De goede werken van St. Mug

Hij was, ook in zijn agnostische jaren, zo door ethische vraagstukken bezeten, dat de volksmond hem St. Mug begon te noemen.

En toen de levenslange spotter zich uiteindelijk, als oude man, tot het katholicisme bekeerde, werd op zijn beurt met hem de spot gedreven.

'De grote tragedie van zijn leven', zei een dodenherdenker op de BBC, 'was dat hij, cynicus uit aandrift en overtuiging, door niemand meer serieus werd genomen toen hij, in de avond van zijn leven, liet weten dat hij tot de Kerk van Christus was toegetreden. De mensen zeiden: Die man is zeker seniel geworden'.

Die man was dus Malcolm Muggeridge, de vieillard terrible, die woensdag op zevenentachtigjarige leeftijd is overleden.

Ongetwijfeld voorzien van het H. Sacrament der Stervenden. Hij was negenenzeventig toen hij zich liet dopen. Zelfs zijn kersverse geloofsgenoten waren er heilig van overtuigd dat 's lands freelance jester de mensheid weer eens in de maling nam. Muggeridge beaamde goedgemutst dat zijn besluit een 'tamelijk absurde' indruk maakte. Niettemin, zo schreef hij in The Times, had hij recht op een minimum aan begrip. 'Tenslotte worden ook zuigelingen gedoopt, lang voordat zij de significante waarde van het christendom beseffen. Dus waarom zouden wij, tachtigjarigen, niet in de schoot van diezelfde kerk worden opgenomen waar wij straks, in vier planken verpakt, weer worden uitgedragen?'

In werkelijkheid was Muggeridge al zijn leven lang katholiek althans christelijk althans gelovig althans een moralistische wereldverbeteraar. Zowel zijn boek over Moeder Teresa (Calcutta) als zijn boeken over Jezus (Nazareth) dateren van ver voor zijn spectaculaire overstap, net als zijn, naadloos in de katholieke moraal passende, opvattingen over de seksualiteit, de genotsindustrie, de abortus en de anticonceptie.

Zie het vraaggesprek dat het dagblad Trouw op 21 augustus 1973 met hem publiceerde.

Is het redelijk, zo vroegen zijn interviewers, om de seksuele drift verantwoordelijk te stellen voor de aanstaande ondergang van de menselijke beschaving?

'Misschien heb ik de factor seks wat aangezet', zei Muggeridge, 'maar de reden hiervan is dat de exploitatie van het seksuele het meest typerend is voor onze, naar mijn mening min of meer decadente, in verval rakende, kapitalistische samenleving. De afschuwelijke reclame-industrie en de even afschuwelijke amusementsindustrie, die geen enkel ander belang hebben dan geld, zijn er heel gemakkelijk in geslaagd eros en agape terug te brengen tot een ding, namelijk seks en dit is een zeer gevaarlijke en destructieve zaak.'

Daarom wilde Muggeridge niets weten van de pil en de promiscuiteit, abortus en sterilisatie. Niet in het dunbevolkte Engeland en niet in het overbevolkte India. 'Dezelfde mensen in het Westen, die het evangelie van de geboortebeperking prediken, geven hoe dwaas het ook klinkt een transistorradio aan de Indier, die zich wil laten steriliseren. In de hele mensengeschiedenis zijn er, geloof ik, geen verachtelijker voorstellen aan mannen gedaan als: Laat je steriliseren voor een draagbare radio, dan kun je popmuziek horen.'

Op het eerste gehoor was het inderdaad of het aangenomen kind van de bisschoppen Bomers en Gijsen sprak, wat overigens de kwaliteit van zijn argumenten onverlet laat. Hoe dan ook, het feit dat hij een paar jaar later toetrad tot de H. Moederkerk was in feite zo vreemd nog niet.

Hij was in Engeland , als professionele sloper van heilige huizen, allang een nationale persoonlijkheid geworden. Decennia lang heeft hij het Koninklijk Huis geironiseerd, tot vermaak van iedereen, inclusief vermoed ik de Koninklijke Familie. Maar toen hij uiteindelijk de echte taboes aan de orde ging stellen (de betonrot van de, door de seksindustrie aangezwengelde, welvaartsstaat) werd hij door de Britse media plotseling afgeschilderd als een dementerende hypocriet die de jongere generaties de genoegens misgunde die hij zelf een leven lang heeft mogen smaken.

Zijn woorden oorden rechts. Zijn sociale drijfveren waren links. Verder was hij, als alle ware gelovigen, een ongeneeslijke romanticus, die ontstuitbaar werd aangetrokken door de sfeer, de geur, het ritueel en de kleurrijkheid van de rooms-katholieke eredienst. 'Zo'n oude kerk, waarin het avondlicht door de glas-in-lood-ramen valt, brengt mij in een staat van verrukking', zei hij. Het doet denken aan de, eveneens om decoratieve redenen katholiek geworden, dirigent Otto Klemperer die deze stap even taalvaardig tegen zijn atheistische vrienden verdedigde: 'Mijn hemel, Mozart was katholiek en Beethoven was katholiek en Schubert was katholiek, dus zo beroerd kan die godsdienst ook weer niet zijn.'

Een dergelijke gedachte moet ook door Malcolm Muggeridge zijn heengegaan toen hij in India zag hoe Moeder Teresa halfverhongerde vondelingetjes uit de vuilnisbakken viste.

Je moet wel een halve heilige zijn om van dergelijke taferelen niet katholiek te worden.

Nee, een consequent man leek hij niet: een journalist die journalisten haatte en, gebruikmakend van de massamedia dezelfde massamedia attaqueerde 'een pianist in een bordeel die af en toe Abide with Me speelde in de hoop dat zowel de klanten als het personeel daardoor zouden worden gesticht' (Muggeridge over Muggeridge). De wijze waarop hij uiteindelijk de daad bij het Woord voegde was echter wel degelijk consequent. Wij, ongelovigen, in het voorportaal van de hel pendelend tussen de abortuskliniek en de pornotheek, masseren ons geweten door 's jaarlijks vijfentwintig gulden aan de stichting Gast aan Tafel te gireren. De ogenschijnlijke cynicus Malcolm Muggeridge maakte niet alleen een film over Moeder Teresa, die haar wereldberoemd maakte en haar de Nobelprijs bezorgde, hij schreef bovendien een bestseller over deze Indiase non, waarvan hij haar de revenuen schonk. In Memoriam Malcolm Muggeridge. Hij was typisch een man om het mee oneens te zijn, in de jaren dat hij gelovig was en in de jaren dat hij wat minder gelovig was, maar als alle gelovigen waren als hij, leefde de mensheid in een paradijs op aarde.