Ik doorzie wat ik doe; De nalatenschap van Jaap van Domselaer

Loet Swart: Altijd nader en even ver. Het dichtersleven van Jaap van Domselaer 1923-1944. Uitg. Balans. Prijs fl. 24,50

Jaap van Domselaer was nog maar net 21 jaar oud toen hij eind 1944 stierf. De beknopte biografie die aan hem is gewijd, behandelt dan ook het leven van iemand die nauwelijks tijd heeft gehad om zijn puberteit te ontgroeien. Wat hem niettemin tot een opmerkelijke figuur maakt, was zijn hooggestemde opvatting van het dichterschap en zijn streven naar een poezie die opgebouwd is als muziek. Geen van zijn gedichten heeft hij ooit in druk zien verschijnen. Tien jaar na zijn dood werden zijn nagelaten gedichten, waarvan er negentien in deze biografie zijn opgenomen, voor het eerst gepubliceerd in een in eigen beheer uitgegeven bundel in een kleine oplage (125 exemplaren). De titel van de biografie is ontleend aan een van Van Domselaers 'Jeugdverzen': '... o hij zal komen/ en onbereikbaar blijven/ altijd nader en even ver.'

Zijn vader, Jacob van Domselaer, de componist van onder meer Proeven van Stijlkunst, schijnt de zoon diepgaand beinvloed te hebben. Senior was bevriend met Piet Mondriaan, die in 1915 zijn intrek nam in het Larense huis van Jacob en zijn vrouw Maaike van Domselaer-Middelkoop. Mondriaan ontdekte een overeenkomst tussen zijn eigen composities en de muziek van Van Domselaer. De schilder zag in diens composities eveneens de uitbeelding van het verticale en het horizontale, het zogenoemde 'staande' en 'gaande' in de muziek.

Essentieel

De dichter Jaap van Domselaer, geboren in Bergen NH, waar zijn ouders vanaf 1920 woonden, vermeldt in zijn (dagboek-) aantekeningen hoe hij, om een gedicht te kunnen maken, woorden beluistert met de bedoeling hun essentiele betekenis te achterhalen. Uit eenmaal gekozen woorden zou dan 'als vanzelf' een gedicht moeten voortvloeien. De jonge dichter kwam echter tot de conclusie dat een woord op zichzelf 'niets' is en dat hij het toch in de combinatie van woorden moest zoeken, wilde hij zijn gedichten enige betekenis geven. Zijn zoeken richtte zich met name op het vinden van het juiste derde woord: 'Het derde acoord en verder niets.'

Zijn kladschriften bevatten bladzijden die zwart zien van de vele, zeer klein geschreven woorden die 'beluisterd' werden, vermeldt zijn biograaf. 'Er werd geen onderwerp bepaald, geen gedachtengang ontwikkeld, en van steunpunten als rijm, metrum of een bepaalde versvorm werd afgezien.'

Jaap van Domselaers werkwijze leverde in ruim een maand soms niet meer dan drie regels (15 woorden) op: 'Ik heb meer aan deze 15 woorden beleefd dan vroeger aan 15 gedichten. Na mijn eerste sonnetten, na augustus 1941, had ik altijd de verwonderde constatering te maken: wat ik doe is niet slecht, maar het boeit me eigenlijk niet; ik doorzie het, ik kijk er door heen. Nu word ik geraakt als ik een woord vind, zoals ik wanhopig ben, iedere dag weer, als ik het niet vind.'

De Bergense componist Simeon ten Holt, een leerling van Jacob van Domselaer, zag Jaaps gedichten, die 'Werkstukken' genoemd werden, als een literaire abstractie van het principe dat aan 'Proeven van Stijlkunst' ten grondslag had gelegen. 'Het was een transcriptie van de muziek naar het taalmedium.'

Jaap van Domselaers inspanningen ten spijt doen met name zijn 'Werkstukken' erg gekunsteld en warrig aan. Zijn zelf ontwikkelde systeem zat hem zo in de weg dat hij in sommige perioden geen pen op papier kreeg en het was indirect oorzaak van zijn vroege dood. Mede uit wanhoop over zijn falen als dichter zocht hij augustus 1944 contact met het verzet. Hij was van plan de Maas over te zwemmen om zich bij het geallieerde leger aan te sluiten. Op 23 december 1944 werd hij door een Poolse wachtpost gevonden op de bevrijde oever van de Maas, in de buurt van het plaatsje Empel. Hij had kogelwonden en stierf korte tijd later.