Een kloeke regentes met mannelijke geest

Komend en volgend weekeinde zijn Princessehof, Stadhouderlijk Hof, Grote Kerk en Waalse Kerk in het kader van de manifestatie 'Leeuwarden Hofstad' gratis opengesteld voor het publiek. Informatie: VVV Friesland tel. 058- 13 22 24 of St. Monument van de Maand tel. 058- 134615

Toen Maria Louise van Hessen Kassel op 77-jarige leeftijd in Leeuwarden stierf, betekende dat het einde van de stad als hofstad. Leeuwarden was, vanaf 1584 toen Willem van Oranjes neef Willem Lodewijk als stadhouder werd aangesteld tot het sterfjaar van de zeer geliefde Maria Louise, het bestuurlijk centrum van de Republiek.

Ondanks de slechte financiele staat van het hof, stond de regentesse bij jong en oud bekend om haar liefdadigheid. Ze gaf aanzienlijke sommen geld aan het Armenhuis en na haar dood bleek ze haar buitenverblijf Marienburg te hebben vermaakt aan de Diaconie.

Ooit karakeriseerde een tijdgenoot haar als 'een kloeke, met een mannelijke geest begaafde vrouw'. Bij haar dood werd in opdracht van de Staten van Friesland een lijkstatie gemaakt, waaruit blijkt hoe ingenomen de Friese bevolking met de douairiere was. '..van wie men met recht moge zeggen dat ze was een voorbeeld van Godsvrucht, voorts verstandig, oprecht, vriendelijk, bescheiden, lankmoedig, minzaam, goedaardig, zagtmoedig, nedrig, mededeelzaam aan den Armen, bijzonder geduldig in de wereldse wederwaardigheden, waarmee zij gedurig hadde te worstelen..'

Weinig bleef Maria gedurende haar leven bespaard. Ze was afkomstig uit een gezin van veertien kinderen. Haar vader was de landgraaf van Hessen Kassel. Ze genoot een eenvoudige opvoeding. Wijn drinken leerde ze later pas in Friesland. Voor een huwelijk voelde ze weinig. Het liefst wilde ze het klooster in. Maar toen ze stadhouder Johan Willem Friso ontmoette, werd ze op slag verliefd. Het huwelijk werd in april 1709 in Kassel gesloten en Maria beminde Friso met 'een benauwende tederheid'.

Een huiselijk leven was voor haar echter niet weggelegd. Haar ega bezat een soldateske natuur en vertrok kort na de huwelijksplechtigheid naar het zuiden om de strijd aan te binden met de Fransen. Hoewel er tijdens de veldslag drie paarden onder hem werden weggeschoten en talloze adjudanten en hofbedienden sneuvelden, wist de stadhouder het er levend af te brengen en de Fransen te verslaan. In november vertrok het jonge paar naar Leeuwarden. Friso hield niet van zijn residentie. Hij vond Leeuwarden 'de meest kwaadsprekende stad ter wereld'. Dat kon de Friese bevolking niet deren, als ze al op de hoogte waren van de weerzin van hun stadhouder tegen hun woonplaats. In dikke rijen stonden ze langs de kanten van de weg om Friso en Maria te verwelkomen. Vreugdegejuich en vuurwerk maakten het feest compleet.

Maria trok met Friso in het Stadhouderlijk Hof. Het paar kreeg al snel een dochtertje, Charlotte, maar het noodlot sloeg toe. In juli 1711 wilde Friso vanuit het zuiden naar Den Haag vertrekken om de erfkwestie te regelen over de nalatenschap van Willem III. Aan de Moerdijk stapte hij met stormachtig weer in een roeischuit. Toen hij voor de stortregen in zijn koets schuilde sloeg een rukwind de pont om. De stadhouder verdronk in het kolkende water. Zijn dood dompelde de 23-jarige Maria niet alleen in diepe rouw, maar ook in diepe schulden. Friso gaf het geld graag en gemakkelijk uit.

In verwachting van de latere stadhouder Willem Karel Hendrik Friso bestierde Maria de hofhouding met ijzeren discipline en vaardigde strenge instructies uit voor haar personeel. 'Spaarzaamheid is een groot inkomen', vond ze. De hofhouding slonk tot dertig man. Niet alleen het hof, ook de gewesten Friesland, Groningen en Drenthe kwamen onder haar bestuur. Als regentesse of douairiere nam ze het stadhouderschap voor haar zoon waar. Hoewel de werkelijke macht in handen lag van de Staten van Friesland, ging Maria bij het benoemen van bestuurders eigenzinnig te werk. Menigeen die door kuiperijen op een zijspoor was beland werd door de Prinses in zijn ambt hersteld.

Toen haar zoon stadhouder werd verliet Maria het Stadhouderlijk Hof en betrok een woning in de voorname Grote Kerkstraat, Het Princessehof. Haar dochter werd krankzinnig toen haar man overleed en in 1751 stierf haar enige zoon Prins Willem IV, die kort daarvoor stadhouder over alle gewesten van de Republiek was geworden en Leeuwarden verruild had voor Den Haag. Diens vrouw, Anna van Hanover, werd regentesse van hun zoon, de latere Prins Willem V. Maar ze kon die taak niet aan en overleed in 1759.

De Staten Generaal en de Staten van de verschillende provincies namen het regentschap waar. Friesland doet nogmaals een beroep op Maria Louise om gedurende de minderjarigheid van haar kleinzoon voor de tweede maal het bewind van het gewest op zich te nemen. De 70-jarige Maria stemt in met een tweede 'termijn' als Prinses-Douairiere. De eigenzinnige Friezen veroveren weer iets van hun oude onafhankelijkheid. Leeuwarden is weer hofstad!

In 1765 was het duidelijk dat Maria haar taak als regentes niet lang meer zou kunnen waarnemen. Ze kreeg een lichte beroerte waar ze niet van herstelde. In hetzelfde jaar sterft ze in haar statiebed in het Princessehof, bijgestaan door haar vriend de hofprediker Schrader. In Leeuwarden worden de klokken van de diverse kerken drie maal daags zes weken lang als teken van rouw geluid. Maria wordt bijgezet in het familiegraf van de Van Oranjes in de Grote Kerk. De jeugd van Leeuwarden herinnert de Prinses als iemand die haar hoofd door het raampje van haar koets stak als ze genoeg had van hun gejoel. In onvervalst Fries riep ze hun dan toe: 'Berntsjes! Gean gou nei hus! Jimme mem bakt strou!' (Kinderen! Ga snel naar huis! Moeder bakt pannekoeken!) Een jaar na Maria's dood is Willem meerderjarig.