De markt

Verzamelaars van de oude school willen nog wel eens vragen wat zij voor het museum kunnen doen. Zij hebben een mooi, idealistisch beeld van de kunstontwikkeling waarin een museum een luisterrijke plaats inneemt. Die voorname houding kom je steeds minder tegen. Dat komt door de hoge prijzen die tegenwoordig voor kunstwerken, zelfs voor heel gewone, betaald worden. Die prijzen veranderen niet alleen de perceptie van kunstwerken - ze beginnen er ook toe te leiden dat het intellectuele omgaan met kunst steeds meer wordt verdrongen door efficiency. Uit het gedrag van veel galeristen bij voorbeeld, blijkt dat zij het museum beschouwen als een hulpstuk van de kunsthandel in hun strategie om een bepaalde kunstenaar te 'plaatsen'. Wie daarin onvoldoende meespeelt loopt de kans als 'galerievijandig' te worden gebrandmerkt.

In de jaren zestig en zeventig hebben musea voor hedendaagse kunst druk meegedaan met het 'brengen' van jonge kunstenaars, soms in samenwerking met een van de weinige progressieve galerieen die er toen waren. Die kunstenaars waren nog niet 'in de markt' omdat hun werk te singulier was en ook omdat de markt nog niet zo bestond als nu. Musea deden aan die 'promotie' omdat ze, uit artistieke overwegingen, de blik breed wilden houden. Misschien denken galeristen daarom dat musea hen moeten blijven ondersteunen.

Die verhouding zou nu eigenlijk omgedraaid moeten worden. Door het snelle stijgen der prijzen verdienen de galerieen goed geld terwijl de musea, die aan de markt geen deel hebben, armer worden omdat door het prijsniveau alle zaken die een museum betalen moet (transport, verzekering, drukwerk) ook duurder zijn.

De verhouding tussen musea en kunsthandel wordt op die manier net zo zorgelijk als die tussen de publieke omroep en het commerciele net. Met dit verschil: we hebben geen galeriewet. WVC heeft haar kunstenaarsbeleid gericht op spreiding via de markt. De vele galerieen brengen inderdaad een enorm aanbod maar het is toevallig en zonder samenhang. Musea zouden, met hun afstandelijke en historische blik, orde in de chaos kunnen brengen maar ze kunnen het niet meer omdat ze zich nauwelijks tegen het geweld van de markt kunnen beschermen.