Ik zou wel willen zwijgen maar waarover?

Het is misschien onredelijk, maar ik beschouw al die mensen die hoge verwachtingen hebben van het gesprek, of zeggen dat vrede, welzijn en rechtvaardigheid naderbij gebracht worden door communicatie als bedriegers. Ook mensen die zeggen dat het woord in verval is en dat het daarom met ons nog eens slecht zal aflopen, vertrouw ik niet. In het verlengde van hun zorgelijke diagnose ligt de tirannieke opdracht de ander liefdevol tegemoet te treden door een praatje met hem aan te knopen. Mensen, die om weer eens wat anders te zeggen, beweren dat wij het zwijgen hebben verleerd, beschouw ik al evenzeer als oplichters. Ik zou het daarentegen wel leuk vinden als iemand eens zei, dat het met het woord nog nooit zo goed gegaan is als thans. Zo'n opmerking zou ik ook niet helemaal begrijpen, maar zij roept niet veel irritatie bij mij op.

Je had vroeger het Nederlands Gesprek Centrum, dat misschien nog steeds bestaat, ik weet het niet. Dat gezelschap organiseerde in het weekeinde bijeenkomsten waar je, verplicht van hoge verwachtingen vervuld, aan een gesprek moest deelnemen. U moet zich eens proberen voor te stellen hoe het zou zijn om je in die kring verveeld te tonen. Ik denk dat je tussen twee dikke dames wordt klemgezet, waarna het gesprek je door de strot wordt geduwd.

Mag dat zo maar? Ik denk van wel. U onttrekt zich immers aan de dialoog en daarmee worden alle fatsoensnormen overtreden. Dat gesprekcentrum heeft van tevoren duidelijk gezegd waar het om gaat. 'Het gaat om de existentiele erkenning, dat wil zeggen, de speurtocht in het hart van de ander, die ons vreemd was, maar ons door middel van het gesprek nabij komt.' Al die mensen zijn gekomen om het avontuur van de dialoog te beleven. Ik zou aan niemand uit zo'n gezelschap durven vragen Meent u dat nou? want je weet dat je je met zo'n opmerking tot prooi maakt, die blijmoedig wordt doodgedrukt. Nooit laten blijken dat de zin van het gesprek je ontgaat.

Veel mensen hebben een getroubleerde kijk op de taal en op het woord. Zij kunnen bij voorbeeld niet gewoon zeggen dat een bepaald idee slecht is of dat een bepaalde opvatting over de inrichting van dit leven zal leiden tot moord en doodslag. Zij geven er om ondoorgrondelijke redenen de voorkeur aan te zeggen, dat de taal of het woord bij de formulering van zo'n idee wordt misbruikt of verkracht.

Televisie

George Steiner is zo iemand en ik geloof hem niet. Waar een normaal mens zich afvraagt of een redenering geldig is, vraagt hij zich af of de taal nog geldig is. Wat kan dat betekenen? Zoals het Nederlands Gesprek Centrum terug wilde naar het gesprek, zo wil George Steiner terug naar het woord, dan komen de betere gedachten vanzelf. Er zijn volgens hem ook tekenen van 'een zekere uitputting van de verbale middelen in de moderne beschaving'. Ik geloof niet dat je zo'n onheilspellende ontwikkeling ergens aan kunt aflezen. Als er enige reden is tot pessimisme moet die gelegen zijn in een afnemend vermogen nieuwe ideeen te ontwikkelen, niet in een groeiend onvermogen ze te verwoorden. George Steiner zegt ook dat de dieren in bos en veld onze woorden niet meer begrijpen als wij om hulp roepen. Dat was vroeger wel anders, voor de komst van de televisie, zal ik maar zeggen.

Er is natuurlijk een gecompliceerde relatie tussen taal en denken. Maar het is een misverstand om te denken dat de gedachten in verval zijn als het woord in verval is, want in principe kan een gedachte ook anders worden uitgedrukt. En het is een historisch feit dat een beter idee, als het op de formulering aankomt, vaak eerder afhankelijk was van de toevoeging van een logische constante als de ontkenning dan van verbale virtuositeit. De negatie van de leerstelligheid dat de medemens er is om toebereid en opgepeuzeld te worden, betekende een stap voorwaarts in de beschaving en ik betwijfel of dit inzicht weer verloren zal gaan, als de mensen minder gaan lezen.

En hoe staat het nu met het zwijgen? Ook daar is niet iedereen tevreden over. Sommigen vinden dat er te veel, anderen dat er te weinig gezwegen wordt. Men zou de Europese ideeengeschiedenis kunnen herschrijven aan de hand van de verwachtingen die men van het zwijgen had of juist niet. Voltaire bespotte Augustinus die over het raadsel van de drieeenheid opmerkte, dat de taal bij de expressie van dit idee te kort schiet maar dat het altijd nog beter is om erover te praten, dan om erover te zwijgen. Voltaire vindt Wittgenstein aan zijn zijde die heeft gezegd: 'Wovon man nicht sprechen kann, daruber muss man schweigen'. Maar Otto Neurath heeft toen weer gezegd dat in dat geval er niets is om over te zwijgen. En Ramsey voegt er als commentaar aan toe, 'what we can't say, we can't say, and we can't whistle it either'. Dat kan wel zo zijn, maar wie niet zwijgt loopt kennelijk ook iets mis, getuige de dichter, die Max Black in deze kwestie citeert 'Schweig, Allerliebster, schweig: kannst du nur ganzlich schweigen, so wird dir Gott mehr Gut's, als du begehrst, erzeigen.' Persoonlijk kan ik me ook goed vinden in de zorg van Joop Goudsblom als hij zich afvraagt: 'Wat is dat, over iets zwijgen?' Inderdaad, ik zou ook wel willen zwijgen maar waarover? Het ziet er overigens naar uit dat het pleit toch in Augustinus' voordeel beslecht is, want de laatste die ik erover las was Richard Rorty, die eerst bewijst dat de mens en de wereld onder geen enkele descriptie te vatten zijn, maar ons als troost voorstelt dat onze filosofie voldoet als wij over welke beschrijving dan ook de conversatie gaande houden. Alsof de dagen van het gesprekcentrum nooit zijn weggeweest. Het is een raadsel van onze cultuur dat wij zo blijven tobben over de vraag of wij onze ideeen nu wel of niet zullen formuleren.

    • Jaap van Heerden