Hardere aanpak Duitsland tegen vandalisme voetbalfans

BONN, 16 nov. Het gewelddadige voetbalvandalisme in de vroegere DDR is 'een voorbijgaand verschijnsel'. Over omstreeks anderhalf jaar zal het grotendeels beteugeld zijn. Dit heeft de Duitse kanselarij-minister Rudolf Seiters (CDU) gisteren gezegd na een spoed-overleg met hoge politie-functionarissen en vertegenwoordigers van de Oost- en Westduitse voetbalbonden.

Personele en materiele versterking van de Oostduitse politie, verbetering van haar opleiding, video-registratie van 'criminele vandalen', meer coordinatie tussen regionale politiecorpsen en aanpassing van de voetbalstadions moeten daarbij helpen. Waar nodig zal voorlopig ook de Westduitse grenspolitie (de Bundesgrenzschutz, een elitecorps) in Oostduitse stadions worden ingezet, zei Seiters.

Het overleg van gisteren was afgesproken na enkele recente, zeer hardhandige confrontaties tussen politie en supportersgroepen bij wedstrijden in de vroegere DDR. In de afgelopen weken zijn daarbij bijvoorbeeld in Leipzig een dode en zwaargewonden gevallen en werd grote materiele schade in enkele Oostduitse binnensteden aangericht. Een voor komende woensdag in het Zentralstadion te Leipzig geplande erewedstrijd werd daarom afgelast, mede in verband met de slechte veiligheidsvoorzieningen in dat grote stadion. Alle Oostduitse stadions waar met ingang van het nieuwe voetbalseizoen Bundesligawedstrijden worden gespeeld, zullen vooraf worden geinspecteerd en zonodig moeten worden verbouwd, kondigde de voorzitter van de Westduitse voetbalbond, Neuberger, aan.

Met een verwijzing naar de veldslagen van deze week in Berlijn tussen krakers en de politie zei Seiters dat de staat 'voor geweld rondom voetbalvelden even weinig zal wijken als voor politiek geinspireerd geweld'. Hij wil over deze 'harde koers' midden volgende maand met de ministers van binnenlandse zaken van de vijftien Duitse deelstaten spreken. Ook de samenwerking van regionale politiekorpsen en de uitwisseling van gegevens over geregisteerde gewelddadigen komen dan aan de orde. Daarbij werd onder meer verwezen naar Nederlandse ervaringen op dit gebied. Hoe zulke informatie-uitwisseling moet verlopen zonder de Duitse privacy-wetgeving te overtreden is echter nog onduidelijk.

De deelnemers aan het overleg in de kanselarij te Bonn waren het er over eens dat in de stadions vooral 'het criminele geweld van kleine groepjes reizende extremisten' moet worden voorkomen. Zij maakten een onderscheid tussen het 'spontane' wangedrag van sommige supporters en 'georganiseerd geweld', dat zou komen van groepen die eigenlijk alleen daarvoor van heinde en ver komen aanreizen.

Tegen het geweld van die laatste groepen moeten burgers buiten het stadion en toeschouwers bij de wedstrijden worden beschermd, zei Seiters, die verklaarde dat dit in de westelijke deelstaten van de 'oude' Bondsrepubliek redelijk is gelukt. Hij zei uitdrukkelijk dat het voor deze groep zinloos is om te pleiten voor een 'psychologisch-pedagogische benadering' of verbeterde contacten met de spelers en de clubs. Zulke stappen zouden de grenzen tussen de 'gewone' supporters en het criminele voetbalvandalisme juist kunnen vervagen, zei hij.