Gorbatsjov wijzigt regering en legertop

MOSKOU, 16 nov. De politieke en militaire top van de Sovjet-Unie wordt op korte termijn ingrijpend gereorganiseerd. President Michail Gorbatsjov heeft dit vanmorgen aangekondigd in een rede voor de Opperste Sovjet van de Unie.

Er komt een nieuwe regering met 'specialisten en persoonlijkheden' die wel het vertrouwen van het volk genieten. Bovendien zullen er al de komende dagen diepgaande wijzigingen worden aangebracht in de legerleiding. 'Ik denk niet dat deze machtige organisatie kan ontsnappen aan de hervormingen', aldus Gorbatsjov vanmorgen in een ruim anderhalf uur durende rede.

Het parlement had het staatshoofd woensdag ontboden voor een toespraak over de 'toestand van de natie', die volgens de volksvertegenwoordigers 'catastrofaal' is geworden. Boris Jeltsin, de 'president' van de republiek Rusland, eiste vanmorgen vervolgens expliciet het aftreden van premier Nikolaj Ryzjkov en de installatie van een 'anti-crisiscomite'. Jeltsin was sinds hij dit voorjaar in zijn nieuwe functie werd gekozen niet meer in de Opperste Sovjet van de Unie geweest.

Gorbatsjov heeft zijn vanmorgen gepresenteerde maatregelen nog niet concreet willen maken. Hij zei slechts dat een herziening van de regering wat hem betreft de toestemming van premier Ryzjkov moet hebben. Onduidelijk bleef of hij daarbij doelde op drastische wijziging van de regering, die volgens de president anders moet gaan werken, of ook op de positie van de premier zelf die nu al maanden publiekelijk ter discussie staat.

Gorbatsjov kondigde aan dat hij zijn plannen binnen tien dagen zal presenteren. Centraal daarin zal een versterking van de uitvoerende macht van de president staan. Gorbatsjov zei vanmorgen dat hij een 'Interregionaal economisch comite' in het leven wil roepen dat de overgang naar de markteconomie moet uitvoeren onder auspicien van de president zelf en de federatieraad met alle vertegenwoordigers van de deelrepublieken. Voor de regering zouden er dan nog maar weinig substantiele taken overblijven, zo concludeerde gisteren de presidentiele raadsadviseur Stanislav Sjatalin al in een vraaggesprek met deze krant.

Ryzjkov zelf zei vanmorgen buiten de plenaire vergaderzaal nog van niets te weten over de komende ingrepen door Gorbatsjov.

Pag. 5: Noodhulp VS

Pag. 13: Japanse krediet voor Moskou

Pag. 5: Gorbatsjov en diens politieke concurrent Jeltsin waren zondag overeengekomen dat er nu een nieuwe coalitieregering van nationale eenheid moet worden gevormd. Volgens Jeltsin is zo'n kabinet echter ondenkbaar onder leiding van premier Ryzjkov. Een aantal leden van de Opperste Sovjet liet zich vanmorgen in de wandelgangen in vergelijkbare zin uit.

De rede van Gorbatsjov had geen alarmerende toon. Hij kritiseerde Rusland, de Oekraine en andere deelrepublieken omdat ze niet leveren aan de Unie waartoe ze zich contractueel hebben verplicht. Maar de president ontkende dat er gevaar van hongersnood dreigt. Er is voedsel en benzine genoeg om de winter door te komen, verklaarde hij, ook al gaf hij toe dat de situatie in Moskou en Leningrad en met name de drie Baltische republieken moeilijk is. Hij riep het parlement en het volk op hun 'ondermijning van de macht' te staken. Met name de tegenwerking die hij zelf kreeg bij de uitvoering van de door hem uitgevaardigde decreten noemde hij onaanvaardbaar. 'We moeten mechanismen scheppen om de decreten ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren.'

In zijn toespraak tot de Opperste Sovjet ontvouwde de president ook een aantal hoofdlijnen van het ontwerp-verdrag voor die nieuwe 'Unie van soevereine republieken' (USR) waar hij naar streeft. Het concept ligt nu bij de verschillende parlementaire commissies. Zolang dit verdrag niet is afgehandeld dienden de verschillende republieken en lagere overheden zich te houden aan een 'moratorium' op acties die het uiteenvallen van de staat verder zouden kunnen bevorderen, zei Gorbatsjov.

Het ontwerp-verdrag, waarvan inmiddels al een aantal details naar buiten is gekomen, moet zowel recht doen aan de golf van 'soevereiniteitsverklaringen' die de afgelopen maanden over het land is gespoeld als aan de behoefte van Moskou om de centrale staat bijeen te houden. De soevereine deelstaten krijgen in eigen land de vrije hand. Ze mogen, volgens een van te voren vast te leggen procedure, bovendien eigener beweging uit de Unie stappen. Omgekeerd mag de Unie ook republieken uitstoten als die zich schuldig maken aan 'systematische inbreuken op het verdrag'. Een 'constitutioneel tribunaal' moet minder vergaande onderlinge conflicten beslechten.

De centrale macht in Moskou houdt echter de zeggenschap over de grensbewaking, de nationale krijgsmacht, de staatsveiligheid, en de speciale troepen van het ministerie van binnenlandse zaken, kortom, over alle niet-civiele gewapende middelen. Bovendien moet de Unie volgens het ontwerp controle houden over de transport- en communicatiemiddelen en een aantal hoofdlijnen van de financieel-economische politiek, zoals het monetaire en een deel van het fiscale beleid. In bestuurlijke zin gaat het ontwerp uit van een klassieke scheiding der machten, waarbij de president en de vice-president voortaan rechtstreeks zouden moeten worden gekozen en aldus een sterke positie kunnen verwerven ten opzichte van de wetgevende macht van het Unie-parlement. Behalve de drie Baltische republieken hebben ook Georgie, Moldavie en de in opmars zijde nationalistische beweging in de Oekraine (na de Russische federatie in grootte en belang de tweede republiek van de unie) overigens al laten weten hoe dan ook niet bereid te zijn zich in een nieuw Unieverdrag te schikken.

Aan de vooravond van het optreden van Gorbatsjov en Jeltsin vandaag in de Opperste Sovjet was de politieke spanning in Moskou tot grote hoogte opgevoerd. Dat president Gorbatsjov en de Russische leider Jeltsin zondag in grote mate overeenstemming hadden weten te bereiken over het nieuwe Unie-verdrag, dat de staat bijeen moet zien te houden, en ook over de noodzaak van een coalitieregering die het vertrouwen van de bevolking zou kunnen genieten, had de escalatie niet kunnen afremmen. Zowel de 'progressieve' aanhangers van de perestrojka als de conservatieven in met name het leger begonnen zich afgelopen dagen juist steeds nadrukkelijker te roeren.

Dinsdag werd Gorbatsjov het vuur na aan de schenen gelegd op een bijeenkomst met de militaire volksvertegenwoordigers in den lande die hem verweten de krijgsmacht schromelijk te verwaarlozen. Maarschalk Sergek Achromejev, voormalig chef-staf van het leger, betuigde daar zijn loyaliteit aan de constitutie en het politieke gezag maar sprak tevens waarschuwend dat de 'tijd is gekomen om onze federale socialistische staat te beschermen' tegen het 'separatisme en de anti-socialistische krachten' die partij en staat in een 'geconcerteerde aanval in diskrediet' pogen te brengen.

Woensdag weigerde de Opperste Sovjet van de unie vervolgens om de weinig spectaculaire agenda die haar was voorgelegd te aanvaarden. Na een tumultueus debat, waar wederom veel militairen dreigend het woord voerden, eiste het parlement dat Gorbatsjov een verklaring zou afleggen over de 'catastrofale toestand in het land'.

Tegelijkertijd publiceerde het 'progressieve' weekblad Moskou Nieuws een open brief van 22 intellectuelen en politici waarin Gorbatsjov juist werd opgeroepen zijn excessieve macht aan te wenden voor een radicale democratisering ten koste van de regering-Ryzjkov, het partij-apparaat alsmede het leger en de KGB. 'Handel, morgen is het te laat', schreven ze. Volgens hen zou Gorbatsjov nu een regering moeten vormen op basis van een 'ronde tafel' waarin alle republieken en bewegingen zouden moeten kunnen meepraten en zou hij tevens de noodvoorraden voedsel, die zijn aangelegd voor oorlogsomstandigheden, moeten aanspreken.

'Het land glijdt onafwendbaar af naar de afgrond, naar de burgeroorlog. Als we vandaag niet een aantal scherpe maatregelen nemen, is een tragedie onvermijdelijk', aldus de econoom en parlementarier Oleg Bogomolov, zijn collega's Pavel Boenits en Vladimir Tichonov, de historicus Joeri Afanasjev, de voormalige rector van de Moskouse partijschool Vatsjeslav Sjostakovksi, de sociologe Tatjana Zaslavskaja en de zestien andere ondertekenaars van de brief.