De pure wanhoop over een zwabbervoet

Elk rondje is voor Gerard Kemkers nog altijd een crime. Zijn rechterschaats 'zwabbert' al langer dan een jaar en zijn voet is inmiddels het meest besproken lichaamsdeel in Nederland. Handopleggers en rondingslijpers meldden zich meteen met allerlei goede raad, maar de toprijder wenste van hun diensten geen gebruik te maken. Hij wilde het probleem zelf oplossen in overleg met bondscoach Ab Krook, zijn vertrouwensman. Het is niet gelukt Kemkers is de wanhoop nabij. Een reconstructie van een lijdensweg.

ROTTERDAM, 16 nov. Bij de eerste ijstraining van het seizoen 1989-1990 merkte Kemkers dat het 'niet zo lekker' ging. Hij maakte zich nog geen zorgen: 'Ik calculeer altijd twee weken in om te zoeken naar de goede beweging', zei hij destijds. 'Ik moet er gewoon even inkomen.' Maar het bleef slecht gaan. De 22-jarige rijder spoedde zich naar expert Jan Bols om zijn schaatsen te laten veranderen. Het hielp niet. Vervolgens ging hij op zijn oude ijzers rijden, later op nog oudere. Zonder resultaat. En dat terwijl hij op dat materiaal toch bijna wereldrecords had gebroken.

Kemkers stelde bij de wedstrijden om de Wereldbeker in Berlijn en Den Haag teleur. Hij vroeg zich af of hij misschien niet fit was. Maar bij een bloedonderzoek bleek alles okee en er was bij hem geen sprake van een loge-syndroom (een verharding in de scheenbeenspier), zoals even werd vermoed. Bij talloze andere medische testen werd duidelijk dat hij geen (al dan niet aangeboren) afwijking in de ruggewervel had, hetgeen ook als een mogelijke oorzaak voor het ontsporen van zijn been werd gezien. 'Fysiek mankeer ik niets', hield de Drent vol.

Intussen kreeg een schoenmaker de lachers op zijn hand door te verklappen dat Kemkers een knobbel had aan de binnenkant van zijn grote teen. Henk Gemser werd uiteraard wel serieus genomen toen de ex-bondscoach verkondigde dat zijn opvolger Krook 'stom' bezig was met zijn geplaagde pupil. De vakman Gemser meende dat Krook onvoldoende gebruik had gemaakt van de door hem overgedragen kennis omtrent Kemkers en dat het geheel verkeerd was de rijder mee te nemen naar grote wedstrijden. 'Als geaccepteerde schaatsgrootheid', vond Gemser, 'kreeg hij daar zware klappen. Een achttiende of negentiende plaats vrolijkte hem natuurlijk niet op.'

Gemser liet doorschemeren dat Kemkers gebaat zou kunnen zijn bij een langdurig rustgevend verblijf op zijn schaatsinstituut 'Pro Action' in Heerenveen. Het probleem zat bij de perfectionist Kemkers, begin 1989 nog tweede bij het EK en het WK, volgens Gemser misschien wel tussen de oren. Hoewel hij zich bij de Nederlandse afstandskampioenschappen (begin januari) enigszins herstelde schreef Kemkers af voor het EK. Op het WK fleurde hij weliswaar op (vierde), maar hij was lang niet definitief verlost van de zwabbervoet.

Dat bleek ook half juli in de hal van Calgary, waar de 'zwiepende poot' weer de kop opstak en Kemkers uitriep dat hij zijn wereld compleet zag instorten. De ambitieuze Drent zocht de oorzaak vervolgens bij de zomertraining: Na 1988 legde hij daarbij het accent op fietsen en minder op lopen, zo las hij in zijn dagboeken terug. Een Leidse specialist bevestigde dat dit de bron van alle ellende kon zijn. Want met fietsen belastte Kemkers zijn voet- en kuitspieren minder dan met hollen. Dus ging hij weer meer lopen. Zonder succes, zoals afgelopen zaterdag aan het licht kwam. Hij keerde de ijsbaan in Eindhoven ontgoocheld de rug toe. Het was weer helemaal mis met het rechterbeen.

De martelgang van Kemkers is zo langzamerhand voer voor psychologen. Daarvan is ook oud-wereldkampioen, de arts-fysioloog Harm Kuipers overtuigd, hoewel hij toegeeft geen inzicht te hebben in de details. 'Het kan natuurlijk zijn dat hij, bijvoorbeeld bij het skeeleren, een verkeerde, juist iets andere beweging heeft aangeleerd. En die leer je verrekt moeilijk af. Maar ik houd het er op dat Kemkers te veel is gefixeerd op die voet. Hij zwabbert, maar geen enkele schaatser rijdt symmetrisch. Mijn ervaring is dat als mensen gaan klooien aan hun schaatsen en hun slag, dat simpel op een gebrek aan vorm wijst. Als je goed in vorm bent kun je op de meest botte schaatsen uitblinken.'

De medische staf van de schaatsbond denkt vooralsnog nog aan een lichamelijke afwijking. Bondsarts Frank Nusse: 'We zijn bezig met een soort behandeling, weer gericht op zijn wervelkolom. Heel veel mensen zitten scheef in elkaar, maar we kennen geen enkel vergelijkbaar geval. De precieze oorzaak van het probleem, dat een lichte coordinatiestoornis teweeg brengt, is onvindbaar. Daarbij komt een moeilijkheid: in de zomer is er geen ijs, zodat je niet direkt kunt controleren hoe een bepaalde therapie uitpakt. Elke therapie heeft tijd nodig.'

Intussen staan de handopleggers en de rondingslijpers maar ook medische specialisten met hun adviezen in de rij. Nusse: 'Goed bedoeld, die hulp. Maar niet zinvol. Alleen mensen die buitengewoon goed op de hoogte zijn van de details van de schaatstechniek kunnen mogelijk helpen. En die zijn er maar heel weinig.'