ergens in doet geloven. Sterven aan de pest dat schreeuwt om een hiernamaals, om een uitzicht op een herkansing. Maar de vrouw wil Juan, en juist het bijzijn van degene die haar het sacrament zou kunnen toedienen maakt de vrouw op een bepaalde manier heilig. Ze wil Juan zoals Jeanne d'Arc volhield de dochter van God te zijn.

Geloven

Het is moeilijk om tijdens het zien van Bunuels cruciale scenes niet in liefde te geloven. Dit is iets anders dan van liefde houden, wat we allemaal desgevraagd wel min of meer doen. Maar erin geloven, daarvoor heb je kennelijk nu en dan de verbeelding en de logica van Bunuel nodig. Wat hij met Nazarin op zijn glasheldere, volmaakt sentimentvrije wijze bestrijdt is de Liefde als iets dat mensen beter maakt dan mensen, of hoger, of bijzonderder. Alle liefde die in Nazarin wordt betuigd komt uit het hart van mensen waar wat mee is: slechteriken, halve garen. De een heeft haar collega neergestoken, de ander slaat vrouwen, nog weer een ander wil met een priester naar bed, de volgende is mank, obsceen en dwerg, en in de gevangenis is de mensenredder een geboren dief. Eigenlijk is alleen het laatste blijk van naastenliefde, dat van de fruitverkoopster, ongecompliceerd en vanzelfsprekend. Ze geeft hem een ananas. De vanzelfsprekendheid van dit gebaar stort Nazarin in zijn finale crisis, en ons in vervoering.

Dit is beslist Bunuels meest protestante film. Toch kan hij alleen bestaan bij de gratie van de speciale zinnelijkheid waarzonder Bunuel, Bunuel niet zou zijn. Een vrouw bijt tijdens het vrijen een minnaar in close-up in zijn onderlip. Juan bezegelt al kussend zijn eigen einde. We kijken met een dwerg mee langs een vrouwenlichaam omhoog. Een man wil niet vrijen, maar pakt met zijn wijsvinger een slak van een blad, en laat die over de rug van zijn hand kruipen, terwijl hij de vrouw die hem wil, zalvend toespreekt. Enzovoort, enzovoort ook deze beelden zijn vervoerend, en een reden om Nazarin telkens weer te willen zien, want zij treffen je steeds opnieuw als nieuw.