Dokter Ox

Aan de grond genageld stond ik, toen ik gisteren voor het eerst de lantaarnpalen zag die onlangs op de Amsterdamse Nieuwmarkt zijn neergezet. Mijn hemel! Het zijn geen gewone lantaarnpalen die daar staan, het zijn stalen staketsels van buizen en platen, zeker drie verdiepingen hoog, gebouwd in een stijl die men een eeuw geleden futuristisch vond.

Plotseling begreep ik alles! Niet alleen drong het tot me door waarom de straten van Amsterdam altijd zijn opgebroken, ik begreep nog veel meer. Ineens begreep ik al die vreemde gebeurtenissen die zich de laatste jaren in onze stad hebben voorgedaan: de mislukking met de Olympische Spelen, de ramp met de Stopera en de onverwacht zware verkiezingsnederlaag van de PvdA. Ik begreep nu ook waarom de burgemeester in het openbaar 'dat slaat als kut op Dirk' had geroepen en waarom de wethouder zich zo fanatiek had vastgebeten in een conflict op het Barlaeus-gymnasium. Maar bovenal begreep ik dat Amsterdam door een vreselijke catastrofe wordt bedreigd. Misschien, zo realiseerde ik mij op dat ogenblik, ben ik de enige die de stad nog kan redden!

Zo snel als mijn benen mij dragen konden, rende ik naar het antiquariaat in de Damstraat. In een kast rechts bij het raam stond de blauwe reeks van Jules-Verne-deeltjes. Na enig bladeren, vond ik wat ik zocht: het verhaal dat ik op mijn veertiende las en dat toen een enorme indruk op mij maakte, het verhaal van Dokter Ox. Nog nahijgend sloeg ik daar in de winkel het boek open en begon te lezen.

Het verhaal speelt in het Vlaamse stadje Quiquendone, dat wel bestaat, hoewel het op geen enkele kaart te vinden is. De afgelopen duizend jaar is er niets in Quiquendone gebeurd. Men loopt er traag en praat er traag, voor alles neemt men de tijd. Danst men in Quiquendone een wals, dan doet men over elke draai ten minste een uur. Trouwen doen de brave Quiquendoners pas na een verlovingstijd van tien jaar. Maar tien jaar in Quiquendone is niets, als men weet dat er over de bouw van het operahuis zeven eeuwen is gedaan.

Beslissingen worden in Quiquendone zelden genomen. 'De man die, als hij sterft, zeggen kan nooit in zijn leven tot een besluit te zijn gekomen, heeft in dit ondermaanse bijna het volmaakte bereikt', aldus de burgemeester van Quiquendone. Breekt er in het stadje een brand uit, dan laat men die gewoon uitwoeden, ook al duurt dat weken.

Zo verloopt het leven naar volle tevredenheid van alle Quiquendoners, tot op een dag een zekere Dokter Ox verschijnt. Dokter Ox biedt aan om Quiquendone op een moderne wijze te verlichten, een aanbod dat na rijp beraad wordt aanvaard omdat het gratis is. Spoedig wordt het plaveisel opengebroken. Een omvangrijk net van buizen wordt neergelegd en overal verschijnen lantaarnpalen.

Vanaf dat ogenblik vindt er een opmerkelijke versnelling plaats in het gedrag van de Quiquendoners. Plotseling wordt in de straten van Quiquendone gehold en gevochten, en in het Operahuis wordt Meyerbeers Hugenoten in zo'n razend tempo gespeeld dat de bezoekers binnen het uur weer op straat staan. Ook beginnen de planten te groeien en ontwaken de huisdieren grommend uit hun slaapje voor de haard.

Jongens en meisjes die elkaar voor het eerst ontmoeten, trouwen nog dezelfde dag. Zelfs de burgemeester neemt nu beslissingen, al moet hij daarvoor eerst zijn wethouder met enkele rake klappen uitschakelen. Het duurt niet lang of een epidemie van misdaad en geweld trekt over Quiquendone. Vetes van duizend jaar geleden worden opnieuw opgerakeld en er wordt een leger ingericht om de inwoners van een naburig stadje mores te leren.

Het zou met Quiquendone ongetwijfeld zo zijn afgelopen als met Sodom en Ghomorra, als de gasfabriek van Dokter Ox niet in de lucht was gevlogen. In deze gasfabriek maakte Dokter Ox het hydro-oxygeengas, dat hij via zijn buizenstelsel en zijn lantaarnpaal de stad inpompte. Door dit onzichtbare en reukloze gas in te ademen, schrijft Jules Verne, raakt men eerst opgewekt, vervolgens overspannen en branderig, waarna zowel de ziel als het lichaam zo verandert dat men spoedig sterft.

Voor mij staat vast dat Dokter Ox precies na honderd jaar is teruggekeerd, niet in Quiquendone, maar op de Nieuwmarkt.

Burgemeester Van Thijn, kom weer bij zinnen! Ontmasker Dokter Ox en red Amsterdam, voor het te laat is!