Drexel beschuldigd van afpersing spaarbanken VS

NEW YORK, 16 nov. Bankautoriteiten in de Verenigde Staten hebben een claim ingediend van 6,8 miljard dollar tegen het failliete New-Yorkse effectenkantoor Drexel Burnham Lambert.

Ze willen daarmee de kosten verhalen die zijn ontstaan door het faillissement van ongeveer vijftig spaarbanken, die Drexel zou hebben 'geplunderd via omkoping, afpersing, fraude en andere illegale methoden'.

Dat is in New York bekendgemaakt door de Resolution Trust Corp., de speciale overheidsinstelling die is belast met de sanering van de noodlijdende spaarbanken waarmee een bedrag is gemoeid van een half biljoen dollar, en de Federal Deposit Insurance Corp., de federale overheidsinsteling die banktegoeden verzekert.

De claim is door hen ingediend bij een faillissementsrechtbank in New York die toezicht houdt op een omvangrijke sanering van Drexel. In februari van dit jaar vroeg Drexel uitstel van betaling aan. Drexel kwam in de problemen door het instorten van de markt voor zogenoemde junk bonds, hoog renderende stukken waaraan een even hoog risico kleeft.

De Federal Deposit Insurance Corporation en de Resolution Trust Corporation willen het geld uit twee fondsen halen. Het ene fonds werd beheerd door Drexel zelf en het andere door Michael Milken, ex-medewerker van Drexel en de uitvinder van de markt voor junk bonds die in de jaren tachtig door Drexel werd gedomineerd.

Milken verdiende in zijn goede tijden met de junk bonds ruim 500 miljoen dollar per jaar. De komende week wordt zijn vonnis geveld. Hij kan 28 jaar gevangenisstraf krijgen. In april van dit jaar bekende hij schuld aan zes gevallen van handel met misbruik van voorkennis.

Een adviseur van de schuldeisers van Drexel, Wilbur Ross, zei vandaag tegen de Wall Street Journal dat het bedrag van 6,8 miljard dollar een belachelijk bedrag is 'als je de kans in aanmerking neemt dat ze het geld ook zullen krijgen'. Volgens hem bezit Drexel nog maar over twee miljard dollar aan (bruto) activa. (Reuter, UPI)