De Russische jaren van Vladimir Nabokov; Balling van het ogenblik

Vladimir Nabokov heeft altijd volgehouden dat zijn leven volmaakt oninteressant was, en dat bovendien uit het leven van de schrijver opgediepte bijzonderheden van geen enkele waarde zijn bij het lezen van zijn werk. Toch schreef hij een autobiografie en stond hij eerder een biograaf toe over hem te schrijven met rampzalige gevolgen. Nu is er een tweede biografie.

Brian Boyd: Vladimir Nabokov The Russian Years, Princeton University Press, Princeton, New Jersey. Prijs fl. 55,25.

Vladimir Nabokov The Russian Years door Brian Boyd is een biografie van ruim zeshonderd bladzijden. De titel is een beetje misleidend. Het lijkt alsof de biograaf zich heeft beperkt tot de tijd die de schrijver in zijn vaderland doorbracht, vanaf zijn geboorte op 23 april 1899 in St. Petersburg tot 15 april 1919, toen hij met zijn familie aan boord van een Grieks schip, onder geweervuur van de bolsjewieken, de haven van Sebastopol verliet met als bestemming Konstantinopel en Athene. Hij zou Rusland nooit meer terugzien.

Boyd vat de Russische jaren van Nabokov ruimer op. Als balling in Berlijn (1922-1937) en Frankrijk (1937-1940) zocht hij het gezelschap van zijn landgenoten, die net als hij voor de revolutie waren gevlucht. Zelfs toen hij in Cambridge van 1919-1922 Russisch en Frans studeerde was hij vooral bevriend met Russische medestudenten. Nabokov vond zichzelf drietalig omdat hij sinds zijn vroegste jeugd ook Engels en Frans had gesproken en gelezen. Maar hij probeerde pas in december 1938 te Parijs een roman in het Engels te schrijven, die vier jaar later als The real life of Sebastian Knight in Amerika zou uitkomen.

Het bij Princeton University Press verschenen boek is het eerste deel van Boyds Nabokov-biografie. We verlaten de held, als hij eind mei 1940 met zijn vrouw Vera en zoontje Dmitri als passagier van het schip Champlain de haven van St. Nazaire, Bretagne uitvaart op weg naar de Verenigde Staten. Hij heeft geen geld meer en zal aan de universiteit van Stanford Russisch gaan doceren.

De biograaf zegt niet wanneer deel twee verschijnt, al noemt hij in een voetnoot wel de titel: The American Years. Dat boek zal niet alleen het verhaal over Nabokovs leven en werk in de Verenigde Staten bevatten, maar ook zijn jaren in Le Montreux Palace, het luxueuze hotel uit 1906 aan het Meer van Geneve met uitzicht op de Zwitserse en Franse Alpen. Nabokov kon daar met zijn vrouw gaan wonen toen zijn roman Lolita (1959) een wereldsucces werd en hij niet meer van het lesgeven afhankelijk was. Hij schreef nu alleen nog in het Engels, was trots op zijn Amerikaanse paspoort en voelde zich ook 'zo Amerikaans als april in Arizona'. In 1977 stierf hij in Le Montreux Palace, het hotel met vierhonderdvijftig kamers, vele suites, een winkelgalerij en vier restaurants.

Boyd begon tien jaar geleden aan de biografie. Hij moet bezeten van het onderwerp zijn geweest; de te nemen hindernissen waren groot. Nabokov had precies over het tijdperk dat Boyd in deel een ter sprake wilde brengen zelf al, tussen 1936 en 1966, de autobiografie Speak, Memory geschreven. De biograaf rekent het samen met The defense (1930), The gift (1952), Lolita, Pale fire (1962) en Ada (1969) tot zijn meesterwerken.

Op de eerste bladzijde van deze herinneringen staat een beeld dat elke toekomstige biograaf moedeloos zou moeten maken. Een man kijkt naar een achtmillimeterfilmpje dat een paar weken voor zijn geboorte is opgenomen. Hij herkent zijn huis en zijn familieleden, ziet dat zijn moeder voor het raam naar iemand wuift en het is of ze hem vaarwel zegt. Zijn spiksplinternieuwe kinderwagen staat leeg in het portaal, 'alsof, in de omgekeerde loop der gebeurtenissen, hijzelf was opgelost in het niets'.

Hoe kan een biografie een autobiografie met zo'n begin evenaren?

Een andere moeilijkheid voor Boyd was dat Nabokov geen gelegenheid voorbij had laten gaan om te zeggen dat zijn leven volmaakt oninteressant is en dat het ontwerp van een boek nooit met de ontwerper mag worden vereenzelvigd. In het voorwoord uit 1962 bij The gift komt de verhouding van de schrijver tot zijn hoofdpersonen ondubbelzinnig tot uitdrukking: 'Ik ben Fjodor Godoenov-Tsjerdintsev niet en ik ben hem nooit geweest; mijn vader is niet de ontdekkingsreiziger in Centraal-Azie die ikzelf misschien ooit nog zal worden; ik heb nooit Zina Mertz het hof gemaakt en me nooit iets aangetrokken van de dichter Kontsjejev of welke andere schrijver dan ook.'

Aartsoplichter

Nabokov is over die autonomie van het geschrevene altijd erg tweeslachtig geweest. Hij hield vol dat de uit het persoonlijk leven van de schrijver opgediepte bijzonderheden van geen enkele waarde zijn bij het lezen van zijn werk. 'Een verhaal een waar verhaal noemen is een belediging van zowel de kunst als de waarheid. Elke schrijver is een grote bedrieger, net als die aartsoplichter de Natuur', leerde hij zijn Amerikaanse studenten. De schutkleur van vogels en vlinders was, volgens de docent, te vergelijken met de listen en lagen die de goede schrijver altijd weer in zijn werk verstopt.

Pale fire is zelfs een dodelijke parodie op een wetenschappelijk geschoolde commentator die het leven van een dichter misbruikt om een lang gedicht dolzinnig te interpreteren. Maar in de introducties van zijn in het Engels vertaalde verhalen en romans gaf Nabokov ineens menig detail prijs, dat, naar zijn strikte opvattingen, niets met het werk zelf te maken had.

In 1968 maakte hij een vergissing, die hij achteraf diep betreurt en die alleen uit een vlaag van ijdelheid is te verklaren. Hij krijgt een brief van de Australier Andrew Field, die hem verzoekt of hij zijn biografie mag schrijven. Nabokov ontvangt hem vriendelijk in Le Montreux Palace en zegt dat hij dit werk met Speak, Memory zelf al heeft opgeknapt. Maar hij geeft Field ten slotte toch zijn zin, misschien ook omdat zijn jeugdige bewonderaar al een studie aan zijn werk heeft gewijd (VN - His life in art; Hodder and Stoughton, 1967).

De samenwerking met de biograaf loopt voor de Nabokovs uit op een catstrofe. De schrijver is te loslippig en Field ontpopt zich als een geestverwant van de commentator Kinbote uit Pale fire.

Hij windt zich ontzettend op als Nabokov hem, met als tussenpersoon Vera, over de telefoon vraagt hoe hij de gegevens voor de biografie wil verzamelen. Dat is een zaak van de biograaf, het onderwerp moet zich daarbuiten houden. Nabokov is terecht bezorgd. Field spreekt met familieleden en vrienden van de lichtgeraakte schrijver en die gesprekken zijn oorzaak van hooglopende ruzies. Nabokov krijgt het door Field zelfs met zijn lievelingszuster Elena Sikorski aan de stok.

In Nabokov his life in part (The Viking Press, New York, 1977) van Andrew Field bootst het leven werkelijk de kunst na, een mogelijkheid waar Nabokov diep in geloofde. Als Kinbote schuift Field zijn eigen leven de biografie in. Schertsend gesproken kletsdialoogjes VN: Laten we elkaars biografie schrijven; AF: Dan moet ik u het adres van mijn eerste vrouw geven maken rustig deel uit van de tekst.

Als Nabokov in 1976 de drukproeven van de biografie ontvangt probeert hij nog allerlei verbeteringen in de tekst aan te brengen. Hij schrijft aan een vriend dat hij in oorlog is met Field: het is een rat die de grootst mogelijke onzin verkoopt (VN - Selected letters 1940-1977; Harcourt en Brace; 1989). Maar er valt niet veel meer te redden.

Brutaliteiten

Hoe kon Brian Boyd drie jaar na Nabokovs dood en na de publikatie van Fields biografie het vertrouwen van Vera Nabokov Slonim (1902) en Dmitri Nabokov (1934) winnen? Zonder hun medewerking kon hij niets beginnen. In de verantwoording van VN - The Russian Years schrijft hij dat Vera zijn onderzoek door de vingers heeft gezien. Ze gaf hem zelfs toestemming om de papieren in te kijken in het VN-archief te Montreux en in The Library of Congress. Ook Dmitri Nabokov, Elena Sikorski en Sergey Nabokov, een neef van de schrijver, stonden hem uitgebreid te woord. Boyd zegt het niet, maar het is alsof de familie Nabokov vlug iets tegenover de brutaliteiten van Field wilde stellen.

Wat heeft de biograaf met het vertrouwen dat hem werd geschonken gedaan?

Het moet voor hem vanzelf hebben gesproken dat hijzelf niet in het werk mocht voorkomen. Boyd volgde het hele traject dat Nabokov binnen Europa aflegde, maar over zijn eigen reizen rept hij nergens. Hij werkte aan een biografie zonder de een of andere grappige kunstgreep en trok zich niet aan zijn onderwerp op. Om de door Nabokov gepredikte scheiding tussen leven en werk bekommerde hij zich niet. Die was door Nabokovs eigen bemoeienissen met Field genoeg op losse schroeven komen te staan.

VN - The Russian Years, 1899-1940 is een klassiek chronologische biografie met twee hoofddelen: Rusland en Europa. De lezer ziet VN, nu zijn werk in de alledaagse gebeurtenissen is gebed, naar een gedicht, verhaal of roman toegroeien. Boyd vat het werkstuk samen, citeert er soms iets uit en geeft er meestal ook een oordeel over, dat niet altijd gunstig voor VN uitvalt. Dat zal het contact met de familie Nabokov er niet makkelijker op hebben gemaakt. Vera Nabokov stond erop dat zij het manuscript in zijn verschillende fases mocht lezen. In zijn verantwoording schrijft Boyd dat dit soms levendige, zelfs hevige meningsverschillen opleverde. Vermoedelijk is dat een eufemisme voor laaiende ruzies, maar het schijnt toch dat de biografie de zegen van Montreux heeft meegekregen.

In het midden van het boek laat Boyd de pure levensbeschrijving geheel varen. Hij stapt uit de chronologie en schrijft een beschouwing van een kleine dertig pagina's, die hij Nabokov the writer noemt. Het is het zwaartepunt van het boek, de brug tussen de voornamelijk biografische delen.

Volgens Boyd gaat Nabokovs werk over twee grote beperkingen van het menselijk bewustzijn: de onmogelijkheid toegang te krijgen tot het verleden en de onmogelijkheid aan de eigen gedachten te ontsnappen en die van anderen binnen te gaan. De biograaf is er zich van bewust dat dit over zoveel schrijvers kan worden gezegd. Dat moet dan maar; bij Nabokov bereiken die obsessies een ongekende hoogte.

De herinnering en de liefde verzachten die twee tekorten. En ze vallen, naar Boyds idee, samen, als Nabokov steeds weer probeert in schijnbaar gladde, rimpelloze oppervlaktes de meest wonderlijke patronen te ontdekken, patronen in patronen, bijna onzichtbaar, zoals de prachtige tekening van een vlinder soms wegvalt tegen de gewiekst ontworpen achtergrond waarop hij zich bevindt.

De biograaf geeft om zijn standpunt te verduidelijken nog een voorbeeld. In de roman Transparant things (1972) wordt het potlood op tafel bekeken, alsof de verschillende vormen van zijn bestaan op een en hetzelfde ogenblik zichtbaar zijn. Het potlood is een houtblok, een boom, een bos. Het is transparant geworden, het verleden schijnt er doorheen.

Het potlood en al zijn vroegere verschijningsvormen doet denken aan een stuk kinderspeelgoed, een houten pop die zijn steeds kleiner wordende evenbeelden bevat. Boyd slaat die lichte, voor Nabokov zo typerende humor over. Ernstig leidt hij ons, aan het eind van zijn beschouwing, naar een plek buiten de menselijke tijd vanwaar de auteur 'onze onuitputtelijke wereld' op zoek naar steeds andere patronen zou gadeslaan.

Tsaar

Hoe verhoudt de biografie van feiten, plaatsen en data zich tot Boyds bespiegelingen, die soms gevaarlijk dicht de onversneden metafysica naderen?

Voor lezers die het levensverhaal van Nabokov door publikaties uit de twee laatste decennia kennen, bevat The Russian Years in grote lijnen niet veel nieuws. Naast Nabokov zelf heeft Andrew Field, hoe gek hij ook is, het pionierswerk gedaan. Een groot aantal verhalen uit His life in part komt ook in The Russian Years voor, meestal met kleine verschuivingen, een andere dialoog, een andere kamer, een ander jaar.

De pogingen van de jurist V. D. Nabokov, de vader van de schrijver, om het feodale Rusland onder tsaar Nicolaas de Tweede in een democratie te veranderen. De eerste liefdes van zijn zoon Vladimir voor vlinders en meisjes op de landgoederen van Vyra, Batovo en Rozjestveno. Het heimwee van VN in Berlijn en Parijs naar het verloren paradijs uit zijn jeugd. De moord op zijn vader tijdens een politieke bijeenkomst van Russische vluchtelingen in Berlijn, maart 1922. De moeilijkheden bij de publikatie van zijn eerste werk, dat hij onder het pseudoniem V. Sirin schreef.

Bekend mogen die verhalen zijn, maar meestal weet Boyd ze door de gegevens die hij heeft verzameld een nieuwe kiel te geven. Hij was de eerste biograaf, die over een groot deel van Nabokovs dagboeken en brieven beschikte. Boyd achterhaalde zoveel figuranten dat ze bij elkaar een tragikomische stoet van Keystone-cops vormen, compleet met vallen en opstaan.

Het portret van Nabokov verandert van een schets in een doorwerkte tekening.

Van de maatschappij en de politiek moest hij niets hebben. Dat komt goed tot uitdrukking in een geergerde regel onder een liefdesgedicht uit een ongepubliceerde bundel, die Boyd in het VN-archief te Montreux vond: 'Terwijl ik dit schreef hoorde ik harde geweerschoten en het smerige geknetter van een machine-geweer van buiten komen.' Op dat ogenblik bestormen de bolsjewieken in St. Petersburg het Winterpaleis.

Zeventien jaar later, in 1934, denkt hij er nog net zo over. Hij werkt in Berlijn aan zijn roman Invitation to a beheading en moet een brief beantwoorden van een vriend in Parijs, die zijn mening wil weten over een paar algemene vraagstukken van de Russische balling. Hij vindt het allemaal onzin, wil niet verzanden in cliches als de moderne tijd of de onrust of in een andere loze abstractie die hoort bij het kudde-instinct van de Rus in exil. De balling beschikt misschien zelfs over een zekere innerlijke vrolijkheid: 'Ik schrijf mijn roman. Ik lees geen kranten.'

De mooiste tekst is een Berlijnse dagboekaantekening, die VN op 28 maart 1922, vlak na de moord op zijn vader schreef. Twee extremisten waren niet op V. D. Nabokov, maar op de spreker van de avond uit. Toen VDN een van hen overmeesterde werd hij door de ander met drie kogels getroffen. Dit voorval keert in het werk van Nabokov in allerlei vermommingen steeds weer terug, bijvoorbeeld in Invitation to a beheading, The gift en Pale fire.

Nabokov rijdt met zijn moeder in een auto naar het gebouw van de lezing. Hij heeft alleen gehoord dat zijn vader gewond is, maar weet het dan al zeker: hij leeft niet meer. De vorige avond heeft hij hem voor het laatst gezien. Zijn vader deed een broek onder de pers: 'Dat zal pijn doen.' Ze spreken nog wat over de opera van Boris Godoenov. Dan volgt een beweeglijke zin, die kenmerkend voor hem is: 'Ten slotte ging ik naar bed en toen ik hoorde dat mijn vader ook ging liggen vroeg ik hem of hij mij de krant wilde geven die hij door een kier van de net niet gesloten deuren schoof ik zag zijn handen niet eens.'

Arrogant

De huiselijke arrogantie van Nabokov blijkt uit een bezoek dat hij in oktober 1932 aan goede vrienden in Parijs brengt. Hij heeft de roman Despair net af: om de verzekeringspremie op te kunnen strijken vermoordt een chocoladefabrikant een zwerver, die sprekend op hem lijkt. Het boek zou veel later door Rainer Werner Fassbinder worden verfilmd.

De eerste nacht slaapt hij dertien uur bij zijn Russische vrienden. Zijn gastvrouw heeft een tafeltje voor hem klaar gemaakt met zijn eigen merk talkpoeder, reukwater en zeep. Ze tikt het deel van Despair dat hij 's avonds in een zaal moet voordragen. Ze zegt niet hoeveel last ze heeft van zijn kettingroken. Hij leent de smoking, het zijden overhemd, de broekriem en zelfs de bretels van zijn gastheer, die zelf met een eenvoudig pak genoegen neemt.

Boyd heeft zelfs een overspelige liefde van VN uit brieven en dagboeken van zijn tijdgenoten opgediept. Vertonen deze anekdotes, verheven of platvloers, nu een samenhang met de citaten uit Nabokovs werk en met Boyds interpretaties of sluiten die elkaar uit? Ze werken zeker op elkaar in, misschien wel op een wijze die de biograaf niet heeft voorzien, toen hij aan zijn onderneming begon.

Die citaten en zelfs het vleugje parfum waarmee Boyd ze besprenkelt maken de rechttoe-rechtaananekdotes over jeugd, heimwee, reizen, liefde en ballingschap een beetje te grof, te log. Nabokovs talent voor het opsporen van de soms haast alleen door een microscoop of verrekijker zichtbare as waarom een gebeurtenis draait bevindt zich als een paard van Troje binnen de biografie; Boyd heeft het zelf binnengehaald.

In Lectures on literature (Harcourt en Brace; 1980) VN staat nu weer even voor zijn Amerikaanse studenten heeft Nabokov het in The art of literature and commonsense, zijn slotlezing, over het overwicht van het detail op het geheel. Hij neemt zijn hoed af voor de held die een brandend huis binnenstormt om het kind van zijn buurman te redden, maar hij schudt hem de hand als de redder er nog die vijf kostbare seconden meer voor over heeft om samen met het kind zijn liefste stuk speelgoed te zoeken en te vinden.

De docent herinnert zich een cartoon met het beeld van een schoorsteenveger die van een hoog gebouw valt, onderweg naar de grond nog ziet dat een woord op een uithangbord verkeerd is gespeld en zich tijdens die onbesuisde val ook nog afvraagt waarom niemand eraan heeft gedacht dat te verbeteren.

Hij vervolgt: 'Vanaf de hoogste verdieping van onze geboorte vallen we allemaal dood op de platte stenen van het kerkhof en verwonderen ons met de onsterfelijke Alice in Wonderland over de patronen op de voorbijgaande muur. Die eigenschap tot verbazing over kleinigheden welk gevaar er ook mag dreigen deze terzijdes van de geest, deze voetnoten in het boekdeel van het leven zijn de hoogste vorm van bewustzijn, en in deze kinderlijk naar betekenis tastende gemoedstoestand, zo verschillend van de logica van het gezonde verstand, weten we dat de wereld goed is.'

De constructies die Nabokov voor een roman verzon doen soms denken aan de valstrikken voor het oog van de Belgische schilder Rene Magritte, de Nederlandse graficus M. C. Escher en de Amerikaanse tekenaar Saul Steinberg. Met de laatste kunstenaar was VN ook bevriend.

Maar zijn werk is onverwoestbaar door de aandacht voor dat stuk speelgoed in het brandende huis, de langs het gebouw zeilende schoorsteenveger en de andere waarnemingen van het vluchtige die hij zo kwistig door zijn romans en verhalen strooit. Het is het plankton dat de hoofdvertelling voedt, of we nu worden binnengeleid in het bestaan van een schaker die tegen het leven zelf speelt (The defense), van een blinde die zijn medeminnaar niet kan zien (Laughter in the dark), of van de twee broers die elkaar zoeken en misschien een en dezelfde persoon zijn (The real life of Sebastian Knight).

Al die geschiedenissen zijn gehuld in een werveling van indrukken, die ons het uitzicht op de soms al te opzichtige decors ontnemen. Een versprongen schaduw, een gewijzigde lichtval, een doorschijnend potlood, een vallende krant, Vladimir Nabokov wilde de historie schrijven van elk verdwenen ogenblik waarvan hij de balling was.

Aan al die momenten heeft Boyd in zijn biografie geen recht kunnen doen, maar soms schemeren ze toch door de jaartallen heen.