Gorilla's tegen apartheid; Het geweten van de kunstwereld en de macht van blanke mannen

Al vijf jaar maken de Guerrilla Girls in New York de kunstwereld onveilig. Gemaskerde vrouwen voeren actie tegen de geringe vertegenwoordiging van vrouwelijke en zwarte beeldende kunstenaars in musea en galeries. Op een Newyorkse hotelkamer leggen ze uit wat hen bezielt. 'Een enkel schilderij van Jasper Johns brengt meer op dan 67 schilderijen van de meest bekende kunstenaressen van deze eeuw. Voor zwarte kunstenaars is de situatie helemaal hopeloos.' Hoe ernstig is de 'Art-World-Apartheid'?

Het kamermeisje schrikt zich dood.

Ze is onverwacht binnengekomen en ziet, aan de ronde tafel van mijn hotelkamer, twee aangeklede apen zitten, gorilla's, met bruin en zwart behaarde, vervaarlijke koppen. Dan haalt ze opgelucht adem: de apekoppen zijn niet echt, er zitten duidelijk vrouwenlijven aan vast.

De volgende dag informeert ze lachend: 'Waren dat Guerrilla Girls?' 'Ja', zeg ik. 'Dragen ze die maskers altijd?' 'Altijd als ze ergens optreden. Ze willen niet dat iemand ze herkent.'

In New York zijn de Guerrilla Girls een begrip geworden en ook daarbuiten neemt hun roem toe. In verschillende steden van de Verenigde Staten wordt hun voorbeeld nagevolgd en voeren groepjes anonieme, gemaskerde vrouwen actie tegen racisme en seksisme in de kunstwereld. Deze maand traden de Guerrilla Girls voor het eerst op in Europa, bij symposia over moderne beeldende kunst in Stockholm en Bern. Hun woeste tronies sierden onlangs de voorpagina van de New York Times-kunstbijlage, het tijdschrift New Observations besteedde een hele aflevering aan hun 'kunst-guerilla' en in het septembernummer van het blad Art Forum mochten ze ter gelegenheid van hun vijfjarig bestaan hun ideeen in woord en beeld uitvoerig uiteenzetten. Binnenkort komt over hun guerilla-acties ook een documentaire film uit.

Wie of wat zijn de Guerrilla Girls? Waarom betitelen ze zichzelf als The Conscience of the Art World, het geweten van de kunstwereld? En waarom vermommen ze zich als gorilla's?

Het verhaal van de Guerrilla Girls (GG's) begint in 1985. Het Newyorkse Museum of Modern Art hield toen een grote overzichtsexpositie van hedendaagse schilder- en beeldhouwkunst. Onder de 169 deelnemende kunstenaars waren slechts 16 vrouwen. Een groepje vrouwelijke kunstenaars uit New York besloot dat het afgelopen moest zijn met de discriminatie in galeries en musea en ze gingen over tot actie.

In de galeriewijk Soho verschenen ineens overal posters op de muren. Er stonden 42 namen op van bekende mannelijke kunstenaars, met daaromheen de tekst: ' Wat hebben deze kunstenaars gemeen? Ze staan toe dat hun werk getoond wordt in galeries die niet meer dan 10 %, of helemaal geen werk van vrouwen laten zien.' Ondertekend: Guerrilla Girls, Conscience of the Art World.

Aanvankelijk waren de GG's van plan om een paar maanden lang actie te voeren. Ze zijn nu vijf jaar verder, ze hebben dertig verschillende posters gemaakt, brieven geschreven aan kunstverzamelaars en museumdirecties, talloze voordrachten gehouden, openingen van exposities verstoord en ze zien geen enkele reden om hun 'guerilla-oorlog' te stoppen. Inmiddels hebben hun fraai vormgegeven posters en pamfletten (hoewel ze nooit zo bedoeld waren) de status van kunstwerk gekregen: ze worden verzameld en, ingelijst, geexposeerd.

Vijftig

De Guerrilla Girls zijn alleen indirect te benaderen, via een postbusnummer of via de alternatieve performance- en expositieruimte Franklin Furnace Archive aan Franklinstreet, vlakbij Soho. Twee dagen nadat ik mijn boodschap een verzoek om een interview heb doorgegeven aan de dame van Franklin Furnace, wordt ik door een Guerrilla Girl teruggebeld. Ja, een interview kan wel. Twee GG's zullen bij me langskomen op mijn hotelkamer.

Tien minuten na het afgesproken tijdstip word ik nerveus: er is nog steeds niet op mijn deur geklopt en ik besluit op de gang te gaan kijken. Bij de lift zie ik twee jonge vrouwen, een zwarte en een blanke. Ik loop naar hen toe en vraag of ze soms kamer 603 zoeken. Ze schieten een zijgangetje in en roepen dat ik weg moet gaan.

Even later komen ze mijn kamer binnen, nu met apekoppen op en ik verzeker hun dat ik hun gezichten nauwelijks heb gezien en ook alweer vergeten ben. Tijdens ons gesprek zie ik ze puffen onder hun kunstkoppen en een keer verzoeken ze mij om een paar minuten in de badkamer te gaan zitten, zodat ze even vrij kunnen adem halen.

Er zijn, zo vertellen ze, nog evenveel Guerrilla Girls als vijf jaar geleden, ongeveer vijftig, maar het zijn niet allemaal dezelfde vrouwen als toen: 'Er komen regelmatig nieuwe leden bij en er zijn ook vrouwen die de groep verlaten, bijvoorbeeld omdat ze naar een andere stad verhuizen. De meesten van ons zijn beeldend kunstenaar, maar er zijn ook galeriehoudsters bij en museumconservatrices.'

Ze leggen uit waarom de GG's voor anonimiteit kozen: 'Dat bleek om allerlei redenen verstandig en noodzakelijk. In het begin waren de leden bang dat ze geen tentoonstelling of subsidie zouden krijgen als bekend werd dat ze tot de Guerrilla Girls hoorden. Later, toen het juist als iets bijzonders werd gezien om een Guerrilla Girl te zijn, wilden we dat image niet gebruiken ten gunste van onszelf of ons werk. Een andere reden is dat er heel jonge vrouwen meedoen, maar ook beroemde kunstenaressen. De anonimiteit maakt ons ongrijpbaar, niemand kan de acties in verband brengen met de kunst die we maken, er kan niet gezegd worden: zij heeft alleen maar succes met haar werk omdat ze een Guerrilla Girl is en omgekeerd kunnen we ook niet worden geboycot. Aangezien niemand weet wie de Guerrilla Girls zijn, kan in principe elke vrouw in de Newyorkse kunstwereld erbij horen. Dat schept onbehagen en dat is precies wat we willen. Verzamelaars of museumdirecteuren hebben geen idee wie van hun vriendinnen of medewerksters een Guerrilla Girl is, dus kunnen ze ook niemand aanwijzen en zeggen: het zijn maar zure tangen. Als we die apekoppen op hebben, spelen we een rol, we spreken dan niet meer voor onszelf, maar als lid van een organisatie.'

Grafieken

We bladeren door het tijdschrift New Observations dat een aantal van hun posters en waarschuwende brieven aan kunstverzamelaars afdrukte. De posters werden in het holst van de nacht tegen de Newyorkse galerie- en museummuren geplakt. In getallen, procenten en grafieken wordt de discriminatie van vrouwelijke en zwarte kunstenaars door musea, galeries, sponsors en kunsttijdschriften aan de kaak gesteld. De getallen en grafieken gaan vaak vergezeld van sarcastische vragen. Zo staat, naast de afbeelding van een naakte, liggende vrouw (met een angstaanjagend gorillamasker op): 'Do women have to be naked to get into the Metropolitan Museum?' En daaronder, in kleinere letters: 'Less than 5% of the artists in the Modern Art Sections are women, but 85% of the nudes are female.' (1989).

In 1987 schreeuwden de GG's van de muren: 'Waarom is de Documenta voor 95% blank en 83% mannelijk? A public message from: Guerrilla Girls, Conscience of the Art World.'

Aanvankelijk waren de meeste affiches gericht tegen de vrouwendiscriminatie, bijvoorbeeld: 'Hoeveel vrouwen hadden het afgelopen jaar een solotentoonstelling in een van de Newyorkse musea? Guggenheim: 0; Metropolitan: 0; Museum of Modern Art: 1; Whitney: 0.' (1986).

De vraag ligt voor de hand: komen de GG's voort uit de vrouwenbeweging, zijn het feministen? De twee Guerrilla Girls aarzelen: 'We vormen een gemengd gezelschap, van radicaal-feministische vrouwen tot vrouwen die daar niets van moeten hebben. Voor veel mensen is feminisme een vies woord geworden, het roept associaties op met fanatisme en onverdraagzaamheid. Ik denk dat onze humor, de idiote maskers en ook het esthetische aanzien van de posters een manier was om ons van het oude feminisme en het negatieve beeld dat daarbij hoort, te bevrijden. We keren ons heel bewust niet tegen mannelijke kunstenaars, er zijn weliswaar geen mannelijke Guerrilla Girls, maar mannen helpen ons wel, bijvoorbeeld met het opplakken van de posters.'

Ik citeer een artikel waarin de 'erotische uitstraling' van de GG's wordt gesignaleerd: door hun apekoppen te combineren met minirokjes, hoge hakken en frivole kousen hebben ze de 'sexual allure' van de gesluierde vrouw, de onbekende stem door de telefoon. Is dat wel de bedoeling?

'We hebben er niets tegen, die erotische aantrekkingskracht verhoogt juist de verwarring. Maar we willen niet al te lief en onschuldig overkomen. Deze winter worden de acties harder en serieuzer. Het blad Vogue wil ons bijvoorbeeld interviewen. Daar stemmen we alleen in toe onder voorwaarde dat in de Vogue-serie over jonge kunstenaars de eerstvolgende keren een vrouw aan bod komt. We overwegen overvallen op galeries die uitsluitend 'white males' exposeren. Op het ogenblik zijn we bezig met een grootscheeps onderzoek naar de kunstkritiek. Exposities van vrouwelijke en zwarte kunstenaars krijgen percentueel gezien veel te weinig aandacht in de kritiek en bovendien is het jargon van de kunstkritiek puur masculien, dat geldt ook voor vrouwelijke critici, die hebben net als hun mannelijke collega's een lesje nodig. Wie we ook hard gaan aanpakken zijn de Newyorkse kunstverzamelaars. Alle verzamelingen bestaan voor het overgrote deel uit kunst van blanke mannen, want dat loont.' Ter illustratie tonen ze een affiche waarin becijferd wordt dat een enkel schilderij van Jasper Johns meer opbrengt dan 67 schilderijen van de meest bekende kunstenaressen van deze eeuw, onder wie Natalia Gontsjarova, Sophie Taeuber, Paula Modersohn-Becker, Frida Kahlo en Georgia O'Keeffe.

Resultaat

Hebben hun acties tot nu toe enig meetbaar resultaat gehad? Ja, zeggen de Guerrilla Girls: 'Na een aanval op het Whitney Museum was er in 1989 ineens een opzienbarende stijging van het aantal vrouwen dat meedeed aan de jaarlijkse Whitney Biennale. Ook kregen dit jaar voor het eerst acht vrouwen (en slechts vier mannen) een Guggenheimfellowship. We hebben de Newyorkse kunstwereld schrik aangejaagd, maar we zijn er nog lang niet. De positie van vrouwen is misschien iets verbeterd, maar het racisme in de kunstwereld lijkt onuitroeibaar.'

De GG's berekenden in 1986 dat slechts vier van de vele honderden Newyorkse galeries incidenteel werk van zwarte vrouwen tonen. In muziek, dans, toneel of literatuur kunnen zwarten zich duidelijk manifesteren, maar in de beeldende kunst lijkt hun situatie hopeloos.

De Art-World-Apartheid is een heet hangijzer geworden in de Verenigde Staten. De laatste nummers van Art in America en de New Art Examiner zijn voor een groot deel aan dit onderwerp gewijd. Er zijn in Amerika nauwelijks zwarte conservatoren, museumdirecteuren of galeriehouders en het werk van zwarte kunstenaars wordt bij exposities eenvoudig overgeslagen. Door het stelselmatig buiten sluiten van zwarten doet de kunstwereld aan 'zelfcensuur', zo betoogt de New Art Examiner.

In navolging van het Studio Museum of Harlem, dat in 1967 openging, werden de laatste decennia in verschillende steden van de Verenigde Staten alternatieve musea voor zwarte kunst opgericht. Door die speciale zwarte musea wordt de apartheid juist in stand gehouden. De Guerrilla Girls wezen hier in een van hun laatste affiches op: 'No female black painter or sculptor has been in a Whitney Biennial since 1973. Instead they can show at the Studio Museum in Harlem or the Women's Museum in Washington.'

Als ik de 'zwarte musea' ter sprake breng, reageren de twee Guerrilla Girls furieus: 'Het is een doekje voor het bloeden, net als het vrouwenmuseum in Washington. Bovendien geeft het bestaan van dergelijke musea de 'gewone', algemene kunstinstellingen een excuus voor het negeren van zwarte kunst: 'Die kun je toch in Harlem zien, in het Studio Museum? Dan hoeven wij het toch niet meer te tonen, dat zou toch dubbelop zijn?' - zo redeneert men.'

Hoe gecompliceerd en onoplosbaar het probleem van de Art-World-Apartheid is, wordt duidelijk in de beschouwing die Art in America hierover publiceerde (Are Art Museums Racist?). Als het werk van een zwarte kunstenaar typisch Afro-Amerikaanse trekken heeft, dus typisch het werk is van een zwarte, dan kijkt de blanke conservator of galeriehouder er vreemd tegenaan: het past niet in een van de moderne stromingen, dus wat moet hij ermee? Maar als een zwarte kunst maakt die wel degelijk in bijvoorbeeld de minimalistische of conceptuele stroming past, kijkt hij er nog vreemder tegenaan: dat klopt immers niet? 'Mainstream-Art' wordt nu eenmaal met 'blank' geassocieerd. Het is tekenend dat bij studies of overzichtsexposities van de Amerikaanse abstract-expressionistische kunst de drie belangrijkste zwarte vertegenwoordigers van deze stroming Norman Lewis, Hale Woodruff en Romare Bearden in negen van de tien gevallen worden overgeslagen.

Censuur

In een van hun recente posters deden de Guerrilla Girls een aanval op de rechtse senator Jesse Helms uit North Carolina, die zich de laatste jaren teweer stelde tegen onfatsoenlijke en anti-religieuze kunstuitingen. Volgens Helms zou obscene of godslasterlijke kunst niet voor subsidie in aanmerking mogen komen en eigenlijk helemaal verboden moeten worden.

Bij hun aanval op Helms toonden de Guerrilla Girls een fijnzinnig gevoel voor ironie. 'Relax, Senator Helms', zo hielden ze hem voor, 'The Art World is your kind of place', waarna een opsomming volgde van omstandigheden in de kunstwereld die Helms zeker zouden bevallen, zoals:

The number of blacks at an art opening is about the same as at one of your garden parties.

The sexual imagery in most respected works of art is the expression of wholesome heterosexual males.

The majority of exposed penises in major museums belong to the Baby Jesus.

Op het moment dat ik de Guerrilla Girls spreek (half oktober) voeren ze, evenals veel andere kunstenaars, actie tegen Senator Helms en de dreigende 'kunstcensuur'. Het Mapplethorpe-proces is net afgelopen (de museumdirecteur die Mapplethorpe's foto's exposeerde werd vrijgesproken), maar het volgende proces, tegen de rapgroep 2 Life Crew is zojuist begonnen. 2 Life Crew moet zich voor de rechter verantwoorden voor de seksistische, vrouwvijandige taal die ze in hun songteksten uitslaan. Mijn vraag hoe de Guerrilla Girls hier tegenover staan zij proberen toch juist het seksisme in de kunstwereld te bestrijden? brengt de twee GG's in verwarring. 'Ja, dat is wel zo en ik hoor hun teksten niet graag, maar aan de andere kant moeten de rappers toch kunnen roepen wat ze willen', meent de blanke Guerrilla Girl aarzelend. Haar zwarte collega is beslister: 'Het gaat hier om een zwarte groep, dat is de reden waarom die rappers vervolgd worden. Als je hun songs verbiedt, moet ook negentig procent van alle films worden verboden, wegens het aanzetten tot geweld. In films is geweld totaal geaccepteerd, hier in Amerika is iedereen dol op Jason, de gemaskerde moordenaar, maar als er over geweld wordt gezongen, over moord op vrouwen, dan is het ineens aanstootgevend.'

In een van hun affiches stellen de Guerrilla Girls aan kunstverzamelaars de vraag: 'Als racisme en seksisme niet meer in de mode zijn, wat is uw kunstcollectie dan nog waard?' De ironie wil dat hun eigen posters de laatste jaren verzamelaarsobjecten zijn geworden en flink in waarde zijn gestegen. De posters worden vergeleken met het werk van bekende kunstenaars als Jenny Holzer, Hans Haacke en Barbara Kruger en ze zijn zelfs aangekocht door musea. Ook kregen de GG's dit jaar subsidie van de New York Foundation for the Arts.

Jullie mikpunt is de kunstwereld, zeg ik, maar jullie zijn erdoor opgeslokt: de posters zijn kunst geworden.

'Ja, en daardoor kunnen we ze verkopen en met de opbrengst nieuwe projecten bekostigen. Dat geldt ook voor de subsidie: niemand van ons verdient er iets aan, alle inkomsten gaan naar de organisatie. Maar we verkopen de posters uitsluitend aan mensen of instellingen die bereid zijn om ze op te hangen op plekken die voor het publiek toegankelijk zijn. We zijn heel verheugd over het feit dat ons protest tot kunst is verheven, maar de boodschap vinden we toch net iets belangrijker.'

    • Lien Heyting